Zimbabwe viert 30 jaar onafhankelijkheid

In Zimbabwe wordt de 30e verjaardag van de onafhankelijkheid van het land gevierd. Dat gebeurt met gemengde gevoelens omdat het land, dat eens de graanschuur van Afrika werd genoemd, economisch totaal aan de grond zit.

De geschiedenis van de zwarte bevolking van Zimbabwe gaat meer dan duizend jaar terug toen de Shona zich in het gebied vestigden. De Shona waren voornamelijk landbouwers en jagers. Vandaag de dag vormen ze vier vijfde van de bevolking van Zimbabwe.

In de eerste helft van de 19e eeuw vestigden zich in het zuiden van land de Ndebele, veehoeders die nauw verwant zijn met de Zulu's uit Zuid-Afrika. De soms moeilijke verhouding tussen deze twee bevolkingsgroepen heeft tot op vandaag een invloed op het politieke klimaat.

De koloniale tijd

Tegen het einde van de 19e eeuw trokken de grondstoffen van  het land de aandacht  van de Engelse kolonialen. De British South Africa Company onder leiding van Cecil Rhodes startte in 1888 met de ontginning van de aanwezige ertsen. Langzaamaan vestigden zich meer en meer blanken in het zuiden van het land.

Alhoewel de exploitatie van de ertsen tegenviel, bleven de Europeanen. Ze schakelden meer en meer over op het bewerken van het land. De lokale bevolking leefde strikt gescheiden van de blanken en in 1896 en 1897 werden twee opstanden de kop ingedrukt. Het nieuwe land kreeg de naam van de eerste blanke pionier, Rhodesië.

De Britse regering had weinig interesse in het gebied en gaf het in 1923 de keuze tussen een inlijving bij Zuid-Afrika of een kolonie met zelfbestuur. De kolonisten kozen voor het zelfbestuur, waarvan de zwarte bevolking wel uitgesloten was.

In 1965 verbrak de blanke regering onder leiding van Ian Smith de banden met Groot-Brittannië en riep ze eenzijdig de onafhankelijkheid van het land uit. Er volgde formeel protest van de Britse regering, maar die deed geen poging om haar gezag over het gebied opnieuw te vestigen.

Zwart verzet

Met de uitroeping van de republiek ging ook een verscherping van de apartheidsmaatregelen tegen de zwarte bevolking gepaard, wat internationaal protest uitlokte. Er volgden economische sancties en een handelsembargo van de VN. Het blanke Rhodesië werd alleen door Zuid-Afrika erkend.

In het land zelf was intussen ook een georganiseerde zwarte verzetsbeweging tegen de blanke overheersing ontstaan. De eerste grote beweging was de Zimbabwe African People's Union (ZAPU) van Joshua Nkomo, die haar aanhang vooral vond bij de Ndebele. Korte tijd later ontstond een afsplitsing onder leiding van Robert Mugabe, de Zimbabwe African National Union (ZANU). Die richtte zich vooral op de belangen van de Shona.

ZAPU en ZANU begonnen eind de jaren 60 met sporadische guerilla-activiteiten tegen de regering. Vanaf 1970 werden die acties opgevoerd en in 1976 gingen de twee organisaties samenwerken in een Patriotisch Front.

De binnenlandse en internationale druk op de regering werd uiteindelijk te groot en in september 1979 nodigde de Britse regering Ian Smith en de zwarte verzetsleiders uit op  een conferentie in Lancaster House in Groot-Brittannië. Na drie maanden onderhandelen tekenden de partijen de Lancaster House Agreement, waarmee een einde kwam aan de burgeroorlog.

De verkiezingen in februari 1980 werden met groot overwicht gewonnen door de ZANU en ZAPU die er gezamenlijk aan deelnamen. De blanken haalden een vijfde van de zetels. Die waren volgens het akkoord voor hen voorbehouden. Op 18 april werd Zimbabwe officieel onafhankelijk, Mugabe werd de eerste premier.

Mugabe grijpt de macht

Aanvankelijk voerde Mugabe een gematigd bewind. Ian Smith werd adviseur van de regering en zette zich internationaal in voor de handelsbelangen van het land. Maar na enkele jaren begon Mugabe zich van zijn bondgenoten te ontdoen.

De eerste die aan de beurt kwam, was Joshua Nkomo, die zijn machtsbasis vooral bij de Ndebele had. Nkomo was minister van Binnenlandse Zaken maar werd in 1982 gearresteerd omdat hij een complot tegen de regering zou beramen. De Ndebele kwamen daarop in opstand, maar hun verzet werd hardhandig gefnuikt. Naar schatting 20.000 Ndebele kwamen om het leven. In 1988 fuseerden de ZANU en de ZPU tot een eenheidspartij ZANU-PF.

Na de verkiezingen van 1985 rekende Mugabe af met de blanke oppositie. Ondanks het feit dat bij de onafhankelijkheid overeengekomen was dat de blanken recht hadden op 20 van de 100 zetels, schrapte Mugabe die blanke zetels. Ian Smith trok zich teleurgesteld terug uit de politiek en verhuisde enkele jaren later naar het buitenland.

