Rechter vernietigt verbod op olieboringen

In de Verenigde Staten heeft een rechter de beslissing opgeschort waarmee er voorlopig op zee niet meer naar olie geboord mag worden. De regering van president Barack Obama gaat in beroep tegen het vonnis van de rechter.

De regering van Obama had het moratorium ingesteld na de olieramp in de Golf van Mexico. De komende zes maanden zou de veiligheid van de olieboringen dan grondig bekeken worden.

Een grote exploitant van boorplatformen, Hornbeck Offshore Services, had verzet aangetekend bij de rechtbank en krijgt nu dus gelijk. Ook enkele andere bedrijven uit Louisiana, onder meer bedrijven die schepen en andere diensten leveren aan oliebedrijven, hadden klacht ingediend.

"Onherstelbare economische schade voor oliebedrijven"

Door de olieramp worden de visserij en het toerisme aan de kusten van Louisiana bedreigd, maar veel mensen werken er ook in de toeleveringsbedrijven van de olie-industrie. Op dit moment zijn door het moratorium zo'n 33 projecten om diep onder water naar olie te boren, op pauze gezet. Tienduizenden mensen riskeren hun baan te verliezen als het verbod blijft standhouden.

De rechter volgde de bedrijven in hun klacht dat het moratorium op olieboringen voor hen onherstelbare economische schade inhoudt. De Amerikaanse regering gaat op haar beurt meteen in beroep.

BP is zelf een van de grote oliebedrijven die lobbyen om olieboringen op zee niet te streng te reglementeren. "De wereld heeft olie nodig, en de energie zal moeten komen van diepwaterproductie", zei Steve Westwell, een topfunctionaris bij BP vandaag.

Het aandeel van British Petrol, de uitbater van het ontplofte olieplatform, zakte vandaag tot het laagste peil sinds 1996. Sinds het begin van de olieramp is het aandeel al 49 procent in waarde gedaald.