Over olijke olifanten en toornige tjiftjafs

Suske en Wiske zelf mogen dan eeuwig jong blijven, dit jaar blaast de stripreeks 65 kaarsjes uit. In Kalmthout wordt vandaag voor de 13e keer de stripdag van Suske en Wiske gevierd.

Enkele tekenaars presenteren in Kalmthout een boek en een kortverhaal van de twee striphelden. "Suske en Wiske gaan niet op pensioen", zegt Ludo Stroobants van de Standaard Uitgeverij. "Eind dit jaar stappen ze het digitale tijdperk in. 2010 moet een feestjaar worden."

Suske en Wiske halen hun neus niet op voor technische snufjes. De teletijdmachine en de gyronef zijn er al bij van in het prille begin. Internet en gsm's spelen al enkele jaren een belangrijke rol in de verhalen. In het recentste album, "De gamegoeroe", komen Suske en Wiske in een computerspel terecht.

In 1945 verscheen in de krant De Nieuwe Standaard de eerste aflevering van Suske en Wiske, "Op het eiland Amoras". De twee kinderen maken er kennis met elkaar, en weeskind Suske wordt geadopteerd door tante Sidonie (die pas later Sidonia werd).

65 jaar later zijn Suske en Wiske uitgegroeid tot twee van de populairste stripfiguren van de Lage Landen. Er verschenen al 308 stripverhalen, die alles samen al miljoenen keren verkocht werden. Verschillende tekenaars ontfermden zich al over de stripreeks, en de reeks evolueerde ook. Dat gebeurde overigens niet altijd zonder kritiek.

De norse Nederlanders

De belangrijkste wijziging die de strip doormaakte, is nog de overschakeling van het Antwerpse dialect naar het Standaardnederlands in 1963. Wijlen Willy Vandersteen richtte zich ook op de Nederlandse markt, maar daar pakte het dialect niet. De Nederlanders kregen ook enkele naamwijzigingen gedaan.

Het popje van Wiske heette aanvankelijk Schalulleke, dialect voor lente-ui. De Nederlandse uitgever had echter nogal wat moeite met dat woord (vooral door de laatste drie lettergrepen), en daar heette het popje dan Schabolleke. Vandersteen loste dat euvel op door het popje voortaan Schanulleke te noemen. Dat tante Sidonie plots Sidonia heette, kwam overigens ook door de Nederlanders. "Sidonie" klonk te Belgisch.

De koninklijke commotie

Het recentste voorbeeld van commotie en kritiek is de ingrijpende kledijwissel die Suske en Wiske in 2001 doormaakten. Suske kreeg een beige skatebroek, Wiske verscheen plots zelfs in topje en minirok. De trouwe lezers reageerden boos en enkele strips later kregen de stripfiguren opnieuw de gewone garderobe aangemeten. Maar eigenlijk krijgen de makers van de succesvolle strip al van in de beginjaren kritiek bij elke wijziging.

"Met het succes komt ook de kritiek, dat moeten we erbij nemen", relativeerde Willy Vandersteen in 1976. Die kritiek is een steeds terugkerende factor in de evolutie van de reeks.

In 1953 maakt Jerom zijn intrede in de reeks, in het album "De dolle musketiers". Hij is halfnaakt, enkel gekleed in een berenvel. "Mijn ontbijt smaakt niet meer als ik uw strip in de krant lees", is de teneur van verschillende lezersbrieven, hoewel dommekracht Jerommeke dadelijk op veel sympathie kan rekenen.

Jerom verschijnt later met das maar nog steeds in berenvel, waarschijnlijk een plagerij van Vandersteen. Wat later zwicht de tekenaar voor de kritiek: van zodra Jerom bij Lambik gaat wonen, draagt hij gewoon een broek, schoenen en een polo.

Professor Barabas speelt al mee in de reeks sinds het tweede album, maar in het begin was Barabas dikker en verwarder. Barabas stotterde ook, maar daar bracht Vandersteen verandering in toen ouders hun beklag deden omdat hun kinderen het gestotter begonnen te imiteren.

Willy Vandersteen stond ervoor bekend dat hij wat normen en waarden wilde meegeven in zijn strips. Het gebeurde echter zelden dat hij expliciet een politiek standpunt innam. Af en toe laat hij Lambik wat mekkeren over de maatschappij of over de staat, maar meestal blijft het daarbij.

Over de Koningskwestie in 1950 hield Vandersteen het minder oppervlakkig. Enkele weken voor het referendum over de terugkeer van Leopold III naar België, geeft Vandersteen stemadvies in de krant. Op het einde van het album "De bronzen sleutel" keren de stripfiguren terug naar België met het vliegtuig, "zwevend boven een land tussen Ja en Neen", zo lezen we. Op het volgende prentje staat in grote letters "JA". Opvallend: die laatste zinnetjes kwamen wel in de strip in de krant, maar niet in de albumversie.

De populaire personages

Jerom kreeg niet alleen kritiek voor zijn primitief gedrag. Veel lezers klagen ook vandaag nog dat Jerom vaak de spanning weghaalt uit een verhaal. Als hij ten tonele verschijnt, verlost hij zijn vrienden in een wip uit de meest benarde situaties. Die kritiek is meteen de reden waarom Jerom vaak vroegtijdig wordt uitgeschakeld door bijvoorbeeld hypnose of vergif. Of het kan ook eenvoudiger: al enkele keren ging Jerom van bij het begin van een album gewoon op reis. Zijn vrienden moeten dan de klus alleen zien te klaren.

Lambik heette oorspronkelijk Pukkel, maar dat was toen hij kort in een andere reeks van Vandersteen meespeelde. In het derde album maakt hij als "loodgieter en detective" zijn opwachting bij Suske en Wiske, en sindsdien is hij niet meer weg te denken uit de reeks. In de eerste albums is hij vooral oerdom en onbetrouwbaar, en hoewel die twee eigenschappen nooit volledig verdwijnen, komt steeds vaker toch een zekere intelligentie bovendrijven.

 "Lambik verenigt zowat alle goede én slechte eigenschappen waarmee een mens behept kan zijn", zei Willy Vandersteen over hem. "Dat maakt hem waarschijnlijk zo populair en herkenbaar".

"Suske en Wiske symboliseren jeugdigheid en avontuur", ging Vandersteen verder in een interview in het begin van de jaren 70. "Suske is erg ridderlijk, zijn voornaamste drijfveer is zorgen voor Wiske. Wiske is erg nieuwsgierig en laat zich vaak leiden door haar nukken."

Ook al krijgt ze af en toe een zenuwinzinking, "tante Sidonia moet voor het gezag over die twee jonge belhamels zorgen", zegt Vandersteen. Leen Vandersteen, zijn dochter, ziet een goede reden waarom Suske en Wiske niet in een traditioneel gezin wonen, maar bij een tante die hen heeft geadopteerd. "In een traditioneel gezin zouden de kinderen nooit zoveel vrijheid kunnen krijgen om op avontuur te trekken", zegt ze. "Ouderlijk gezag was een belangrijke waarde voor mijn vader, kinderen die ongehoorzaam zijn en veel op avontuur trekken, dat past niet in dat plaatje", zegt de erfgename.

Wouter Carton

lees ook