"Elsschot kan zich geen mooiere hommage dromen"

Vandaag is het 50 jaar geleden dat de Antwerpse schrijver Willem Elsschot stierf. In Antwerpen wordt dat de komende maanden gevierd met allerlei activiteiten. Het hart van alle manifestaties is de expositie "Dicht bij Elsschot".

Onderzoekster en curator Wieneke ’t Hoen heeft deze bijzonder toegankelijke tentoonstelling samengesteld aan de hand van de literaire nalatenschap Willem Elsschot.

In een eerste kleine ruimte krijgt de bezoeker meteen een overzicht van de impact die Elsschot wereldwijd heeft: de bekendste boeken werden vertaald, er kwamen verfilmingen en Job Cohen, tot in maart van dit jaar nog burgemeester van Amsterdam en nu lijsttrekker van de PvdA, las drie luister-cd’s in, en Dick Matena tekende twee prachtige illustratieboeken.

Chronologische opbouw

In twee zalen toont Wieneke ‘t Hoen chronologisch het leven van Willem Elsschot (7 mei 1882 - 31 mei 1960). Op zijn zestiende schreef Alfons De Ridder (Elsschot is een pseudoniem) aan een medeleerling: “Niet één mijner makkers weet hoe vurig ik mijn taal bemin, ik heb het altoos en voor allen verzwegen.” Zijn leraar Pol De Mont (1857-1931) speelt een sleutelrol in zijn vorming Nederlands. De Mont werd in 1880 met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde bekroond. Tot in 1904 gaf hij op een begeesterende en inspirerende manier les aan het Atheneum in de Scheldestad.

Elsschot schreef er zijn eerste opstellen en gedichten. Op zijn zeventiende verliet hij het Atheneum zonder diploma. Hij sloot zich aan bij een anarchistisch getinte beweging, zwierf door de stad, dronk, maakte plezier en schreef voor eerder marginale publicaties. Dat ongeregeld leven kon niet blijven duren: hij ging cursus volgen - in het Frans - aan het Institut Supérieur de Commerce d’Anvers.

En dat hij niet alleen een goeie pen had, maar ook rad van tong was, bewees zijn pleidooi voor de politierechtbank in Antwerpen. Een medestudent was opgepakt voor nachtlawaai en Alfons De Ridder ging voor hem getuigen. De rechtbank was zo onder de indruk van zijn welsprekendheid en zin voor humor dat de beklaagde werd vrijgesproken. Op 25 oktober 1904 had hij een diploma op zak. Alfons De Ridder was klaar voor het "echte" leven.

Villa des Roses

In Parijs ging hij werken voor een obscuur bedrijfje. Hij logeerde in een pension dat later model zou staan voor zijn eerste roman "Villa des Roses". Van Parijs vertrok hij naar Nederland, nadien naar Brussel. Hij maakte een huwelijkscrisis door en tekende in 1913 het contract voor de uitgave van "Villa des Roses".

Op de tentoonstelling ligt het typoscript: keurig met dubbele interlinie getikt. Een beetje verder ligt het manuscript van "Lijmen" uit ca. 1915. Op de rechterpagina schreef hij met pen en inkt het verhaal, de linkerpagina wemelt van correcties, toevoegingen, aanzetjes tot een zin… En dan nog vallen er op de rechterpagina ontelbare doorhalingen en verbeteringen te lezen. Het schrijven viel hem schijnbaar moeilijk of was hij misschien te perfectionistisch?

"Lijmen" werd nog niet gepubliceerd. Elsschot begon alvast aan "Een ontgoocheling" en "De verlossing". Als zakenman verdiende hij uitstekend; als schrijver werd hij door Koning Albert I tot ridder in de Orde der Kroon benoemd.

Duidelijk is wel dat Willem Elsschot (zijn derde zoon heet Willem, en voor Elsschot liet hij zich inspireren door het bos Helschot in het Kempense Herselt waar hij in zijn jeugd dikwijls verbleef) de mosterd voor zijn personages ging halen in eigen familie of intieme kring. Frans Laarmans uit "Lijmen" is Alfons De Ridder zelf en Willem Laarmans is zijn derde zoon Willem die later Walter werd in "De Leeuwentemmer".

"Lijmen" verscheen in 1923 en de Antwerpse uitgever L.J.Janssens zou er zeven jaar overdoen om de 1.200 exemplaren te slijten.

In 1933 is het typoscript van "Kaas" klaar (foto). Het verscheen bij uitgeverij P.N. van Kampen en kreeg een mooie omslag en illustraties mee van etser/beeldhouwer Jozef Cantré (1890-1957). Na drie jaar waren de vijftienhonderd exemplaren verkocht. Elsschot had de gewoonte om aan zijn goede vrienden zoals Gresshoff, Van Nijlen en Delen hoofdstukken voor te lezen. Bij "Kaas" werd het hem soms te machtig, zodat hij de lectuur moest staken.

Het dwaallicht

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte Elsschot aan de novelle "Het Dwaallicht", wellicht het lievelingsboek van de auteur. Laarmans (het alter ego van Elsschot dus) ontmoet in het havenkwartier drie Aziaten die op zoek zijn naar Maria van Dam. Laarmans zal hen begeleiden waardoor de lezer een prachtig beeld krijgt van het leven en voornamelijk de mentaliteit van de Antwerpenaars.

De Tweede Wereldoorlog betekende echter ook de collaboratie of het meeheulen met de Duitse bezetter. Het gedicht dat Elsschot schreef over August Borms, een katholieke Vlaams-nationalist die zich tijdens de twee wereldoorlogen had ingezet voor een autonoom Vlaanderen en tegen de Belgische staat, zou hem bijzonder zuur opbreken.

August Borms werd op 12 april 1946 geëxecuteerd. Elsschot ondertekende het Borms-gedicht met Willy. Enkele jaren later kwam het terug aan de oppervlakte in De Voorpost, een extremistische publicatie, en deze keer stond zijn eigen naam eronder en niet Willy. De redactie had bij de publicatie een instemmend commentaar geschreven. Het was een bom!

Elsschot had net voor "Het Dwaallicht" de driejaarlijkse staatsprijs gekregen en daarvoor wilde de stad Antwerpen hem fêteren. Inderhaast werden alle festiviteiten afgeblazen. Een donkere periode voor Elsschot brak aan.

Op zijn vijfenzeventigste verscheen zijn verzameld werk. Een journalist vroeg hem toen of hij met de bundeling gelukkig was: "Het is me zeer meegevallen tot mijn grote verwondering. Ik besef wel dat ik het nu niet meer zou kunnen.”

En dan zijn er op de tentoonstelling die verrassend boeiende filmpjes: Elsschot als een echt vrolijke Frans gidst een groep vrienden door de velden (1950), of Elsschot gaat zwemmen in een decent zwart badkostuum (1951) en de schrijver in Sint-Idesbald steeds gekleed in een colbert terwijl zijn gezelschap vrolijk in hemd rondstruint,… mooie uitstekend gekozen fragmenten.

En het moet gezegd: Willem Elsschot kan zich geen mooiere hommage dromen. Antwerpen heeft zich niet laten verleiden tot goedkoop en commercieel spektakel. Geen merchandising (wie hoopt een "Dwaallicht"-t-shirt te kunnen kopen is eraan voor de moeite) maar wel manifestaties met cachet, waardigheid en vooral razend interessant.

Yves Jansen

Dicht bij Elsschot

waar: Letterenhuis Antwerpen

tot: 31 december

www.destadvanelsschot.be