Vlaming vindt gentechnologie eerder positief

Vlamingen zijn voorstander van gentechnologie als die tenminste duidelijke voordelen heeft. Dat blijkt uit een onderzoek van Eos over biotechnologie. Er heerst echter ook wantrouwen tegenover en onwetendheid over het onderwerp.

Zo heeft 70% van de ondervraagden geen enkel probleem met genetisch gemanipuleerde aardappelen of katoenplanten als die daardoor beter beschermd zijn tegen insecten en ziektes. Ook medische toepassingen zoals stamceltherapie of prenatale screening blijken geen probleem.

 

Anderzijds blijkt ook dat de ondervraagden weinig weten over het onderwerp en heerst er ook wantrouwen tegenover ggo-producten. De industrie werkt vooral met genetisch gemodificeerde micro-organismen zoals bacteriën. Die kunnen enzymen of vitamines efficiënt in grote hoeveelheden aanmaken. Kaas wordt bijvoorbeeld vaak gemaakt met stremseleiwit, geproduceerd door genetisch gewijzigde micro-organismen. Als daardoor het productieproces milieuvriendelijker wordt, staat 57% van de Vlamingen achter het gebruik van deze ggo’s. Toch lijkt de consument niet meteen warm te lopen voor biotechproducten. Slecht 47% beoordeelt de genoemde kaas als positief en 13% zou wasmiddelen met enzymen uit ggo’s ‘zeker’ kopen. Dat terwijl we beide producten al jaren consumeren en gebruiken.

Dat de Vlaming geen duidelijk zicht heeft op biotechnologische verwezenlijkingen blijkt verder uit het situeren van de toepassingen in de tijd. Zo is slechts 35% er zich van bewust dat insuline voor diabetespatiënten niet meer uit varkens maar uit gemanipuleerde micro-organismen wordt gehaald, en weet maar 42% dat er genetisch gewijzigd katoen bestaat, vandaag alomtegenwoordig in kledij en bankbiljetten. Driekwart van de ondervraagden geeft dan ook aan in de media te weinig informatie over biotech te vinden.

De ondervraagden hebben ook weinig vertrouwen in firma's en wetenschappers die werken met zogenoemde ggo's en in de firma's die ze ontwikkelen en op de markt brengen.