De bloeiende filmindustrie van New Orleans

Dood en verderf. Vernieling en verwoesting. Plunderingen en misdaad. Dat zijn de beelden en het imago die New Orleans na Katrina met zich meedraagt en die in "Bad lieutenant: Port of call – New Orleans" ook bevestigd worden. De grootste stad van Louisiana is een oord waar je ’s avonds best niet in je eentje op straat komt, zo luidt het.

Dat de nieuwe "Bad lieutenant" zich afspeelt in New Orleans is een initiatief van hoofdacteur/producent Nicolas Cage. Hij heeft lange tijd in de stad gewoond (tot de belastingdienst hem zijn beide huizen afnam) en voelt zich innig met de plek verbonden. Regisseur Werner Herzog kon zich daar perfect in vinden, omdat de sfeer van verrotting die in de moerasstad hangt goed past bij de thematiek van moreel verval.

De voornaamste reden waarom deze variatie op Abel Ferrara’s cultklassieker uit 1992 niet "Bad lieutenant: Port of call – Atlanta" of  "Bad lieutenant: Port of call – San Diego" heet, heeft echter te maken met de belangrijkste motivator in de filmbusiness: geld. "De producenten krijgen van de staat Louisiana zeer interessante belastingvoordelen", legt Herzog uit. Maatschappijen die hun tenten opslaan in New Orleans, Baton Rouge of Shreveport en meer dan 300.000 dollar uitgeven, kunnen rekenen op 30 procent vrijstelling.

Film big business in The Big Easy

Acht jaar geleden stelde de filmindustrie in Louisiana nauwelijks iets voor. Vandaag is ze goed voor 10 procent van de volledige Amerikaanse productie. Warner Bros., een van de grote Hollywoodstudio’s, zet enkel in Los Angeles en New York meer projecten op stapel. Volgens de staat Louisiana hebben de voordelen al voor duizenden jobs en meer dan 2 miljard dollar inkomsten voor de plaatselijke nijverheid gezorgd. Hotels, restaurants, autoverhuur, inhuren van vaklui en uitrusting, het draagt allemaal een steentje bij.

In 2005 kozen 9 film- en televisieproducties de staat als locatie, vorig jaar waren dat er 21. En de bestellingen blijven binnenkomen. Onder meer "Ray", "The curious case of Benjamin Button" en Oliver Stones Bush-biografie "W." werden in Louisiana gedraaid.

De staat doet er ook alles aan om zijn groei te bestendigen. Tot voor kort volstonden de troeven die The Big Easy (zoals New Orleans ook heet) op tafel kon leggen vaak niet om producenten over de streep te trekken. Belastingvoordelen, exotische locaties en een behulpzame bevolking konden namelijk niet verbergen dat er nauwelijks studio’s waren waar binnenopnames afgewerkt konden worden. Dat euvel is nu ook zo goed als voorbij, met ruim 55.000 vierkante meter nieuwe ruimte. De filmindustrie zou de volgende vier jaar nog met 40 procent moeten groeien, zeggen kenners.

Meer films in Louisiana dan in Hollywood

De situatie zorgt intussen voor merkwaardige uitwassen. Op dit moment wordt bijvoorbeeld meer gedraaid in Louisiana dan in Hollywood. In de film "Battle: Los Angeles" (voorzien voor de zomer van 2011) neemt een bataljon Amerikaanse mariniers het op tegen buitenaardse wezens die in Los Angeles zijn geland. Maar de actiethriller wordt wel gefilmd in de Pelican State, op een paar shots van Santa Monica na. De kijker zal het verschil niet merken, benadrukken de producenten.

U kunt er dus op aan dat u in de nabije toekomst wel meer taferelen uit New Orleans op het kleine en grote scherm zal zien verschijnen. David Simon, de geestelijke vader van "The wire", werkt momenteel aan het eerste seizoen van "Treme", een serie over de toestand in de Big Easy. Warner Bros. bereidt er zijn volgende blockbuster "Green lantern" voor. En Nicolas Cage zit er met zowel "Drive angry" als "The hungry rabbit jumps". Als je er eenmaal je hart verloren bent, raak je er blijkbaar niet meer weg.

Ruben Nollet