VS op zoek naar buitenlandse hulp voor olieramp

De VS gaat op zoek naar buitenlandse hulp om een oplossing te vinden voor de olieramp in de Golf van Mexico. Dat is nijpend want het orkaanseizoen komt eraan. Ingenieurs van het Britse olieconcern BP zijn intussen met een nieuwe, riskante poging begonnen om het olielek in de Golf van Mexico in te dammen.

De Amerikaanse regering heeft laten weten open te staan voor internationale hulp om de catastrofe te bestrijden. Ze denkt daarbij aan steun uit landen als Nederland, Canada en Mexico. De hulp is dringend, want het orkaanseizoen is in aantocht.

President Barack Obama heeft intussen aangekondigd dat er een strafrechtelijk en burgerlijk onderzoek gestart wordt tegen de Britse oliereus.

In een poging om het olielek in te dammen, gaat BP nu proberen om de defecte pijpleiding tussen het boorplatform en de boorput op een diepte van 1.500 meter af te zagen. De nieuwe poging is niet zonder risico, want tijdelijk zou er meer olie kunnen stromen in zee. Het afzagen van de pijpleiding zou 24 tot 36 uur in beslag nemen. Daarna wordt dan een opvangstructuur gemonteerd om de olie naar een schip te pompen.

Woelige tijden op de beurs voor BP

De olieramp kostte het olieconcern al bijna 1 miljard dollar. Volgens CNN gaan analisten ervan uit dat BP uiteindelijk 22 miljard dollar zal moeten ophoesten om de schade te vergoeden. Dat is meer dan de jaarwinst (16,5 miljard dollar) van het bedrijf in 2009.

De koers van het aandeel BP kende gisteren op de beurs van Londen zijn grootste terugval in 18 jaar, na het mislukken van de Top Kill-methode om het olielek in de Golf van Mexico te dichten.

Maandag was de beurs van Londen gesloten voor een feestdag, net als Wall Street, waar BP ook noteert, waardoor investeerders gisteren voor het eerst konden reageren op de mislukking van afgelopen weekend.

Het aandeel verloor gisteren zo'n 13 procent, goed voor een beurswaarde van zo'n 17,8 miljard euro. Vandaag bedroeg het verlies nog 1,6 procent extra.

BP preciseerde gisteren dat het olielek aan het bedrijf al 990 miljoen dollar gekost heeft. In een eerdere schatting vrijdag was sprake van 930 miljoen dollar.