Vlaamse films vallen op in Cannes

Cannes is niet alleen een festival waar films het tegen elkaar opnemen in een internationale competitie, het is ook een ontmoetingsplaats voor filmprofessionals. Zo is er ook dit jaar weer een Vlaamse delegatie aanwezig om films van bij ons internationaal te lanceren. VRT-reporter Kevin Major ging er een kijkje nemen.

Het Vlaams Audiovisueel Fonds leidt die delegatie. Net zoals vorig jaar palmt het samen met Waalse collega’s een behoorlijk stuk van het Palais des Festivals in. En tegen onze volksaard in, pakt het VAF het niet bescheiden aan. Metershoge affiches, van onder andere "Suske en Wiske", "Bo" en het voor Cannes geselecteerde "Little baby Jesus of Flandr" zijn al van op een redelijke afstand zichtbaar. Het mist zijn effect niet. Er blijkt steeds meer interesse voor die Vlaamse, bij uitbreiding Belgische film.

Niet alleen de aanpak van dit jaar speelt daarbij een rol, maar ook het feit dat we nu al drie jaar op rij een resem straffe films kunnen tonen. Het begon met "Aanrijding in Moscou" in 2008 en vorig jaar volgde dan onder andere de triomftocht – al dan niet bloot op de fiets – van Felix van Groeningen en de zijnen, voor "De helaasheid der dingen". Die film werd internationaal opgemerkt en dat lijkt nu ook te gebeuren met "Little baby jesus of Flandr", dat al geweldige reviews kreeg in vaktijdschriften als Variety. Voor de 24-jarige Gust Van den Berghe een niet onaangenaam debuut.

Om maar te zeggen dat Cannes erg belangrijk kan zijn voor de carrières van cineasten van bij ons. "Dat belang is niet verwonderlijk", zegt Christian De Schutter (foto) van het VAF. "Als je weet dat 80% van de mensen die weredlwijd met film te maken hebben hier aanwezig zijn. Dat is een hogere concentratie dan op welk ander festival dan ook."

Cannes-effect speelt niet altijd aan de kassa

Toch moet er ook genuanceerd worden. Want hoewel er carrières gelanceerd kunnen worden, is het Cannes-effect aan de kassa vaak veel minder voelbaar. Dat weet ook Caroline Strubbe, die in Cannes vorig jaar voor haar scenario van "Lost persons area" een prijs kreeg, en daarna ook op andere festivals die ze dankzij Cannes kon aandoen, in de prijzen viel. Maar bij de release van de film kon die bij ons nogal weinig mensen naar de bioscoop lokken.

Echt als een verrassing kwam dat voor Strubbe niet. Ze wist dat ze geen film draaide voor het grote publiek. Maar toch merkt ze op dat we bij ons het filmkijken wat verleerd zijn. Alleen grote producties met navenante marketingbudgetten lokken kijkers. Voor kleinere films, die vaak met subsidies tot stand komen, is er op een paar uitzonderingen na (zoals "Les barons") amper interesse.

Ze ziet daarvoor een aantal oorzaken. "Vroeger", zegt ze, "waren er op school filmclubs, die jonge mensen warm konden maken voor cinema die niet noodzakelijk uit Hollywood kwam. Nu bestaan die nog amper." Ze wijst ook de openbare omroep met de vinger. Ze ziet het als taak van de VRT om door Vlaanderen gesubsidieerde, kleinere films te ondersteunen, door er bijvoorbeeld trailers van te tonen. Het effect daarvan zou volgens haar niet te onderschatten zijn. Alleen een item in "De rode loper" volstaat volgens haar niet, te meer omdat daar meer op de mensen die films maken wordt gefocust, dan op de film zelf.

Maar goed, kassagerinkel is absoluut niet alles en al zeker niet het summum voor het type film dat onder andere "Lost persons area" is. "Dat je film de wereld rond gaat, en op die manier toch voorbij een groot aantal netvliezen passeert, daar doe je het voor", zegt Strubbe nog. En dat is dus voor een erg groot stuk aan het festival van Cannes te danken.

Kevin Major