Jammer voor Wilders, het gaat over economie

Geert Wilders (Venlo, 1963) is politicus, beroepspoliticus. Een politicus die zich afzet tegen de gangbare politiek, tegen de achterkamertjes, tegen de gevestigde orde. Een orde waarvan hij sinds 1990 deel uit maakt. Eerst als fractiemedewerker voor de liberale VVD, later als gemeenteraadslid en ook als Kamerlid voor die VVD, Sinds 2006 als de baas van de PVV, de Partij voor de Vrijheid.

Die Vrijheid kun je wat Wilders betreft krijgen door minder islam in Nederland. Hij was voor de invoering van de ‘kopvoddentax’ een belasting op hoofddoekjes, want de ‘vervuiler moet tenslotte betalen’. Hij was in de peilingen met zijn PVV een tijd lang de grootste partij van Nederland. Nu zakt hij terug. Jammer voor hem gaan de verkiezingen over de economie. Daar heeft hij wel verstand van, maar dat is niet zijn belangrijkste punt. Althans niet het punt waar hij het meeste aandacht mee krijgt.

Wilders heeft aandacht van de hele wereld gekregen door zijn film "Fitna". Een film die moet aantonen dat de koran aanzet tot geweld. Dat het een fascistisch boek is. Naar aanleiding van de film bleek de terreurdreiging op Nederlandse doelen in het buitenland toegenomen. Aanslagen zijn er overigens niet gepleegd.

Toen "Fitna" uitkwam, zat Wilders al met acht collega’s in de Tweede Kamer. De verkiezingen van 2006 maakten hem groot. Wilders had geleerd van de puinhopen bij de LPF. De partij van Pim Fortuyn kwam in 2002 uit het niets op 26 zetels in de Kamer.. De gelukszoekers in die partij zorgden voor enorme ruzies. De LPF viel uit elkaar. Dat is bij de PVV niet gebeurd.

Wilders richtte dan ook geen politieke partij op met leden, en een democratische structuur. De PVV is Geert Wilders. Zijn wil is wet. Er is tot nu toe één Kamerlid dat daar een beetje tegen in opstand komt, Hero Brinkman, maar verder gedragen de Kamerleden zich naar buiten toe, zoals Wilders het wil.

Bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen deed de PVV in twee gemeenten mee, Den Haag en Almere. De partij werd in Almere de grootste, in Den Haag werden ze de tweede partij. Ondanks dat ze bijna nergens meededen, ging er tijdens de campagne heel veel aandacht naar de partij van Wilders. Het lukt de partij nu al een paar jaar om met minimale middelen het politieke debat te bepalen.

Dat leek ook zo te gebeuren tijdens de campagne voor de verkiezingen op 9 juni. Alleen het onderwerp van de PVV werd tijdens de campagne ingeruild voor de economie, voor de crisis. Dat doet de populariteit van Wilders geen goed. Alhoewel hij in sommige peilingen nog steeds op een verdubbeling staat van het aantal zetels. Hij was virtueel veel groter.

In Almere en Den Haag lukte het niet om deel uit te gaan maken van het bestuur van de stad na de gemeenteraadsverkiezingen. De partij stelde als eis dat er een hoofddoekjesverbod moest komen bij gemeentelijke instellingen. Later relativeerde ze dat standpunt. Maar het maakte meeregeren niet echt logisch. Landelijk is de kans op regeren ook klein. Wilders zelf wil dan al snel het begrip ‘cordon sanitair’ gebruiken, alhoewel CDA en VVD een regering met de PVV niet uitsluiten. PvdA en D66 en een aantal andere partijen doen dat wel.

Joris Van de Kerkhof

lees ook