Ministers bedolven onder parlementaire vragen

Vragen staat vrij, ook in de parlementen zo blijkt. De ministers en hun kabinetten worden er bedolven onder de parlementaire vragen. Nooit eerder stelden onze parlementsleden er zoveel. Niet alle vragen blijken echter even nuttig te zijn.

De explosie aan vragen is vooral een probleem in de Kamer, schrijven de Concentra-kranten. In 3 jaar tijd hebben de 150 Kamerleden al 32.000 mondelinge en schriftelijke vragen gesteld. Dat is een gemiddelde van 43 per dag. Aan dit tempo sluit de Kamer de legislatuur in 2011 af met 43.000 vragen, een absoluut record.

Het Vlaams Parlement is nog maar een half jaar ver in deze legislatuur, maar toch zijn er al 4.100 vragen gesteld. Als de Vlaamse parlementsleden zo doorgaan, zullen er op het einde van de legislatuur in 2014 32.000 vragen zijn gesteld, meteen het dubbele van de legislatuur 1999-2004. In de vorige legislatuur werden in het Vlaams Parlement 19.000 vragen gesteld.

Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) en Kamervoorzitter Patrick Dewael zoeken naar een methode om het aantal vragen onder controle te houden. Want niet alle vragen blijken even nodig te zijn. Zo stoort Peumans zich aan te veel vragen over puur lokale problemen, zoals de veiligheid op een kruispunt of problemen in een bepaald bedrijf.