"Wie wil er Streisand, als je Lucy Loes hebt"

Op 17 juni overleed volkszangeres Lucy Loes. Lukas De Vos ging praten met Patrick "Pulle" Dupon en caféuitbater Toby Obi. Zij halen herinneringen op aan Lucy Loes.

Wie beweert dat er geen leven is na vijftig? Neemt hier een voorbeeld aan: Lucienne Vanbesien was een simpele volksvrouw, die geregeld haar strot opentrok om mee te kwelen in de volksfeesten. Ze had een nichtje, de beroemde Oostende zangeres Lucy Monty, de vrouwelijke Benny Scott zeg maar.

Schrijfster van de schlagers "Op de Vissemarkt zien ’k geboren", "’t Is gedoan met de Dikke Madam" of nog "M’n vintje komt noar huus". Loesje bleef bescheiden en beschroomd. Tot jaren na de dood van haar nichtje hield ze de boot af, “al wist iedereen dat ze geweldig kon zingen”, houdt Patrick Dupon vol, Pulle, de ster van de Oostendse Revue.

En ’t is waar, wie haar ooit heeft zien optreden in ’t Valentientje aan de Konterdam, dat was dweilen met de kraan open. Haar zwabberstem volstond amper om de rijkelijke mix van zeemanstranen en vergoten jenever op te slorpen.

Oostendenaars hebben vaak een extra krop in de keel, een zanggezwel van heimwee en stoere IJslandklap. Grof, grauw, doorzopen, doorleefd – stijl Arno of Cowboy Henk, wiens geestelijke vader Herr Seele de dertiende pianostemmer is van de stad.

Patrick Dupon staat er niettemin naakt bij. Geen orgel, geen trekzak – “in Brussel, voor herstelling, ik had een weekje vrij”, klinkt het verontschuldigend. Maar dan weer met vuur in de ogen (en een Bass Pale Ale in de hand): “’k Wete nog goed hoe ik haar leerde kennen. Midden jaren zeventig. Lucy had een carnavalsgroep, de Gilles der Zee, en volk tekort. Zo ben ik erin gerold, met een dikken buuk, een dikke rug, en een vissekop, kabeljauw, krab, zeespin. Verleden tijd”.

Het waren de jaren dat ze een cafeetje openhield, Concordia. “Dan is ze naar hier verhuisd, de Staminee (zie haar tophit: "Lucy van de Staminee"), elke week feest en luim, elke West-Vlaming die de toon kon houden (ten minste bij het begin van de avond) heeft hier van katoen gegeven, Eddy Wally ook. Ze waren allemaal op haar begrafenis, 800 man – man, man, daar is gebleten en gesnotterd, en met haar boezemlied "M’n Zeekapiteing" is ze ten grave gedragen”.

Eenvoud die beklijft:

"Al ej geen klakke vul me goed
’t es joen posture die ’t em doet"

Blijft even stil, kijkt in het wat hoerige interieur – veel rood fluweel, gefronste gordijntjes, een revuepodium, hartjes op de ramen - naar huidig uitbater Toby Obi.

“Ik ben een Engelsman”, grijnst die van oor tot oor, “Een echte”. Vader Nigeriaan, moeder uit Jamaica, acht jaar gevoetbald bij KV Oostende (“ik was flankspeler, en ne rappe”). Al 22 jaar aangemeerd in de kuststad, het accent is onmiskenbaar. “Als je een vriendinnetje van 18 hebt, dan helpt zere”. De olijkerd. “Haar sister komt hier nog geregeld eten, pas haar 50-jarig jubileum gevierd, hierboven”.

Hij heeft Lucy vorig jaar mee in de bloemetjes gezet op Zilverrock, de plaatselijke Rimpelrock in het klein. En op de, nee hààr, Paulusfeesten. Toen werd botkanker vastgesteld.

Maar intussen was ze al vereeuwigd op de Visserskaai, bij de “gernaorstrap”, over de kraampjes, waar ze geboren was. Haar borstbeeld kijkt parmantig naar de enkele sloepen en kotters die aan de wal liggen. “Weet je”, zegt Dupon, “Elk optreden sloot ze af met haar lievelingslied. Vera Lynn, "We’ll meet again"." Hij tuurt nog even onbestemd in zijn schuimkraag. En snuift dan glimlachend. “Zoals ze zelf zingt: me mien toenge kan ik mien verweren. Zo was dat”.

Geef toe: wie wil er Barbara Streisand, als Lucy Loes om de hoek woonde? Laat staan “Cecile” Dion, als je “Het Allerbeste van Lucy Loes” kunt opleggen? De keuze is snel gemaakt.

Lukas De Vos