"The illusionist": De erfenis van Tati

Voor zijn fantastische animatiefilm "The illusionist" mocht Sylvain Chomet ("Les triplettes de Belleville") een beroep doen op onuitgegeven werk van niemand minder dan Jacques Tati. De naam zal niemand onbekend zijn maar de man blijft voor de meeste mensen een mysterie.

Het hoofdpersonage uit "The illusionist", een goochelaar op zijn retour, heet Tatischeff, de echte naam van Jacques Tati. Die verwijst naar de Russische kant van de familie. Zijn grootvader, een graaf en generaal, werkte in de tweede helft van de 19e eeuw als militair attaché in Parijs. Tati’s moeder was dan weer van Nederlands-Italiaanse afkomst. Jacques werkte trouwens een tijdje in het bedrijf van zijn (Hollandse) grootvader, een fabriek die lijsten en kaders produceerde.

De talenten van de jonge Jacques Tatischeff bevonden zich echter in een totaal ander domein en hij ontdekte ze tijdens zijn sportieve carrière. Jacques had aanleg voor sport en maakte deel uit van een Parijse rugbyploeg. Daar had hij zoveel succes met zijn imitaties van sportmensen dat hij begin jaren 30 besloot om de overstap naar de wereld van het entertainment te wagen. Geen sinecure, want de Depressie sloeg op dat moment ook in Europa hard toe.

Terwijl hij naam maakte met een podiumact die "Impressions sportives" heette, proefde hij al een paar keer van de filmwereld als acteur. Na de oorlog richtte hij samen met een studiodirecteur een eigen productiehuis op, Cady-Films, en draaide een eerste korte film, "L’école des facteurs". In 1949 volgde een eerste langspeelfilm, "Jour de fête", die ondanks de lauwe kritieken een enorme hit werd.

Tati beïnvloedde generaties mimespelers

Het beroemdste filmpersonage van Jacques Tati zag in 1953 het daglicht in "Les vacances de monsieur Hulot". De onhandige, houterige en wat wereldvreemde man met de eeuwige pijp, hoed, regenjas, paraplu en korte broekspijpen zou nog terugkeren in drie langspeelfilms, "Mon oncle", "Playtime" en "Trafic" en een korte film, "Cours du soir".

"Playtime" werd zijn grootste gok, een ambitieuze commentaar op de moderne samenleving die zo duur uitviel dat Tati er bijna bankroet door ging. In 1973 maakte hij met de hulp van de Zweedse televisie zijn laatste film, het circusverhaal "Parade".

Tati was een begenadigde mimespeler en heeft verschillende generaties fysieke komieken beïnvloed, Rowan Atkinson (Mr. Bean) voorop. Hij was echter ook een begenadigd regisseur, iemand die zijn films zorgvuldig ensceneerde en obsessief bezig was met compositie. In zijn films zijn close-ups even zeldzaam als dialogen. Hij bekeek de wereld als een eigenaardig schouwspel vol drukdoende wezens die hij nooit helemaal kon snappen. Het is een gevoel dat Sylvain Chomet naadloos in "The illusionist" heeft geweven.

"The Illusionist" heeft echter ook een donkere kant en niet alleen vanwege het soms trieste verhaal. De film heeft het over de vriendschap (of is het meer?) tussen een oudere man en een jong meisje. Volgens Helga Marie-Jeanne Schiel, schreef Tati het script als een soort verzoeningspoging met de dochter die hij nooit erkend heeft.

Tijdens de Duitse bezetting van Parijs had Tati een relatie met Herta Schiel, een danseres die Oostenrijk ontvlucht was bij de Anschluss. Herta raakte zwanger maar Tati’s autoritaire zus Nathalie adviseerde Jacques om niet te trouwen. In ruil voor een afkoopsom ondertekende Herta een document dat Tati verloste zijn verplichtingen als vader. De hele affaire was een enorm schandaal in de jaren 40 en Tati zou het litteken zijn hele leven met zich meedragen.

Ruben Nollet