VS-overheid stapt uit Citigroup

De Amerikaanse overheid gaat dit jaar haar belang van 27% in de grootbank Citigroup verkopen. Daarmee brengt de VS een succesvol einde aan de reddingsoperatie voor een van de grootste banken in Amerika.

De voorbije jaren was de overheid in drie keer tussenbeide gekomen om Citigroup te redden. Zo stapte Washington voor 25 miljard dollar in het kapitaal van de zieltogende groep en kreeg die nog eens 20 miljard steun uit TARP, het noodfonds dat eind 2008 was opgezet voor de financiële sector.

Eind december had Citigroup die noodlening al terugbetaald. Nu wil de Amerikaanse overheid nog dit jaar haar belang van 27% in Citigroup in schijven verkopen. De regering belooft dat op een geordende manier te doen zodat de beurskoers er niet onder zal lijden.

Tegen de huidige koers zou die verkoop 33 miljard dollar in de staatskas brengen. Dat is een nettowinst van acht miljard dollar en dat zou een forse opsteker zijn voor het beleid van president Barack Obama.

De voorbije maanden hebben ook Goldman Sachs en Bank of America al een miljard noodkredieten terugbetaald aan de overheid. Eind vorig jaar had die al 165 van de 700 miljard dollar uit het TARP-fonds terugbetaald gekregen. Dat leverde toen een winst van 16,9 miljard dollar aan intresten en dividenden op.