Obama: "Wil weten wat er verkeerd is gegaan"

De Amerikaanse president Barack Obama stelt een commissie samen om te onderzoeken hoe de olieramp in de Golf van Mexico is aangepakt. Intussen wordt gevreesd dat de olieramp gevolgen kan hebben tot in Europa en het noordpoolgebied.

Het samenstellen van de commissie moet een antwoord bieden op de toenemende kritiek in de VS over hoe de oliemaatschappij BP, die verantwoordelijk is voor het lek, de ramp heeft aangepakt.

Na het zinken van het boorplatform Deep Horizon op 22 april is BP er nog altijd niet in geslaagd om het lek op de zeebodem te dichten.

Obama richt nu een onafhankelijke commissie op die bestaat uit experts, ingenieurs en Congresleden en over zes maanden een rapport klaar moet hebben. De commissie wordt voorgezeten door de ex-gouverneur van Florida en ex-senator Bob Graham, een Democraat, en het voormalige hoofd van het Agentschap voor Milieubescherming, de Republikein William Reilly.

De commissie moet niet enkel de oorzaak van deze ramp onderzoeken, maar ook voorstellen doen voor veiligheids- en milieuzorgen in de toekomst. "Ik wil weten wat er verkeerd is gegaan, en waar onze wetgeving tekortschoot", zei Obama.

Obama kondigde in zijn wekelijkse toespraak aan dat BP verantwoordelijk blijft. "Ze moeten niet alleen vlotte en heldere informatie verschaffen omtrent het lek, maar ze moeten het ook dichten en de schade herstellen. Ze moeten de Amerikaanse burgers vergoeden die financiële schade hebben geleden."

Vervuiling tot aan de Noordpool?

Intussen blijven miljoen liters olie in zee gutsen. Het aantal liter ruwe olie dat ontsnapt op de zeebodem van de Golf van Mexico, zou ook veel hoger zijn dan eerst gedacht. Eerst werd gewag gemaakt van 800.000 liter per dag, nu zou het om "miljoenen liters" per dag gaan.

De olievlek bevindt zich zowel aan het wateroppervlak als onder water, waardoor slechts een deel van de vervuiling vanuit de lucht te zien is. Experts vrezen dat de vervuiling zo'n grote omvang aanneemt dat de gevolgen merkbaar zouden kunnen zijn tot in Europa en zelfs het noordpoolgebied.

De Amerikaanse overheid heeft al 1.100 schepen, 24.000 personen en 600 kilometer aan drijvende dammen ingezet in een poging om de verspreiding van de olie tegen te gaan.