SP.A over asiel en migratie

Er moeten meer centra komen om asielzoekers op te vangen.

Akkoord. Aangezien de regering Leterme de opvangcrisis op zijn beloop heeft gelaten, is er op korte termijn nood aan extra opvangcapaciteit. Geen enkele samenleving kan en mag dulden dat asielzoekers en hun kinderen op straat moeten leven, terwijl zij een wettelijk recht hebben op opvang. We moeten vooral de nood aan opvang terugdringen, door te zorgen voor een snellere behandeling van de asielaanvragen en door te zorgen voor een daadwerkelijke uitwijzing van afgewezen asielzoekers.

Asielzoekers moeten alleen materiële, en geen financiële steun krijgen.

Akkoord. We blijven voor de volle 100% achter de basisfilosofie van de herziene asielwet staan. Via materiële hulp tijdens een korte, kwaliteitsvolle en efficiënte asielprocedure kan de asielzoeker optimaal begeleid en beschermd worden en tegelijkertijd voorbereid worden op een mogelijk negatieve beslissing en een vrijwillige terugkeer. Financiële steun daarentegen is te vermijden omwille van het aanzuigeffect, de minder intensieve begeleiding van de asielzoeker en het risico dat asielzoekers zich vastklampen aan oneigenlijke middelen.

Afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers moeten ook daadwerkelijk naar hun land van oorsprong worden gerepatrieerd.

Akkoord. Een kordaat uitwijzingsbeleid is noodzakelijk om een humaan asielbeleid te kunnen blijven voeren. Asielzoekers in procedure moeten humaan worden opgevangen. Erkende vluchtelingen moeten we ondersteunen in hun integratie. Afgewezen asielzoekers moeten het land verlaten. We geven de voorkeur aan vrijwillige terugkeer, maar gaan waar nodig over tot gedwongen repatriëring. Via een intensieve begeleiding, die zowel een verblijfs- als terugkeertraject omvat, bereiden we de asielzoeker vanaf het ogenblik van zijn asielaanvraag actief voor op een eventuele terugkeer naar zijn land van herkomst. Zo maximaliseren we de kans op vrijwillige terugkeer.

Immigratie waarbij onze economie baat heeft – van Indiase IT’ers bijvoorbeeld – moet kunnen.

Akkoord, onder voorwaarden. In eerste instantie moeten de knelpunten worden weggewerkt door een goede afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De sectoren brengen de competenties die zij nodig achten voor de beroepen van de toekomst best in kaart. Dan kan het onderwijs daar flexibel op inspelen. Door omscholing en bijscholing worden werkzoekenden toegeleid naar knelpuntvacatures. Tegelijkertijd bevorderen we best de mobiliteit tussen onze regio’s, onder meer door te voorzien in taalopleidingen.

Als er dan nog niet-ingevulde knelpuntvacatures overblijven, kunnen we migratie met het oog op de invulling van deze knelpuntvacatures gemakkelijker maken. Dit zonder de controle-instrumenten zoals arbeidskaarten en arbeidsvergunningen opzij te schuiven.

lees ook