Staande ovatie voor José Van Dam

Gisterenavond was het dan zover. De allerlaatste keer bas-bariton José Van Dam op de scène van de De Munt in Brussel. En op elke operascène, want voortaan gaat het kalmer aan doen. Lesgeven, dat wel nog, en hier en daar een liedrecital. Maar nu hij straks zeventig wordt is het welletjes geweest.

“Naar wie ga ik, wie doet me teken, wie wacht op mij?”, zong de stervende Don Quichotte, alias José Van Dam gisteravond. Toen we het hem vroegen zei hij : “De ster die op me wacht zal altijd de muziek blijven. In mijn privéleven blijft dat natuurlijk mijn vrouw. Maar ’t is niet omdat ik de scène van de Munt verlaat dat ik de muziek verlaat. Dat nooit!”.

Aan het einde van de opera "Don Quichotte" kreeg Van Dam een staande ovatie en minutenlang applaus.

Een ster zonder sterallures, zo beschrijven de operadirecteurs die met hem gewerkt hebben. Vanuit zijn nieuwe Madrileense operahuis verwoordt Gerard Mortier, die hem ooit terug binnenhaalde in de Munt, het als volgt :

"Grote zangers zijn even zeldzaam als witte olifanten. Waarom? Omdat ze in alles moeten uitblinken! En dat doet José Van Dam. Met het bijzondere timbre van zijn stem, door de altijd hartelijke omgang met collega’s en publiek, met zijn spitse intelligentie en de kracht van zijn voorkomen. Wat een voorrecht om zulk een kunstenaar te kennen!"

Maar Van Dam (foto) zelf blijft bescheiden. Toen ik hem vroeg hoe hij zelf zijn stem zou omschrijven, zei hij: “Ik kan dat moeilijk zeggen, want als je zingt, hoor je totaal andere kleuren dan het publiek. Als ik mezelf hoor, vind ik dat niks speciaal, maar goed, het essentiële is dat het publiek dat goed vindt. Ik vind het belangrijk om in alle rollen de menselijkheid van het personage uit te drukken, en misschien gaat dat via de stem.”

Roger Creyf