Nederlandse missie in Uruzgan stopt dit jaar

De Nederlandse soldaten die momenteel onder NAVO-toezicht in de zuidelijke Afghaanse provincie Uruzgan gestationeerd zijn, zullen eind dit jaar terug naar huis keren. Een ontslagnemend kabinet kan immers niet beslissen om de missie te verlengen.

De inzet van 2.000 soldaten in Uruzgan is het breekpunt geworden van de regering-Balkenende IV. De voorbije vier jaar zijn 21 Nederlandse soldaten omgekomen in de strijd tegen de taliban in de zuidelijke provincie van Afghanistan. De NAVO had Nederland gevraagd om de missie te verlengen. 

Het christendemocratische CDA van premier Jan Peter Balkenende en coalitiepartner ChristenUnie wilden die vraag niet meteen afwijzen, maar de Partij van de Arbeid van Wouter Bos wilde niet van een verlenging weten. Ook bij de Nederlandse bevolking was de steun voor de missie verminderd door het grote aantal slachtoffers.

Door op te stappen uit de regering-Balkenende IV haalt de PvdA zijn slag thuis. Een ontslagnemend kabinet kan immers geen omstreden regeringsbesluiten nemen. Zelfs al gaat Balkenende voort met de ChristenUnie in een minderheidskabinet, dan raakt het besluit nooit door de Tweede Kamer. 

Met de val van de regering komt dus normaal gezien ook een einde aan de Nederlandse missie in Afghanistan. Een nieuwe regering kan na de verkiezingen wel beslissen om de missie toch te verlengen, maar dan moet er daarover opnieuw overeenstemming zijn tussen de verschillende coalitiepartners.