Het bezonken rood van Peter Weidenbaum

In het charmante en meteen ook de kleinste stad van Zeeuws-Vlaanderen in Nederland, Aardenbrug bij Sluis, confronteert Peter Weidenbaum de bezoekers met een fraaie installatie en negen schilderijen. Op het eerste gezicht zijn het bizarre, lugubere afbeeldingen maar onder die mantel gaat veel inventiviteit en warmte schuil.

In het kader van "Ontboezemingen" of Aardenburgse Zomerkunsten exposeert Peter Weidenbaum in Freemen Gallery ( de galerie van zijn broer Alex) en in de prachtige Sint-Baafskerk uit de dertiende eeuw.

Peter Weidenbaum (°1968) studeerde aan het Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen. Spoedig legde hij zich toe op de beeldhouwkunst en installaties waarbij hij de nadruk legde op de sociale dimensie van zijn werk.

Vandaag staat hij weer graag achter zijn ezel om met doek en olieverf zijn fantasiewereld vorm te geven en dat resulteert in de serie "The consumption of the suffering" of "Het consumeren van het lijden".

Het vurige rood van Ferrari

We ontmoeten elkaar in de galerie van zijn broer. Straks is het receptie en er moet nog behoorlijk wat drank worden aangesleept. Wij kijken rond en willen vragen stellen.

“Wat in de galerie hangt en staat kan je pas echt goed begrijpen en interpreteren als je de installatie in de Sint-Baafskerk hebt gezien", aldus Peter Weidenbaum en hij nodigt ons uit om naar de kerk te stappen.

Onderweg kijken we naar de typische kleine Nederlandse huizen. Het zijn doorkijkwoningen met sanseveria’s voor het raam en goedkope beeldjes op de schoorsteenmantel. Een beeld dat ons niet meer loslaat.

De Sint-Baafskerk is een gereformeerd gebedsoord, dus geen beelden of schilderijen, geen franjes, hier schraagt soberheid de godsvrucht. Deze kerk is het beste voorbeeld van de Scheldegotiek die de overgang maakt van de romaanse naar de gotische bouwstijl, of van duisternis naar licht gecreëerd door verticale, gotische bouwelementen. In dat kwakkelende licht, in de kerk, de achterste poten geknoopt aan een vergulde kabel die uit de nok nederdaalt, hangt er een Vlaams schaap, een ram. Het is dood.

“Ik wilde een groot schaap. Twee uur na de slacht hebben we het dier in siliconen verpakt waardoor we een prima model hadden. Nadien hebben we het in brons gegoten. Voor alle duidelijkheid, dit is geen verwijzing naar het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck. Ik wilde een werk maken over de esthetiek van het lijden, specifiek van het mannelijke lijden. Francis Bacon heeft als geen ander dat lijden gevisualiseerd."

En onder het schaap staan 83 beeldjes, in het dialect zo schoon "postuurkes" genoemd. Donald Duck, Ludwig van Beethoven, Boeddha, Christus, … ze staan er allemaal gemaakt uit plastiek, gips, beton, porselein, soms kwaliteitsvol, heel dikwijls pure "schone" kitsch. “Het is de cultus van de nietige dingen zo moet Paul Van Ostaijen het ooit omschreven hebben", aldus Peter Weidenbaum.

Deze grote uitwaaierende en toch monolithische verzameling is gespoten in Ferrarirood, gulpend bloed van het onschuldig gekeelde schaap neerpletsend op de huiselijkheid, op de goegemeente met zijn kleinburgerlijke kantjes. Aan een zijmuur: het portret van Prinses Diana ( 1961-1997), op een rode ondergrond, vergulde lijst. Foto: de poster van Humo. De waardigheid van de dood teruggebracht tot de banaliteit van het krantenpapier.

Het beeld interesseert me meer dan de techniek

In de galerie begrijpen we meer van de doorkijkwoning. Op de vensterbank drie potten sanseveria’s of vrouwentongen, pot en plant gegoten uit brons. Bij het binnenkomen een grote zwarte hond, ook gevonden op een rommelmarkt.

En een beetje verder: twee handen uit brons. De handen van de bronsgieter van Peter Weidenbaum. De handen omhelzen niet; ze wurgen. Dat is hoe de kleine burger wordt behandelt en zelf handelt. Zichzelf wurgen en zich laten wurgen.

Aan de ruime witte muren: negen schilderijen, olie op doek. “Van de verzameling beeldjes in de kerk heb ik ruim tweehonderd foto’s gemaakt. Ik verdonkerde mijn atelier, schilderde muren en tafels rood. Eerst maakte ik een tekening en dan ging ik de toets en het kleurgebruik bepalen. Hier werkte ik in alle mogelijke tinten rood”.

Weidenbaum is niet alleen door het Ferrari-rood geprikkeld, maar ook het rood van de vijftiende eeuwse schilder Jean Fouquet. Hij schilderde zijn engelen in vurig rood. Een prachtig voorbeeld hiervan hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. “Het rood zoals bij Matisse. Dat heeft toch iets bezwerend", verzucht Weidenbaum,”ik vermijd ook alle tussentonen. Het is bij mij clair-obscur, hooglicht of donker.”

Hij werkt lang aan een schilderij, overdenkt welk effect een bescheiden veeg wit teweeg brengt. Het thema van de schilderij is een deeltje of een pars pro toto van de beeldeninstallatie in de kerk. Wie dicht kijkt waant zich in een rood abstract werk, wie enkele passen achteruit zet ontdekt een geheimzinnig, neo-symbolistisch schilderij.

Maar het was diezelfde Peter Weidenbaum die ons tijdens de wandeling in Aardenburg zei dat “elk woord een betekenis heeft maar dat een beeld vraagt om een interpretatie, smeekt om menige vraag".

Bij een goed glas cava - we verlaten de galerie voor aanvang van de vernissage - wil Peter nog kwijt dat hij hoopt dat deze tentoonstelling zich laat lezen als een grote installatie: “Het zijn allemaal snapshots die in mijn hoofd opkwamen. Wie het hele parcours heeft afgelegd zou een filmische ervaring moeten hebben. Enfin dat is zo een beetje mijn wens.” Het grote doorkijkhuis blijkt plots een film te zijn.

Yves Jansen

The consumption of the suffering

van Peter Weidenbaum
waar Aardenburg bij Sluis (Nederland)
wanneer tot 8 augustus

www.freemengallery.nl

www.cultureelaardenburg.nl