Servië veroordeelt bloedbad in Srebrenica

Het Servische parlement heeft in een resolutie de moord op ongeveer 8.000 moslims in Srebrenica veroordeeld. Met de resolutie komt een einde aan de jarenlange ontkenning van de omvang van het bloedbad dat 15 jaar geleden werd aangericht door Servische militieleden in de Bosnische stad.
Herdenkingsmonument voor de slachtoffers van het bloedbad in Srebrenica.

De verklaring werd goedgekeurd door 127 van de 173 aanwezige parlementsleden. De tekst veroordeelt het bloedbad, maar omschrijft het drama niet als een genocide. Het parlement biedt ook zijn excuses aan aan de families van de slachtoffers.

De resolutie was ingediend door de prowesterse regering van Servië. Die wil het land lid maken van de Europese Unie.

Het drama in Srebrenica staat symbool voor de gruwel van de Balkanoorlog in de jaren 90. Op 11 juli 1995 werd de Bosnische stad bestormd door de Bosnisch-Servische troepen van generaal Ratko Mladic. Na de inname van de stad werden naar schatting 8.000 moslims gedeporteerd en omgebracht. Bij Srebrenica waren destijds Nederlandse VN-blauwhelmen gelegerd, maar zij slaagden er niet in het drama te vermijden.

 

Teleurstelling

Overlevenden en nabestaanden van de slachtpartij in Srebrenica zeggen dat de motie van het Servische parlement weinig waard is. Ze vinden het niet kunnen dat de term genocide niet opgenomen werd in de tekst. "Voor ons betekent dat niets aangezien de term genocide nergens wordt gebruikt", aldus Hajra Catic van de organisatie "Vrouwen van Srebrenica". Haar man en zoon werden gedood in Srebrenica.

Positievere reacties kwamen er van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner. Die bestempelde de Servische motie als "een belangrijke stap vooruit (...) op de weg  van Servië en zijn buren naar een gemeenschappelijke Europese toekomst". Ook het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en de Europese verantwoordelijke voor Buitenlandse Zaken,  Catherine Ashton, zijn  tevreden met het Servische gebaar.