Koerswijzigingen in het buitenlandse beleid

Sinds 2007 gaat de houding van België ten aanzien van de Congolese regering van hard naar zachter. Ondertussen vechten Belgische (ex-)ministers hun eigen Congo-oorlogjes uit. Daarnaast veroorzaakte de Afghanistanmissie vaak hevige discussies.

Sinds 2007 had België drie verschillende ministers van Buitenlandse Zaken: Karel De Gucht (Open VLD), Yves Leterme (CD&V) en ontslagnemend minister Steven Vanackere (CD&V).

Die overgang werd ook getekend door een breuk in de houding ten aanzien van Congo: waar De Gucht de confrontatie zocht, trekt Vanackere de kaart van de milde diplomatie. Zo gaat koning Albert II eind juni met ontslagnemend premier Yves Leterme naar Congo om te vieren dat het land 50 jaar onafhankelijk is.

De Gucht kreeg vaak ruzie met Congolees president Joseph Kabila en werd daardoor persona non grata in Kinshasa. Niet zo bij Steven Vanackere, die bij zijn laatste Congobezoek werd gekiekt op het persoonlijke landgoed van Kabila met een biertje in de hand. "Ik stel vast dat het in Congo wel veel beter moet gaan, aangezien de minister gemoedelijk het glas heft met Kabila. Is de situatie in het oosten plots veiliger, worden er geen vrouwen meer verkracht", zei De Gucht daar begin dit jaar nog over. "Niemand heeft het monopolie op bezorgdheid", reageerde Vanackere.

Voor minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel (MR) was Centraal-Afrika ook een van de prioriteiten. Ook hij kwam in aanvaring met Karel De Gucht. "Niks, nada, nul!", zei De Gucht over wat Michel in Congo al had bereikt. "Wie steeds tegen het verkeer in rijdt, vraagt om ongelukken", sneerde Michel terug. De Belgische (ex-)ministers vochten de afgelopen jaren hun eigen Congo-oorlogjes uit.

"Crembo" in Afghanistan

Nadat De Gucht in 2004 minister van Buitenlandse Zaken was geworden, herstelde hij de vertroebelde relaties met de Verenigde Staten. De afgelopen jaren werd die trend voortgezet. België beslist in 2007 om op verzoek van de NAVO en de VS soldaten en F-16's naar Afghanistan te sturen.

Het komt minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) op herhaalde verwijten van de oppositie te staan. Vooral Wouter De Vriendt (Groen!) en Dirk Van der Maelen (SP.A) trekken vaak hard van leer tegen "Crembo". Op 19 maart 2010 beslist de Belgische regering om de militaire aanwezigheid in Afghanistan te verlengen tot eind 2011. Op dit moment nemen 626 Belgen deel aan de Afghanistanmissie.

Steven Vanackere verdedigt die beslissing. "België bevestigt hiermee zijn geloofwaardigheid als internationale partner. Dat is belangrijk in een jaar waarin we een Europees voorzitterschap op ons nemen", zegt Vanackere. België bereidde zich de afgelopen jaren inderdaad voor op het roterende voorzitterschap van de Europese Unie. Dat gaat in op 1 juli 2010. De kans is evenwel bijzonder klein dat België op dat moment al een nieuwe federale regering zal hebben.

De Crem snoeit in het leger

Op 22 april, de dag waarop de regering viel, benoemt Pieter De Crem zijn kabinetschef Ludwig Van der Veken tot secretaris-generaal van het ministerie Defensie. Daarmee komt een eind aan een procedure die al sinds 2004 loopt. Het is de -voorlopig- laatste stap in de hervorming van de legertop, die De Crem onder deze legislatuur in gang heeft gezet.

De Crem slaagde erin om te snoeien in zijn departement en voor de komende jaren enkele besparingen uit te tekenen. Tegen 2013 zal het Belgische leger nog 34.000 manschappen tellen, 9.000 minder dan vandaag. Enkele kazernes worden gesloten, onder meer die van Sijsele, Destelbergen, Bierset en Helchteren. Sommige militairen moeten daardoor naar een andere kazerne, veel verder van hun woonplaats verwijderd.

De Crem moest zijn oorspronkelijke plannen wel bijsturen. De kazerne van Bastenaken blijft bijvoorbeeld open, al zullen daar ook minder militairen gestationeerd worden.

Wouter Carton

lees ook