Leopold II: koning-bouwheer met privékolonie

Koning Leopold II zag de dingen op het einde van de 19e eeuw niet bepaald klein. In 1885 verwierf hij Congo-Vrijstaat als zijn eigen privékolonie. De vorst zette er nooit een voet, maar was niet te beroerd om met de opbrengst van onder meer de rubberoogst grootse bouwprojecten in eigen land te financieren. Leopold II is als het ware de eerste "chef" van Congo.

Rond 1880 begint de "scramble for Africa", de eerste fase van het kolonisatieproces van het zwarte continent, waarbij de Europese landen de Afrikaanse koek onder hen verdelen. De grote slokoppen daarbij zijn Frankrijk en Groot-Brittannië.

Leopold II, de tweede koning der Belgen, vindt dat hij niet mag achterblijven. Vanaf 1879 sponsort hij een verkenningstocht van de Brits-Amerikaanse journalist Henry Morton Stanley. Die maakt in de periode 1879-80 een expeditie op de Congo-stroom, in dienst van de Association Internationale Africaine van Leopold II. Het gebied aan de zuidelijke oever neemt hij in bezit voor de koning en in 1881 sticht hij de handelspost Leopoldville, het latere Kinshasa.

In 1885 richt Leopold de Vrijstaat op en krijgt hij hiervoor de toestemming van de andere Europese landen op de Conferentie van Berlijn. De koning heeft eindelijk zijn kolonie en dat vergroot alleen maar zijn prestige op de internationale scène. Hij stelt een algemeen bestuurder van de Vrijstaat aan en richt de Openbare Weermacht of Force Publique op om de orde te handhaven.

  • Leopold Lodewijk Filips Marie Victor van Saksen-Coburg en Gotha
  • 1835-1909
  • Koning der Belgen
  •  "Leer de negers om hun helden te vergeten en alleen de onze te vereren. Geef nooit een stoel aan een zwarte die u komt bezoeken. Geef hem nooit meer dan één sigaret. Nodig hem nooit uit om te komen eten, zelfs al geeft hij je een kip telkens je hem komt bezoeken"  (toespraak voor Belgische missionarissen uit 1883)

De kolonie moet opbrengen

Leopold II is niet bepaald een onbemiddeld man, maar niet rijk genoeg om de ontwikkeling van het hele grondgebied van zijn immense kolonie te bekostigen. In de eerste jaren is de Vrijstaat dan ook een zwaar verlieslatende onderneming voor de vorst.

Dat moet veranderen, en Leopold wordt daarbij geholpen door de opkomende automobielnijverheid, die behoefte heeft aan rubber. Leopold eist een maximaal rendement van zijn kolonie. Zijn Openbare Weermacht gaat erop toezien dat de rubber- en ivooroogst maximaal opbrengt en ontziet daarbij de lokale bevolking niet. Er worden onder meer strafkampen voor vrouwen en kinderen opgericht, waar de mannen hun gezinsleden kunnen vrijkopen met de nodige hoeveelheid rubber of ivoor.

In 1904 komt de reputatie van Leopold in het gedrang door de gruwelverhalen van afgehakte handen, martelingen, verkrachtingen, onthoofdingen, slavernij en volkerenmoord uit Congo Vrijstaat. Het schrikbewind in de Afrikaanse kolonie kost veel mensenlevens. De schattingen over het aantal slachtoffers variëren van 3 tot 20 miljoen. Deze cijfers zijn moeilijk hard te maken, want gegevens over de bevolkingsdichtheid in het 19e eeuwse Congo ontbreken grotendeels.

In elk geval is er een dramatische bevolkingsafname in het kroondomein. De talrijke misbruiken leiden tot een internationale campagne tegen het schrikbewind van Leopold II in Congo-Vrijstaat. De koning moet een internationaal samengestelde parlementaire onderzoekscommissie toelaten, die in een rapport in 1905 de beschuldigingen grotendeels bevestigt.

Het vernietigende rapport leidt mede tot de overname van Congo-Vrijstaat door de Belgische staat in 1908. Congo-Vrijstaat wordt Belgisch Congo en er volgen investeringen in onderwijs, gezondheidszorg,infrastructuur en economie.

Kritiek uit eigenbelang

De kritiek op het bestuur van Leopold in Afrika komt vaak uit Britse hoek, en dat is niet helemaal zonder eigenbelang. Zo heeft de Britse magnaat Cecil Rhodes - de stichter van Rhodesië - zijn oog laten vallen op de ertsrijke provincie Katanga. Hij wil het wingewest van zijn British South Africa Company uitbreiden in noordelijke richting, maar dat kan Leopold verhinderen.

De troepen van de Belgische koning voeren ook strijd met Oost- Afrikaanse slavenhandelaars zoals Tippu Tip. Leopold wil zich naar eigen zeggen niet inlaten met slavernij, maar in realiteit wil hij Tippu Tip uit de weg omdat die te veel werkkrachten en ivoor weghaalt uit Centraal-Afrika, werkkrachten die Leopold liever zelf gebruikt en ivoor dat hij liever zelf verhandelt.

Bouwen met geld uit Afrika

Met het geld dat Leopold verdient aan zijn Congo financiert hij in eigen land heel wat bouwwerken. Zijn bijnaam "koning-bouwheer" krijgt hij dan ook niet voor niets.

Naar het voorbeeld van Parijs laat hij Brussel heraanleggen. Een mooi voorbeeld hiervan is de Tervurenlaan. Naar aanleiding van de 50e verjaardag van België laat hij het Jubelpark bouwen, compleet met triomfboog. En er volgt nog meer: het Koninklijk Paleis, het Kasteel van Laken, de Koninklijke Serres in Laken (foto), de basiliek van Koekelberg, de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Laken, het Justitiepaleis, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten.

In Antwerpen financiert hij de uitbouw van de Zoo en laat hij het Centraal Station en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten bouwen. Ook in Oostende - een van zijn favoriete vakantiebestemmingen - laat de vorst zijn visitekaartjes achter: de Koninklijke Gaanderijen, het Koninklijk Chalet, het Maria-Hendrikapark, de Koninklijke Stallingen, de Sint-Petrus- en Pauluskerk en de De Smet de Naeyerbrug.

Hoe dan ook blijft de politieke erfenis van Leopold wrang. In 2004 hakken onbekenden de hand van zijn standbeeld in Oostende af: een protestactie om de slachtoffers van zijn schrikbewind in Afrika in herinnering te brengen.

Rik Arnoudt

Meest gelezen