Walentynowicz, symbool van de "nieuwe mens"

Thuis heb ik nog een ansichtkaart, met daarop snor en baard, een vakbond Solidariteit. Ik werkte nog aan de Universiteit Antwerpen en kreeg door lachende, aanmoedigende kompels en dokkers een speldje opgestoken, Solidarnocz.

Het was 1981, het Poolse communisme was nog niet aan abdiceren toe. Generaal Jaruzelski moest half december nog de macht grijpen, maar er was al flink wat vakbondsverkeer tussen West-Europa en Polen. De toekomst lag nog open, het oerbos van Bialowieza nog ongerept.

We zijn twintig jaar verder. Dan stort de Tupolev van president Kaczynski neer bij Smolensk. Ik hoor veel blijken van deelneming in de Europese gremia, ik zie veel krokodillentranen, want heel wat Europeanen van de oude stempel zijn die dwarse Polen liever kwijt dan rijk.

Kaczynski had zich ook allesbehalve geliefd gemaakt in de aanloop naar de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon en in de zaak van Amerikaans raketafweer in Midden-Europa. Als je het lijstje overloopt van wie in de mist en het verkoolde bos gebleven is, kun je amper een gesmoorde zucht van leedvermaak onderdrukken.

Nogal wat eurosceptici zijn met hun president ten onder gegaan. Maar dan zie je ook de naam van Anna Walentynowicz staan, hét symbool van de “nieuwe mens”die Lenin graag ontworpen had, maar die het Sovjet-communisme tot een karikatuur, en vooral tot een nieuwe moedzjik, een nieuwe industriële dompelaar, had omgebogen.

Walentynowicz had alles mee om de Marianne van het Vrije Polen te worden. Ze was wees, alleenstaand, leefde tot haar dood in een hok van bij de 40 vierkante meter, bracht daar een zoon groot, en doorliep alle stadia van de fiere werkmens die zegevierend de toekomst tegemoet schreed.

Boerenmeid, inpakster, lasser op de beroemde/beruchte scheepswerf van Gdansk. En daar verloor ze haar geloof in het rode oosten. Ze gaf een ondergronds blaadje uit, de Robotnik Wybrzeza, ze werd de drijvende kracht van dissidente stromingen.

Het kwam haar vlak voor haar pensioen op ontslag te staan in de woelige eerste maanden van het vakbondsverzet – maar de directie moest inbinden, en Walentynowicz ging nog feller te keer dan tevoren. Was Walesa (foto) het gezicht van Solidariteit, dan was zij de wankelmotor van het arbeidsprotest en de werfbezetting.

Het leidde tot een blijvende vete tussen de opportunist (en latere president) en de ziel van de tegenstroom. Walentynowicz vergaf Walesa’s verburgerlijking nooit en stapte het af bij Solidariteit. Ze bleef halsstarrig afstand houden van Solidariteit na de omwenteling van 1989 en weigerde zelfs het ereburgerschap van Gdansk.

Het is de ironie van de geschiedenis dat ze omkwam aan boord van een oud Sovjetvliegtuig – bros, zoals de nu gesloten scheepswerf waar ze werkte, en Russisch, waar ze naartoe vloog om eindelijk de open verontschuldigingen te horen voor de massamoord in 1940 op honderden legerofficieren in Katyn (die Stalin schaamteloos in de schoenen van de nazi’s had geschoven).

Maar ze overleeft zichzelf, omdat ze in zeker vier films zichzelf uitbeeldde. Andrzej Wajda portretteerde haar in De Man van Staal (1981), en Volker Schlöndorff romantiseerde haar leven in Staking (Strajk – Die Heldin von Danzig, 2006).

Ik heb mijn speldje van Solidariteit terug bovengehaald uit een doosje met gedevalueerde zloty’s en stiekem opgestoken. De opvallende kokarde die het conservatieve europarlementslid Derk-Jan Eppink in het revers droeg, een Poolse adelaar met een zuinig zwart streepje over, leek mij te nadrukkelijk. Walentynowicz zou er net zo over gedacht hebben. Denk ik. Ik heb mijn speldje aan de binnenkant gestoken – en mij, voorspelbaar, geprikt. Ja, historisch bewustzijn heeft zijn prijs.

Lukas De Vos