En de haptonoom, hij kneedde en streelde voort

De ene dode is de andere niet. Politici, schrijvers, zangers, filmsterren en atleten halen wel de pers wanneer ze heengaan, maar niet iedereen krijgt een even groot afscheid. Lukas De Vos geeft de vergeten doden alsnog de in memoriam die ze verdienen.

Frans Veldman, haptonoom (6/9/1921 - 25/1/2010)

Er bestaan de vreemdste wetenschappen of wat daarvoor doorgaat. Metabletica, dianetica, diadesma, haptonomie. Scientology heeft er niets aan. Soms springt een van die sektarische zijstroompjes even op, liefst als de stichter-grondlegger-goeroe er het bijltje bij neerlegt. Dat is niet anders, maar wel een stuk ironischer, bij het verscheiden van Frans Veldman, handoplegger en paktherapeut.

De krasse negentiger en paskwil had zich al dertig jaar teruggetrokken in de oostelijke Pyreneeën, in het stadje Oms. Eerder dan te teren op levenslust en levenskunst was de tactiele kneder Veldman nogal korzelig van aard. De wat verlate Fidus van de blootsessies had een therapeutisch ideaal middel bedacht: lichaam en geest zijn één, harmonie groeit uit aangename aanrakingen. Wie kan daar tegen zijn? (Al kost elke verplichte cursus per dag per persoon 35 euro bij de School Voor Vrije Haptonomie in Utrecht, kneedwerk niet inbegrepen).

“U maakt er een lachertje van”, zou Veldman geknord hebben. Doe ik dat? Ik lees een verslag van Otto Huizinga, “Wat is Haptonomie, Versie 3” uit 1996.
Begint als volgt:
- Hij zei: "Hallo Otto, loop maar door en kleed je maar uit."
- Ik zei: "Nou liever niet, il wil met je praten."
- Hij zei: "Ja, loop maar door en kleed je maar uit."
- Ik zei: "Ik bedoel, ik wil gewoon hier zitten en met je praten, ik wil wat met je bespreken."
- Hij zei: "Nou als je dat dan beslist wil… maar het is niet de normale gang van zaken."
- Ik dacht: Zo, dat is gelukt, bij een haptonoom binnenkomen en ontsnappen aan de dwang bloot op een bank te moeten gaan liggen. Dat ik met hem, Frans Veldman jr., wilde praten had ik tijdens het maken van de afspraak al geprobeerd duidelijk te maken.

Deze jr. is de zoon van sr., de aflijvige, zoals we intussen weten. Sr. heeft er een zootje en een zoontje van gemaakt. Liefhebberde wat met de ruimtelijke beleving als de "miraculeuze verlenging" van het lichaam, zoals de ook al niet zo heldere wijsgeer Merleau-Ponty ze omschreef. Verhuisde naar gelang van zijn invallen. In 1964 stichtte hij in Nijmegen de Academie voor Haptonomie en Kinesionomie (niet te verwarren met Keynesionomie).

Tien jaar later lichtte hij de hielen naar Overasselt. Hoogleraar J.J. Dijkhuis moest de benadering van de mens als lichamelijkheid (bezield lijf) wetenschappelijk schragen. Helaas kwamen er nooit toetsbare hypothesen uit de Veldmantherapie. Ruzie in het huishouden dus. Veldman hield uitverkoop, zelf bleef hij raadgever bij twee van zijn kibbelende leerlingen. Tot het te gortig werd, en hij met slaande deuren het hooggebergte bezuiden Perpignan opzocht. Waar hij zijn academie, in het Frans en wetenschappelijk, herstichtte. En jr. Overasselt overnam.

Het minste wat je hieruit kunt besluiten is dat Veldman sr. in beweging bleef. Dat is hem voortaan ontzegd. Eigenlijk bestaat de behandeling van tekorten als faalangst, obsessieve liefdadigheid, goedheidsdwang, inertie, besluiteloosheid of stuurloosheid in weinig meer dan zelfliefde en aanrakingen die je vaak beter door de kinesitherapeut dan door de molenwiekartsen laat uitvoeren.

In elk geval bespeelden de hippiecommunes dat destijds meesterlijk, en de gedichten van Simon Vinkenoog (liefst door hemzelf voorgedragen) hadden een zalvender effect voor het (met wiet verhoogde) zelfbewustzijn dan de gesimuleerde turnoefeningen voor ouderen van dagen. Die dan onder gezwets begraven werden. “Het zijn vooral de ons in het gemoed rakende affectieve contacten die voor de zelfontplooiing en het persoonlijk welbevinden van de mens van groot belang zijn.” En laat het nu toch wel weer die verfoeilijke, op efficiëntie en rede gerichte samenleving zijn die al deze basale vermogens ondersneeuwt, marginaliseert, ja uitlacht.

Je moet al een flink stuk zelftwijfel cultiveren om je over te geven aan het haptonomisch gezelschap. Let wel, strelingen kunnen vrij aangenaam zijn, mekaar eens lekker vastpakken, moet kunnen. Zeker in oorlogsomstandigheden, de tijd waarin Veldman zijn wat bizarre gedachten ontwikkelde. Toen de Nederlandse Wereldomroep de lapidaire vraag stelde: “Is haptonomie in 2010 een alom geaccepteerde therapie?”, luidde het laconieke maar zeer onthullende antwoord van ex-leerlinge Roos Ferdinandus: “Het wordt meer gehonoreerd door de medici en de verzekeraars.” Honoreren komt van honorarium, neem ik aan.

Over de patiënt geen woord. Of zeg ik beter: over de groupies? Want Ferdinandus zei het aarzelend maar niet minder eenduidig: “Hij was een soort goeroe." Lou De Palingboer was dat ook. En de Baghwan. Maar Veldman heeft “gelukkig” (dixit Monika Pollman van de Hap-Academie) hopen geschreven, en “we kunnen nog lange tijd verder met het bestuderen van zijn teksten”. Want zijn harde werk “blijkt maar weer uit de publicatie van zijn nieuwste boek, wat in kleine kring uitgegeven is met de titel Adesse Animo”. Spontaan welt dan in mij op: adeste fideles! Vreest niet, klein kuddeke.

En ik raak zachtjes met mijn wijsvinger mijn slapen aan. Hij ruste zacht, Frans Veldman.

Lukas De Vos
 

lees ook