De vader van de paria's

De ene dode is de andere niet. Politici, schrijvers, zangers, filmsterren en atleten halen wel de pers wanneer ze heengaan, maar niet iedereen krijgt een even groot afscheid. Lukas De Vos geeft de vergeten doden alsnog de in memoriam die ze verdienen.

Vic Van Bortel (1926 - 18/1/2010)

“Leren liegen, dat was het”. Een ingeving als een bliksemslag. Met dat credo in het achterhoofd begon pater jezuïet Victor Van Bortel uit Wilrijk zijn scholing van kinderen in Kishor Nagar (de "Jongensstad", in de arme Indiase deelstaat Jharkand) uit te bouwen. Het is minder zondig, en veel praktischer dan het klinkt.

Want ruim 800 jongens het hele lagere en middelbare onderwijs laten doorlopen zonder schoffering, schoolgeld of schaamte, het vergt verbeelding en breeddenkendheid. Anders dan de eerste grote jezuïet die India ging kerstenen, Franciscus Xaverius, wiens lijk door een vurige Portugese aanbidster een kleine teen werd afgebeten, vertrokken de Vlaamse jezuïeten niet om India te vuur en te zwaard te bekeren en zichzelf als relikwie achter te laten.

Van Bortel ging Xaverius vierhonderd jaar later achterna. Om het altijd aanwezige verwijt van "gesubsidieerd christendom’" (Jonathan Wright) en van neokolonialisme te ontlopen, leefde hij zich in in zijn omgeving. Zoals zijn onlangs overleden voorgangers Michael Windey in Alwal, de "Vlaamse Gandhi", en Michael Van den Bogaert in Rajpoer, richtte hij zijn aandacht onmiddellijk op de verworpenen der aarde. De kastelozen dus in India, de uitgebuiten, de uitgeslotenen. Dalits, weduwen, melaatsen, gehandicapten.

Een halve eeuw geleden was Van Bortel priester gewijd in Pune. Mocht hij nog leven, hij zou met hartzeer de recente bomaanslag in de joodse wijk hebben vernomen. Onverdraagzaamheid begreep hij niet. Want hij had intussen een hele mimikri doorgemaakt, hij was Indiër geworden met de Indiërs, wijs, rustig, onthecht.

En leep. Een plantrekker, en dat gaf hij graag toe: alles voor de opgevangen jongens, zelfs als de administratie dan een handje dient geholpen, door zelf om de veertien dagen “de school eens binnen te lopen om onze aanwezigheid in een "wettige" school op te geven, anders worden we geschrapt”; en door naam- en papierlozen desnoods een fictieve naam en geboortedatum te geven, want bij het eerste officiële examen schrijven de kinderen de naam van vader en moeder op, en “die mensen laten wij godsvruchtig overlijden”. De mammon van de bureaucratie is meteen gediend.

Van Bortel heeft in Ranchi vooral het besef van eigenwaarde, mondigheid en slagkracht aangezwengeld. Wie niets betekende kon doorgroeien, wie niets kon leerde lezen, schrijven, rekenen, brood bakken, de moestuin onderhouden, koken, en rijst planten.

Want Kishor Nagar is sinds 1969 zelfbedruipend, de beter opgeleiden bekommeren zich om de jongeren. En het zijn de minst bedeelden, “wie in de penarie zit”, die eerst worden aanvaard. Voor elke nieuwe leerling worden er 20 afgewezen. Maar de meisjes? “Sturen we naar het internaat in Sundil”, want meisjes blijven nog altijd van rechten verstoken. Berusting. “India is een mannenwereld”, dat is nu eenmaal zo.

En over godsdienst blijft hij discreet. "Open uitkomen waar je voor staat, dat wel. Maar het is belangrijker de vicieuze cirkel van rechteloosheid en armoede te doorbreken. Jongeren hebben minder vooroordelen. En elke godsdienst is gebouwd op eerlijkheid. Dat volstaat."

Dat hij in 2002 een eredoctoraat kreeg aan de Universiteit Antwerpen staat fraai, maar maakte hem erg weemoedig. Zijn derde reis naar Antwerpen sinds zijn vertrek naar Sri Lanka in 1952. Over de waardering hoefde hij niet te liegen. Maar over zichzelf wist hij maar al te goed dat het afscheid al lang genomen was, zelfs de dood van zijn ouders gebeurde in zijn afwezigheid. “Wat moet ik hier nog?”, zuchtte hij. En hij vertrok opnieuw, voorgoed, op weg naar zijn laatste lange reis.

Lukas De Vos