"Helft Marokkaanse jongens pleegde misdrijf"

In Nederland komt meer dan de helft van de Marokkaanse jongens in aanraking met de politie voor hun 23 jaar. Dat blijkt uit onderzoek dat vandaag gepubliceerd is in een vaktijdschrift voor criminologen. Het onderzoek is opmerkelijk, want in Nederland is er lang protest geweest tegen onderzoek naar de nationaliteit van misdadigers.

Het gaat om 54 procent van de jongens en mannen die in 1984 in Nederland zijn geboren uit ten minste één Marokkaanse ouder. Van de Nederlandse mannen in diezelfde leeftijdsgroep pleegde 20,3 procent voordat ze de leeftijd van 23 bereikt hebben een of meer misdrijven.

In 1984 werden volgens de onderzoekers in Nederland ruim 87.500 jongens geboren en ruim 83.300 meisjes. Voor de vergelijking zijn zij opgesplitst in categorieën Nederlands, Marokkaans, Surinaams, Antilliaans, Turks en 'overig'. Van de gehele groep had ruim 14 procent op 22-jarige leeftijd minimaal één misdrijf op z'n kerfstok.

De wetenschappers maakten gebruik van het politiesysteem HKS, dat sinds 1996 voor wetenschappelijk onderzoek kan worden gebruikt. De onderzochte groep was in 1996 twaalf jaar, de leeftijd waarop kinderen voor het eerst strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden.

Ook Surinaamse en Turkse jonge mannen hebben vaker dan de groep Nederlanders een misdrijf op hun naam staan. 43 procent van de Surinamers uit 1984 en 41 procent van de Turken tot 23 jaar staan minimaal een keer in het HKS.

Marokkaanse jongens plegen het jongst hun eerste delict: gemiddeld als ze 17,6 jaar oud zijn. Nederlandse mannen zijn iets later: hun 'startleeftijd' ligt gemiddeld op 18,5 jaar. De jongens uit Marokkaanse gezinnen plegen gemiddeld ook de meeste delicten: 4,1 tegen 3,7 van Antillianen en 3,3 van Surinamers.