Dexia moet een derde kleiner worden

Dexia moet de komende jaren een derde kleiner worden. De bankverzekeraar heeft daarover een principe-akkoord bereikt met de Europese Commissie. Europa eist die inkrimping omdat Dexia tijdens de bankencrisis heel wat staatssteun heeft gekregen.

Dexia kwam net als andere grootbanken anderhalf jaar geleden in zware problemen. Eind september 2008 pompten België, Frankrijk en Luxemburg 6,4 miljard euro vers kapitaal in de groep. En kort daarna kreeg Dexia ook een staatswaarborg om 150 miljard euro kunnen lenen. Jean-Luc Dehaene en de Fransman Pierre Mariani namen de leiding over.

Al snel kwam er een herstuctureringsplan met onder meer de verkoop van de Amerikaanse probleemdochter FSA. Maar dat volstond niet voor Europa, dat de staatssteun als concurrentievoordeel beschouwde. Dexia moet nu op vier jaar tijd 35 procent inkrimpen. Dat gebeurt onder meer door filialen te verkopen in Italië, Spanje en Slowakije, naast andere onderdelen die al in de etalage waren gezet.

Dexia gaat zich nu toeleggen op zijn kernmarkt in België, Frankrijk en Luxemburg. Dat betekent naast bankieren en verzekeren ook leningen verstrekken aan gemeenten en openbare besturen. De groep moet die activiteit wel helemaal anders aanpakken, want in het verleden werden er te veel financiële risico's genomen op korte termijn.

Geen gevolgen voor werkgelegenheid

Volgens de bank laat het akkoord toe om systematisch verder te werken. Het akkoord bepaalt ook dat er eind juni een eind komt aan de staatswaarborg voor Dexia. Het heeft geen nieuwe gevolgen voor de werkgelegenheid in België. Eerder gingen al enkele honderden banen verloren.