Cameron biedt excuses aan voor Bloody Sunday

De Britse premier David Cameron heeft zijn excuses aangeboden voor het neerschieten van 14 katholieke demonstranten in Londonderry (Derry voor Ierse nationalisten) op 30 januari 1972. Die dag staat bekend als "Bloody Sunday".

Cameron stelde vandaag het Saville-rapport voor, een 12 jaar durend onderzoek naar de gebeurtenissen van die dag. De Britse premier zei dat de resultaten schokkend waren en dat hij in naam van de regering en het land een grote spijt uitsprak.

Het rapport komt tot het besluit dat het neerschieten van de Noord-Ierse katholieke demonstranten door Britse soldaten ongerechtvaardigd was. Het waren de soldaten die als eersten het vuur openden, zonder provocatie en zonder het geven van enige waarschuwing. Ze schoten zelfs gewonde demonstranten of anderen die de gewonden wilden helpen dood. Bovendien logen veel soldaten achteraf over wat gebeurd was.

Eerder vandaag konden de families van de slachtoffers en hun advocaten als eersten het rapport inkijken. Duizenden mensen hielden ook een betoging van het herdenkingsteken in Derry tot de plaats waar de meeste doden vielen (foto). Kort na de gebeurtenissen was er al een onderzoek gehouden, maar met de resultaten daarvan waren de families van de slachtoffers het niet eens.

Bloody Sunday

Op 30 januari betoogden duizenden Noord-Ierse katholieken voor meer burgerrechten in de wijk Bogside van de stad Londonderry. De betoging was door de Britten verboden, maar verliep vreedzaam tot het moment dat Britse soldaten op de ongewapende manifestanten schoten. Er vielen 13 doden en 14 gewonden, waarvan 1 later overleed.