Witte Huis ongerust over mogelijk nieuw lek

De Amerikaanse overheid heeft aan oliemaatschappij BP bevolen om een plan op te stellen om de trechter boven de oliebron in de Golf van Mexico weer te openen. Het Witte Huis is ongerust over "aanwijzigingen" dat er in de buurt toch een ander lek is ontstaan.

BP sloot donderdagavond de kleppen van de trechter af, waardoor er voor het eerst in meer dan 80 dagen geen olie meer in zee lekt. Omdat de trechter de druk van de oliebron aanvankelijjk goed leek te weerstaan, was het de bedoeling om de trechterkleppen dicht te houden tot er een definitieve oplossing is.

Toch vreest de overheid dat er op andere plaatsen lekken zijn ontstaan. De Amerikaanse kustwacht ziet daar enkele aanwijzigingen voor. Zo is de druk op de trechter minder groot, wat kan wijzen op een nieuw lek. Daarnaast denken enkele ingenieurs dat ze op de zeebodem in de buurt van de trechter een "hydrocarbonair lek" vonden, al is dat nog niet bevestigd. "Hydrocarbonair" wijst op een lek van olie of aardgas, of allebei.

Als BP de kleppen van de trechter opnieuw opent -wat volgens henzelf een drietal dagen zou duren-, stroomt de olie weer in zee. Maar als er op andere plaatsen in de kapotte oliepijp een of meerdere lekken ontstaan, dan wordt de olieramp voor BP en voor de overheid helemaal onbeheersbaar.

BP maakte vandaag bekend dat de olieramp hen al 3,95 miljard dollar heeft gekost, meer dan 3 miljard euro.