De terugkeer van "The A-Team"

De fans plezieren en toch een eigen smoel creëren, dat was de grote uitdaging waar de makers van "The A-Team"-film voor stonden. En dat bleek gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Hebben de makers van "The A-Team" zich vergist? Is de populaire actieserie uit de jaren 80 toch niet zo een publiekslieveling als ze gehoopt hadden? Of is de smaak van het grote publiek gewoon grondig veranderd sinds het einde van de tv-reeks in 1986?

In elk geval wezen de bioscoopcijfers van het voorbije weekend uit dat de massa zich dubbel zo sterk geroepen voelde om naar "The karate kid" (nog zo een eighties-remake) te gaan kijken dan naar de nieuwe "The A-Team"-film. Het actiespektakel van regisseur Joe Carnahan zal wereldwijd zijn budget (110 miljoen dollar) wel terugverdienen, maar een gigantische kaskraker lijkt er nu al niet meer in te zitten.

De vraag dringt zich dan op waar het probleem ligt. De herinnering aan de originele tv-serie is in elk geval levendig genoeg. Zodra ik tijdens de opening van de film stukjes van de overbekende tune hoor weerklinken, voel ik terug de opwinding die me destijds als tiener in de greep had.

Ik weet nog perfect hoezeer ik elke week uitkeek naar een nieuwe aflevering, ook al leek die gewoonlijk als twee druppels water op de vorige. "The A-Team" had een formule die werkte, en dat was het enige wat telde.

Carnahan en zijn producenten Stephen J. Cannell (de schepper van de tv-reeks) en Tony & Ridley Scott moesten in de eerste plaats uitmaken hoeveel van die formule ze konden behouden. De opzet van een episode was simpel. Het team, vier Vietnamveteranen die onterecht veroordeeld werden voor een misdaad en sindsdien op de vlucht zijn voor de militaire politie, wordt via een advertentie ingehuurd door een wanhopige man/vrouw.

Ze gaan de confrontatie aan met de slechterik, incasseren eerst een tegenslag maar beslechten uiteindelijk het pleit in hun voordeel door middel van een oorlogstuig dat ze met allerlei huis-, tuin- en keukenmateriaal in elkaar hebben geknutseld.

"Niet nodig om de lijken op te stapelen"

Elk van de vier figuren had bovendien zijn eigen karaktertrekken, oneliners en gewoontes. Leider John "Hannibal" Smith lurkte voortdurend met een brede grijns aan een sigaar, smeedde gewaagde plannen, vermomde zich graag en zei "I love it when a plan comes together!". De goed uitziende Templeton "Face" Peck was de oplichter/rokkenjager van dienst, die altijd alles kon krijgen en elke vrouw voor zich kon winnen.

Mechanicus/spierbundel B.A. Baracus noemde mensen graag "fool" en leed aan ernstige vliegangst. En aan piloot H.M. Murdock zaten zowat alle vijzen los. Op de vermommingen na neemt Carnahan in zijn film al die bekende trekken over, in die mate zelfs dat Hannibals wijsheden over het belang van goeie plannen op de duur afgezaagd klinken.

Maar er is ook een opvallend verschil. Als tv-serie werd "The A-Team" soms op de korrel genomen vanwege zijn cartooneske geweld. Hoeveel kogels de personages ook afvuurden, hoeveel voertuigen ze ook crashten en hoeveel gebouwen ook explodeerden, niemand leek er ooit echt last van te hebben. Je zag hoogstens iemand met een pijnlijke grimas wegmanken of bewusteloos liggen.

In de film vallen er wel degelijk slachtoffers, al haast Carnahan zich om dat te relativeren. Vergeleken met "Narc" en "Smokin’ aces", zijn vorige films, is "The A-Team" eerder ingehouden, geeft hij toe. "Maar het is niet alsof ik alle hoekjes er netjes afgevijld heb", meent hij. "Ik vond het alleen niet nodig om de lijken op te stapelen. Daarmee zou ik de originele tv-serie namelijk onrecht aandoen. Er sterven mensen in onze film maar niet op een gratuite of bloederige manier."

"The A-Team" is boven alles een jongensfilm gebleven en dat is precies waar de reeks destijds voor stond. Acteur Dirk Benedict, die toen de rol van Face speelde, noemde de reeks ooit de laatste echt mannelijke tv-serie. De film mag dan een hoofdrol geven aan een vrouw die haar mannetje kan staan, hij steekt niet weg wie zijn publiek is. "Als je het idee van mannen die proberen te vliegen met een vallende tank belachelijk vindt", besluit Carnahan, "dan is deze film niks voor jou."

Ruben Nollet