"Zoveel electorale onzichtbaarheid zag ik nooit"

Journalist Stefan Blommaert is in Polen voor de presidentsverkiezingen dit weekend. Hij ziet weinig animo daarvoor, niet bij de bevolking en ook niet bij de politici zelf.

Wie nietsvermoedend in Polen arriveert en geen plaatselijke kranten leest, zal niet geweten hebben dat er op 20 juni presidentsverkiezingen worden gehouden. Vrijwel nergens op straat zie je grote affiches met koppen van kandidaten. Hier en daar een klein postertje, ergens aan een winkelraam, maar dat is het dan. Ik heb al veel verkiezingen meegemaakt, in de meest uiteenlopende landen, maar zoveel electorale onzichtbaarheid zag ik nooit.

Daar is een verklaring voor. De presidentsverkiezingen komen ettelijke maanden te vroeg. Oorspronkelijk waren ze gepland voor het najaar, maar nadat op 10 april het vliegtuig van president Lech Kaczynski – met nog een flink aantal politieke zwaargewichten van zijn partij aan boord – was neergestort in Rusland, moest de stembusgang worden vervroegd. Helaas voor politiek Polen waren de meeste reclameborden deze maand al geboekt ten behoeve van de commercie, idem dito de zendtijd op radio en televisie. Resultaat: een mondjesmaatcampagne. Behalve op Internet: daar floreren Twitter en Youtube als vrijwel exclusieve uitvalsbases voor de verovering van het plaatselijke electoraat.

Aanvankelijk leken de presidentsverkiezingen overigens een uitgemaakte en voorspelbare zaak. De plaatsvervangende president en kandidaat van de regerende partij Burgerplatform, Kamervoorzitter Bronislaw Komorowski (foto), zou winnen, en wel met glans. Dat hadden de peilingen sinds eind april aangekondigd. Misschien zou Komorowski zelfs al in de eerste ronde gloriëren. De tegenkandidaat, oud-premier Jaroslaw Kaczynski, ook bekend als tweelingbroer van de verongelukte president, had volgens de cijferaars een achterstand van 10 of zelf 20 procent.

Schaarse publieke debatten

Maar de voorbije paar weken begon het verschil te slinken. In één peiling zat Kaczynski zijn rivaal met amper een procent of zes tekort op de hielen. Er kan dus nog een en ander gebeuren, en de Polen herinneren zich nog levendig de vorige presidentsverkiezingen – in 2005 – toen huidig premier en toenmalig kandidaat Donald Tusk als gedoodverfde winnaar uiteindelijk de duimen moest leggen voor Lech Kaczynski, broer van.

De president heeft in Polen eigenlijk weinig te zeggen. Hij heeft wat invloed op defensie en buitenlandse politiek, en daarmee is de kous af. Of toch: de president moet alle wetten tekenen, en hij beschikt in feite over een vorm van vetorecht. Dat geeft hem flink wat onrechtstreekse macht, want de wetgevers weten dat ze daarmee rekening moeten houden, en misschien doen ze vooraf zelfs al aan zachte zelfcensuur, als ze vermoeden dat het staatshoofd gevoelig is voor een of ander heikel thema. Neem nu abortus of in-vitrofertilisatie, om maar iets te noemen waar bijvoorbeeld voormalig president Kaczynski zijn wenkbrauwen voor zou hebben gefronst.

En dus gaat deze verkiezingscampagne wel over meer dan over personen. Er wordt inhoudelijk gediscussieerd, tijdens de schaarse publieke debatten. Over buitenland en over binnenland. Zo werpt Jaroslaw Kaczynski (foto) zich op als verdediger van de kleine man. Het sociaal stelsel moet beter en rechtvaardiger worden, zo vertelt hij de kiezers. En hij wijst Komorowski met de vinger, omdat die een te liberaal en meedogenloos beleid zou voorstaan. Ach, ze komen allebei uit de vrije vakbond Solidariteit, die Polen bevrijdde van het communisme, en ze zijn allebei rechts.

En toch vertegenwoordigen ze twee werelden. Ruwweg – en dus onvermijdelijk onnauwkeurig – is Kaczynski conservatief, anti-Russisch, eurosceptisch, populistisch, en Komorowski liberaal, pro-EU, no-nonsense en mondiaal. De achterban bestaat al even ruwweg uit rurale bewoners, ouderen, sociaal achtergestelden en ultrakatholieken voor Kaczynski, en stedelingen, jongeren, beter gegoeden en vooruitstrevenden voor Komorowski. Maar opnieuw: veralgemeningen helpen niet om complexe zaken uit te leggen.

Overigens nemen er in totaal 10 kandidaten deel aan de presidentsverkiezingen. Maar de meesten van hen kunnen niet eens dromen van vijf procent van de stemmen. En hoe zit het met links in Polen? Hun kandidaat, Grzegorz Napieralski (foto), zorgde alvast voor wat animo in de campagne, door een barslecht videoclipje te produceren: blonde tweelingzussen, die naar analogie met de Obamagirl onmetelijke bewondering uitschreeuwen voor hun politieke idool. Maar daarmee houdt de vergelijking met Amerika op, want volgens de peilers zal Napieralski in het beste geval met de 10%-grens flirten.
Hoe het ook zij, de verkiezingen van dit weekend in Polen worden allesbehalve saai, en veel minder voorspelbaar dan het moge lijken.

Stefan Blommaert