Dit weekend worden de vogels weer geteld

Al tien winters lang organiseert Natuurpunt een telling van de vogels in de tuinen. Duizenden Vlaamse gezinnen tellen de vogels die naar hun voederplaatsen komen en geven de gegevens door. Ook dit weekend wordt er weer geteld.

Van 1 oktober tot 31 maart verzamelt Natuurpunt maandelijkse tellingen van een aantal vrijwilligers. Die sturen elke maand per vogelsoort het grootste aantal vogels door dat op een bepaald ogenblik in de tuin gezeten heeft. Daarnaast wordt er ook een Nationaal Telweekend gehouden en dat is dit weekend.

Hoe gebeurt dat? Na een voederbeurt tel je gedurende 30 minuten het aantal vogels dat op het eten afkomt. Per soort noteer je het grootste aantal dat zich op hetzelfde ogenblik in de tuin bevindt. Als je bijvoorbeeld op 6 februari om 9.34 uur drie koolmezen (kleine foto: onder een koolmees en een sijs) op de voederplank ziet, tien minuten later vier op de voederplank en een aan een mezenbol en even voor 10 uur geen, dan vul je voor koolmezen vijf in. Omdat niet alle soorten op hetzelfde ogenblik komen eten, is het toegelaten en zelfs nuttig om op verschillende tijdstippen te tellen. Het principe blijft steeds hetzelfde, ook van verschillende tellingen, geef je enkel het grootste aantal van een bepaalde soort door. Vogels die overvliegen of in de verte in het veld zitten, worden niet meegeteld. Scholen mochten overigens al op vrijdag 5 februari tellen.

De telgegevens kunnen elektronisch worden doorgegeven op de website van Natuurpunt of worden ingevuld op een papieren formulier en opgestuurd.

Geen experten

Natuurpunt zegt dat iedereen kan meetellen, je hoeft geen expert te zijn. Op de Natuurpunt-site staan foto's van de meest voorkomende vogels (kleine foto: een merel) en ook van een aantal minder talrijke tuinvogels. 

Verschillende kranten hebben de afgelopen jaren ook posters verspreid met de meest voorkomende vogels en ook daarmee kan men aan de slag. Heel wat mensen hebben ook een al dan niet uitgebreide vogelgids. Uiteraard wil ook een verrekijker helpen, maar verschillende soorten zijn ook prima herkenbaar met het blote oog.

Overigens staan op de site ook tips over hoe je vogels moet voederen, welk voer bijvoorbeeld welke vogels aantrekt, en zelfs hoe je je tuin aantrekkelijk kan maken voor vogels.

Tendenzen

Vorig jaar waren er 450 mensen die gedurende de winter elke maand gegevens doorstuurden over het aantal vogels en meer dan 6.600 mensen die aan het telweekend deelnamen. Daarbij werden bijna 290.000 vogels geteld.

Het is duidelijk dat uit de tellingen geen absolute aantallen kunnen worden afgeleid, in de aard van "in Vlaanderen zitten zoveel duizend merels", maar wel kunnen er tendenzen uit worden afgeleid en vergelijkingen worden gemaakt tussen de vogels onderling. Zo blijkt de merel in de meeste tuinen voor te komen, in bijna alle tuinen zelfs, net als de koolmees. Mussen, die meer in groep voorkomen, komen niet in alle tuinen voor, in zeven op de tien slechts, maar ze zijn wel de meest voorkomende soort.

Hun aantal daalt de laatste jaren wel en in Oost-Vlaanderen waren ze vorig jaar zelfs niet langer de meest voorkomende soort, maar werden ze voorbijgestoken door de vink. Wat vinken betreft is er doorgaans een tweejaarlijkse cyclus, het ene jaar zijn er veel, het volgende minder, wat samenhangt met de beschikbaarheid van beukennoten. Opvallende stijgers zijn de Turkse tortel (kleine foto) en de houtduif, die niet meer uit de top 10 weg te denken zijn en in steeds grotere aantallen in steeds meer tuinen voorkomen.

De vorige winter was een van de koudste sinds de start van de tellingen en dat leverde voor een aantal soorten spectaculaire aantallen op. Deze winter is nog kouder en dus worden er opnieuw grote aantallen appelvinken en staartmezen verwacht.

lees ook