Open VLD over sociale zekerheid

De laagste pensioenen moeten worden opgetrokken.

De voorbije jaren werden al heel wat inspanningen gedaan om de laagste en oudste pensioenen op te trekken. De invoering van de zogenaamde welvaartsenveloppe heeft ervoor gezorgd dat er een inhaalbeweging kwam. Ook in de toekomst moeten de sociale partners – die de middelen uit de welvaartsenveloppe verdelen over alle uitkeringen – voorrang geven aan de laagste pensioenen.

De pensioenleeftijd moet omhoog.

De wettelijke pensioenleeftijd van 65 moet niet naar omhoog. We moeten er in de eerste plaats voor zorgen dat zoveel mogelijk mensen ook effectief tot hun 65e blijven werken. Nu bedraagt de gemiddelde pensioenleeftijd 58 jaar. Die moet dus naar omhoog, willen we een sterkere basis geven voor onze pensioenen. Daarom moeten we de systemen aanpakken die mensen toelaten om vroeger met pensioen te gaan. Open VLD wil vervroegde pensionering maar toelaten na een loopbaan van minstens 40 jaar. Bovendien moet het brugpensioen geleidelijk worden afgeschaft. Als we blijven toelaten dat mensen op vijftigste op pensioen kunnen gaan, leggen we de pensioenlasten volledig op de schouders van de jongeren en mensen die vandaag werken. Dat is voor Open VLD onaanvaardbaar.

De sociale zekerheid moet worden gesplitst.

Open VLD wil een grondige staatshervorming die ons land omvormt tot een confederale staat. Dat betekent dat het zwaartepunt van de bevoegdheden bij de deelstaten komt te liggen. Op het confederale niveau willen we een beperkte lijst van bevoegdheden houden die best – omwille van schaalvoordelen en solidariteitsredenen – op het gemeenschappelijk niveau worden gehouden.. Daaronder ook belangrijke delen van de sociale zekerheid, zoals de pensioenen of de werkloosheid (tot twee jaar). Maar in elk van deze onderdelen moeten de gewesten en gemeenschappen ruimte krijgen voor een eigen invulling. Zo moet Vlaanderen een volledige bevoegdheid krijgen voor de begeleiding én controle van werkzoekenden.

lees ook