Het rommelt in het Belgische huis

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er een aantal gebeurtenissen die de tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen scherper stellen, waardoor de politici gaandeweg gaan beseffen dat het land toe is aan een andere bestuurlijke indeling.
Minister Paul-Henri Spaak, in het midden, neemt deel aan een betoging tegen de terugkeer van Leopold III naar Brussel.

De koningskwestie brengt voor de eerste keer duidelijk aan het licht dat Vlamingen en Franstaligen anders denken.

Met name het referendum van 1950 over de vraag of Leopold III mag terugkeren als koning of moet aftreden, verdeelt het land. De positie van Leopold III was omstreden geworden wegens zijn houding tijdens de oorlog en zijn huwelijk met Lilian Baels.

58 procent van de Belgen stemt voor de terugkeer van de koning, maar die meerderheid is uitsluitend op het conto van de Vlamingen te schrijven, van wie 72 procent voor Leopold stemt. In Wallonië is er een meerderheid tegen de terugkeer van de koning.

Als de koning inderdaad terugkeert, breken er vooral in Brussel en Wallonië zware onlusten uit. Bij Luik schiet de rijkswacht drie betogers dood.

Uiteindelijk doet Leopold onder zware politieke druk troonsafstand ten voordele van zijn zoon Boudewijn.

Een Waalse separatistische oprisping

In 1960 leidt de Eenheidswet van de rooms-blauwe regering van Gaston Eyskens tot grote sociale onrust in het land. De besparingen die de wet oplegt, stuiten vooral in Wallonië op zwaar verzet van de vakbonden.

Onder meer de Luikse vakbondsleider André Renard argumenteert dat Wallonië geen baat heeft bij een economisch beleid dat op Belgisch niveau wordt bepaald. De “Etat belgo-flamand” heeft volgens hem geen belangstelling voor de specifieke problemen van de Waalse industrie.

In elk geval blijkt dat Vlamingen en Walen niet altijd dezelfde economische noden hebben.

Onderwijskwestie zet land op stelten

Volgens de taalwetgeving mocht de Katholieke Universiteit Leuven tweetalig blijven, ondanks het feit dat Leuven ten noorden van de taalgrens ligt, in Nederlandstalig gebied. Voor de Vlamingen lag dat moeilijk.

De uitbreiding van de universiteit met bijkomende vestigingen in Waver (Wallonië) en Sint-Lambrechts-Woluwe (Brussel) wekt argwaan bij veel Vlamingen.

De kerkelijke overheid wil de universiteit niet opsplitsen, maar de Vlamingen gaan de splitsing van de KUL in een Nederlandstalige en een Franstalige afdeling eisen.

In de periode 1967-1968 komt een grote Vlaamse protestbeweging op gang. In 1968 valt de regering-Vanden Boeynants over de kwestie en zien de politieke en kerkelijke overheden in dat een splitsing onafwendbaar is.

De KUL in Leuven wordt Nederlandstalig. Voor de Franstalige universiteit wordt ten zuiden van de taalgrens een compleet nieuwe stad gebouwd in Louvain-la-Neuve.

Binnen de nieuwe regering van Gaston Eyskens groeit het besef dat de unitaire staat de spanningen tussen Nederlandstaligen en Franstaligen niet meer kan kanaliseren.

Rik Arnoudt