Job Cohen: burgemeester van heel Nederland

Toen Job Cohen (Haarlem, 1947) in maart van dit jaar lijsttrekker werd van de PvdA, was hij al bijna premier, althans zo leek het in de commentaren. Cohen, toen nog burgemeester van Amsterdam, volgde Wouter Bos op, de oud-minister van Financiën. Het werd gezien als een meesterzet. Het vertrouwen van de bevolking in Bos leek niet al te groot meer.

Het samenbindende vermogen van Cohen moest de sociaal democraten in Nederland weer opstuwen in de vaart der volkeren. Maar de campagne duurt lang, en zijn ster straalt iets minder nu.

De eerste weken als premierkandidaat verliepen voor Cohen voorspoedig. Zijn PvdA schoot omhoog in de peilingen. Cohen hoefde alleen maar te doen zoals hij ook deed als burgemeester van Amsterdam: de boel bij elkaar houden.

Met dat motto begon hij in 2001 aan het burgemeestersambt. Hij was de eerste burgemeester ter wereld die twee mensen van hetzelfde geslacht in de echt verbond. Als staatssecretaris van Justitie had hij het homohuwelijk mogelijk gemaakt. En toen hij op 1 april werd geïnstalleerd kon hij meteen enkele homokoppels trouwen (foto).

Hij bracht de homoboel bij elkaar, en probeerde na de moord op de cineast Theo van Gogh ook alle Amsterdammers bij elkaar te houden. Dat leverde hem heel veel complimenten en heel veel kritiek op. Zijn samenbindende vermogen werd geroemd, zijn softe aanpak werd verguisd. De vrienden van Theo van Gogh, en daarnaast de aanhangers van Geert Wilders vinden dat Cohen alleen maar thee gaat drinken met radicale moslims. Het Amerikaanse weekblad Time riep Cohen uit tot held. Door het optreden van deze burgemeester zijn er in Amsterdam na de moord op Van Gogh door een radicale Marokkaan, geen rassenrellen uitgebroken.

Softe politicus

Dat beeld van een softe politicus is altijd aan Cohen blijven kleven. Zelfs toen hij als staatssecretaris verantwoordelijk was voor de nieuwe vreemdelingenwet. Die wet was veel strenger dan men in Nederland gewend was. Cohen was rond de eeuwwisseling verantwoordelijk voor het asielbeleid. Er was onvoldoende opvang. Asielzoekers moesten in tenten slapen in de Nederlandse koude nachten. Maar het optreden van Cohen wekte vertrouwen.

Dat vertrouwen kreeg hij bij alle banen die hij tot nu toe heeft bekleed. Een collega aan de universiteit van Maastricht, waar Cohen de rechtenfaculteit mee opzette en later rector magnificus werd, noemde het bijna onmogelijk om met Job ruzie te maken. Ze lieten hem in Maastricht met pijn in het hart gaan naar Den Haag. In Den Haag lieten ze hem met pijn in het hart gaan naar Amsterdam. In Amsterdam waren ze niet blij dat hij de lijsttrekker werd voor de PvdA.

In de verkiezingscampagne nu is Cohen vooral bleek. Misschien wel volledig zichzelf, maar in deze tijd van snelle quotes en bitse reacties op politieke tegenstanders valt Cohen op doordat hij veel minder uitgesproken lijkt dan de andere politici. Daarnaast heeft hij last van onduidelijkheid in zijn partij. Het partijprogramma is de laatste dagen op een aantal punten aangepast. Dat is koren op de molen van die andere politici.

Zijn val in de peilingen lijkt ook met de economie te maken te hebben. De samenbinder Cohen leek vooral sterk als tegenhanger van Geert Wilders (foto). Maar de verkiezingen in Nederland gaan niet over de multiculturele samenleving. De verkiezingen gaan over de economie. Laat dat nou net het vak zijn waar Cohen absoluut niet in uitblinkt.

Joris Van de Kerkhof