"Ensor en Magritte samen op de Kunstberg"

Eind dit jaar komt er een bijzondere tentoonstelling die de James Ensor-vieringen afsluit. Bozar, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwepen en ING Cultuurcentrum slaan de handen in mekaar voor de expositie "Ensor ontmaskerd, démasqué". De pers kreeg vandaag al een voorsmaakje.

Directeur-generaal Paul Dujardin gaf er tijdens de persconferentie een communautaire lap op.

“In België is James Ensor de meest creatieve kunstenaar, René Magritte de meest innovatieve. Magritte heeft zijn museum op de Kunstberg, in zijn onmiddellijke omgeving eren we nu Ensor, beiden zullen we samenbrengen op de Brusselse Kunstberg, Mont des Arts à Bruxelles. Ik ben absoluut tegen de splitsing van België, de kunst is het cement dat noord en zuid samenhoudt.”

Een bekende politieke reflectie van Dujardin, maar door de politieke situatie weer even van onder het stof gehaald. Op de persontmoeting viel er gelukkig ook behoorlijk wat kunstnieuws te rapen.

"Ensor was deeltijds plastisch kunstenaar"

Op de tentoonstelling "Ensor ontmaskerd, démasqué" zullen er meerdere nooit eerder getoonde schilderijen te zien zijn.

Zo onder meer het belangrijke "L’Intérieur des Rousseau' uit 1884 -in de oeuvrecatalogus van Xavier Tricot slechts te zien op een schimmige zwartwitfoto- en "Caresses de lumière" (1934) en misschien -hoop doet leven- uit het Vaticaan "De boeteprocessie uit Veurne" (1935) waarvoor Ensor op zijn 72e nog potloodschetsen maakte.

Belangrijk is wel dat deze expositie “niet de persoon van Ensor maar wel zijn creatief proces wil ontmaskeren”, aldus curator, catalogusauteur en KMSKA-medewerker Herwig Todts.

“James Ensor was een deeltijdse plastisch kunstenaar. Hij stond in de winkel curiosa te verkopen, hij verhuurde toeristenkamers, hij schreef en in 1911 ging hij componeren".

Voor Todts is het belangrijk dat de bezoeker van “Ensor ontmaskerd" een inzicht krijgt in het creatieve proces van Ensor: hoe hij kopieën gebruikte als inspiratie voor zijn onderwerp, niet voor zijn techniek, hoe een personage telkens in een andere pose terugkomt in zijn werken en hoe we eindelijk af moeten van dit axioma.

“De maskers van Ensor zijn niet gelieerd aan zijn persoonlijkheid en psychologie, integendeel, Ensor gebruikte het masker om te ontmaskeren, om te onthullen”, aldus een stellige Herwig Todts, daar meteen aan toevoegend: "Ensor was een colorist die oog en aandacht had voor kleur".

Niet voor niets heette "De oestereetster" eerst "Au pays des couleurs", vrij vertaald "In het land van de kleuren".

Tentoonstelling heeft vier uitgangspunten

Marc Bihain, secretaris-generaal van het ING Cultuurcentrum vatte het kort samen:

“Deze tentoonstelling heeft vier uitgangspunten: het KMSKA heeft de topwerken in zijn bezit, er is een nieuwe invalshoek voor de studie van Ensor, we tonen een nooit geziene selectie van tekeningen en tot slot, schilderijen die al decennialang verborgen zijn voor het publiek zullen op Kunstberg eindelijk nog een keertje te zien zijn.”

Maar voor dat ene grote werk "De intrede van Christus in Brussel in 1889" moet u nog steeds naar het Getty Museum in Los Angeles.

In het najaar zullen ook het S.M.A.K. en het Museum voor Schone Kunsten in Gent uitpakken met de tentoonstelling "Ensor en de hedendaagse kunst" waarbij de Oostendse grootmeester wordt benaderd als een hedendaagse kunstenaar. De expositie zal op zoek gaan naar overeenkomsten, dialogen en schakeringen tussen het veelzijdig oeuvre van Ensor en dat van zijn collega’s vandaag.

In 2011 wordt het weer stil rond James Ensor.

Yves Jansen