The Beatles inspireren filmmakers

In "Nowhere boy*" de eerste bioscoopfilm van de Britse fotografe en kunstenares Sam Taylor-Wood, wordt ingezoomd op de tienerjaren van John Lennon (vertolkt door Aaron Johnson) in Liverpool, toen hij opgevoed werd door zijn tante Mimi (rol van Kristin Scott Thomas) en uiteindelijk moest ontdekken dat zijn echte moeder vlakbij woonde.Niet te verwonderen dus dat de Lennon-song "Mother" ook op de soundtrack van deze biopic staat.

Er zijn in het verleden een paar films gemaakt mét The Beatles, zoals de speelfilms "A hard day's night" en "Help", allebei van regisseur Richard Lester, waarin de Fab Four (min of meer) zichzelf speelden. Van zijn kant acteerde John Lennon ook mee in enkele films, zoals de satirische oorlogsfilm "How I won the war" uit 1967 van dezelfde Lester.

Maar er zijn inmiddels nog veel méér films óver The Beatles gemaakt, zoals "I wanna hold your hand" uit 1978 van regisseur Robert Zemeckis (en geproduceerd door Steven Spielberg), waarin de lotgevallen worden verteld van vier fans die alle moeite van de wereld doen om het (inmiddels legendarische) optreden van The Beatles in de Ed Sullivan- show bij te wonen.

In 1981 was er "Beatlemania, the movie" van Joseph Manduke, de filmversie van de gelijknamige, erg succesrijke musical waarin vier lookalikes een resem hits ten gehore brachten. En elk succesrijk fenomeen heeft natuurlijk recht op een parodie, zoals dat dan ook gebeurde in 1978 met de zogenaamde mockumentary "The Rutles", met als ondertitel "All you need is cash" van regisseur Eric "Monty Python" Idle, die zowaar George Harrison voor een gastrolletje als Interviewer wist te strikken.

Een van de betere films óver de mythische band was ongetwijfeld
"Backbeat" van de Engelse regisseur Iain Softley, dat zich volledig situeerde in de periode 1960-62, toen The Beatles wel al The Beatles heetten - voorheen waren er namen geweest als The Quarrymen, Johnny And The Moondogs en The Silver Beetles - maar toch nog niet als The Fab Four door het leven gingen. De reden was eenvoudig: de jonge muzikanten uit Liverpool waren toen absoluut nog niet ‘fabulous’en ze waren trouwens nog met vijf.

De vijfde Beatle is nooit een Beatle geweest

Over die vijfde Beatle, nl. Stuart 'Stu' Sutcliffe, ging het voornamelijk in "Backbeat", waar we hem leren kennen als de beste vriend van John Lennon en waar we hem dan samen met Paul McCartney, George Harrison en drummer Pete Best (die later door Ringo Starr vervangen zou worden) naar Hamburg zien vertrekken, waar ze in het begin van de jaren 60 op de beruchte Reeperbahn probeerden hun kost te verdienen en hun techniek te verbeteren in de rokerige Kaiserkeller en andere stripteasetenten.

In Hamburg zou Stu kennis maken met de Duitse fotografe Astrid Kirchherr (in de film vertolkt door Sheryl "Laura Palmer" Lee) en via haar geïntroduceerd raken in de Duitse artistieke scène van de exis (existentialisten), waar de Beatles later naar verluidt hun typische Pilzenkopf-kapsel vandaan haalden. Uiteindelijk zou Stuart, tot ontgoocheling van de jaloerse John, de groep in de steek laten voor Astrid én een schilderscarrière. Maar de vijfde Beatle overleed al op 10 april 1962 op 21-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Volgens producent Stephen Woolley was "Backbeat" de eerste Beatles-film die echt over sex, drugs & rock 'n roll ging, in tegenstelling tot bij voorbeeld hun eigen filmavonturen met Richard Lester, waarin ze, aldus nog steeds volgens Woolley, eerder als "goody-goody Beatles" werden opgevoerd.

In "Backbeat" had Lennon duidelijk moeite met het feit dat hij zijn vriend Stu dreigde te verliezen aan Astrid enerzijds en aan Kunst met een grote K anderzijds. Zijn theorie in verband met de avant-garde kunst, waarin Stuart en Astrid elkaar gevonden hadden, wist hij trouwens bondig samen te vatten in de
slagzin: “It's all dick” (vrij vertaald: Het is allemaal klote). Maar alle verhoudingen in acht genomen, kan men stellen dat de latere verhouding tussen John Lennon en Yoko Ono toch wel duidelijke parallellen vertoond met de passionele relatie tussen Stu en Astrid.

In "BackBeat" waren geen échte Beatles-songs te horen, omdat de groep pas na het vertrek van Stu Sutcliffe doorbrak met eigen nummers, zoals "Love me do". Wel zijn er talrijke "golden oldies", die indertijd door de Beatles gecoverd werden, zoals "Long tall Sally"; "Twist and shout", "Good golly miss Molly" en "Please mr. postman".

Voor die songs had muziekproducer Ron Was (van de groep Was Not Was) niet geprobeerd de typische Beatles-sound te imiteren, omdat hij de aanbeveling van zijn raadgever Ringo Starr wilde volgen, namelijk: “Don’t try to sound like the Beatles, because the Beatles didn’t even sound like the Beatles then”.

Wat Ron Was wél geprobeerd heeft, was de rauwe energie en wilde spontaniteit van die prille periode te reproduceren en daarvoor deed hij beroep op een aantal rockers uit diverse bands. Zo werd de zogenaamde "Backbeat"-band samengesteld uit drummer Dave Grohl van Nirvana, basgitarist Mike Mills van R.E.M., gitarist Thurston Moore van Sonic Youth en gitarist Don Fleming van Gumball.

Jan Temmerman