Haïti zet spoed achter ontruiming kampen

De Haïtiaanse overheid laat tientallen kampen ontruimen waar overlevenden van de aardbeving van drie maanden geleden in woonden. De regering zegt dat ze de terreinen nodig heeft.

Na de aardbeving van 12 januari werden meer dan een miljoen Haïtianen dakloos, vooral uit de hoofdstad Port-au-Prince, en moesten ze onderdak zoeken in de vele kampen die hulporganisaties hebben opgericht. Maar de regering wil die kampen nu laten ontruimen omdat ze de terreinen nodig heeft.

Het gaat onder meer om een school in de hoofdstad waar 10.000 daklozen onderdak hadden gevonden. Omdat de scholen opnieuw opengaan, moeten de vluchtelingen weg. Ook op markten en privéterreinen moeten de dakloze Haïtianen plaats ruimen.

"Ik heb ook gehoord dat privé-eigenaars drukt uitoefenen op de mensen en hen nog één à twee weken tijd geven, maar dat ze dan weg moeten", zegt de Vlaamse pater Jan Hoet, die in Haïti woont.

De daklozen verzetten zich tegen de ontruiming. "De mensen laten verstaan dat ze geen andere plaats hebben, maar ze worden wel gestimuleerd om naar bepaalde terreinen buiten de stad te gaan", zegt Hoet.

De Verenigde Naties reageren "verrast" op de versnelde ontruiming van de vluchtelingenkampen. Ze maken zich zorgen over het lot van de daklozen nu het regenseizoen voor de deur staat. Ze vrezen ook dat de Haïtiaanse overheid geweld zal gebruiken bij de ontruiming.

Volgens een bron binnen de Haïtiaanse overheid zouden duizenden vluchtelingen dan weer een bewoonbaar huis hebben, maar toch verkiezen om in de kampen te blijven om er van de hulp te genieten en huurgeld uit te sparen.