Ten slotte werd ook de president, de zwarte dominee Banana, aan de kant gezet. Mugabe liet in 1987 de grondwet aanpassen zodat de positie van de president versterkte en nam een jaar later het presidentschap van Banana over.

Economische achteruitgang

In de jaren 90 nam het verzet tegen de vriendjespolitiek van Mugabe en de slechte economische toestand alsmaar toe. Mugabe richtte daarom zijn pijlen op de blanke boeren die volgens hem verantwoordelijk waren voor de economische malaise.

In 1999 liet hij de grondwet aanpassen waardoor het voortaan mogelijk zou zijn om boeren te onteigenen zonder daarvoor een compensatie te betalen. Alhoewel de grondwetswijziging werd verworpen in een referendum en het Hooggerechtshof er zich tegen uitsprak, zette de regering de hervormingsplannen door.

In 2001 riep Mugabe zijn aanhangers op om de blanke boeren uit hun boerderijen te zetten. Ze werden daarbij geholpen door milities die de boeren en hun zwarte landarbeiders hardhandig op straat zetten. Vele blanken verlieten daarop het land.

Al snel na deze massale verdrijving van de boeren lag het grootste deel van de akkers er verlaten bij door gebrek aan expertise en investeringen. De gevolgen waren rampzalig. De agrarische sector stortte helemaal in en de werkloosheid liep op tot 85 procent. Het land dat eens bekend stond als graanschuur van Afrika moet tegenwoordig een beroep doen op humanitaire hulp om de helft van zijn bevolking te voeden.

Ook de mijnbouw en de toeristische industrie zaten al snel helemaal aan de grond en het land had de voorbije jaren af te rekenen met een hyperinflatie. In 2008 verdubbelden de prijzen iedere dag en moest de centrale bank een biljet van 10 miljard Zimbabwaanse dollar invoeren.

De slechte economische toestand en een gebrek aan schoon drinkwater vormden ook de oorzaak van een cholera-epidemie die in augustus 2008 uitbrak. 70.000 Zimbabwanen raakten besmet en meer dan 3.000 van hen stierven.

Opkomst van de MDC

In de jaren 90 nam het binnenlandse verzet tegen de dictatoriale macht van Mugabe toe en dat culmineerde in 1999 in de oprichting van de Movement for Democratic Change (MDC) onder leiding van Morgan Tsvangirai.

Het repressieve beleid van Mugabe tegen de oppositie nam nog toe en de verkiezingen van 2002 en 2005 kon hij alleen nog winnen door grootscheepse intimidatie en fraude.

Bij de parlementsverkiezingen van maart 2008 liep het dan toch mis voor Mugabe. Ondanks de massale fraude haalde de MDC 109 van de 210 zetels, tegen 97 voor de ZANU-PF.

Mugabe eiste en kreeg een tweede ronde waarin hij het opnam tegen Tsvangirai. Maar nadat honderden aanhangers van de MDC vermoord of geïntimideerd werden, trok de oppositieleider zich terug.

Na maandenlang twisten over de uitslag van de verkiezingen en na bemiddeling van de Zuid-Afrikaanse president Mbeki, kwamen Mugabe en Tsvangirai overeen een regering van nationale eenheid te vormen. De verdeling van de ministerportefeuilles nam nog enkele maanden in beslag, maar in februari 2009 kon Tsvangirai dan toch de eed afleggen als premier.

Hoe moet het verder met Zimbabwe?

Ondanks het feit dat Zimbabwe sinds een jaar geleid wordt door een regering van nationale eenheid, is er weinig te merken van een heropstanding van het land. Positieve noten zijn dat de stakingen van de leraars voorbij zijn en dat de scholen weer opengaan. De cholera-epidemie is onder controle en bovendien is de hyperinflatie voorbij door het gebruik van de Amerikaanse dollar.

Toch blijft de werkloosheid fenomenaal hoog op 95 procent en is de helft van de bevolking afhankelijk van voedselhulp. De macht blijft ook grotendeels in handen van Mugabe en zijn kliek. Tsvangirai is alleen goed om het vuile werk op te knappen en te proberen het land weer overeind te krijgen.

Intussen moet de nieuwe Zuid-Afrikaanse president Zuma bemiddelen om de conflicten tussen de twee partijen weg te werken.

Zo eist de MDC dat de gouverneur van de Nationale Bank wordt ontslagen en dat de partij vijf provinciale gouverneurs mag benoemen. Mugabe zegt dan weer dat er geen toegevingen van hem moeten worden verwacht zolang de westerse sancties tegen hem en een aantal van zijn aanhangers niet worden opgeheven.

Er is dus nog een lange weg te gaan eer er een einde komt aan het tijdperk-Mugabe. De vele duizenden Zimbabwanen die het land intussen verlaten, denken er blijkbaar hetzelfde over.

Frank Segers