Misdaad van Thompson inspireert filmmakers

De bikkelharde misdaadthriller "The killer inside me" situeert zich in het Texas van de jaren 50 waar deputy-sheriff Lou Ford (rol van Casey Affleck) enkele gruwelijke moordzaken moet onderzoeken. Voor de toeschouwer (maar niet voor zijn omgeving) is het echter vrij snel duidelijk dat achter de minzame en zelfs opvallend gecultiveerde façade van deze man een psychotische killer schuilgaat.

Vooral de wijze waarop de politieman twee vrouwen, zijn vriendin Amy (rol van Kate Hudson) en de prostituee Joyce (rol van Jessica Alba), om het leven brengt, is zo bloederig en gewelddadig dat de kijker best niet onwetend en dus onvoorbereid de bioscoop binnen stapt.

Maar nu eerst iets helemaal anders. Door een drukfout in het overlijdensbericht zijn alleen maar de naaste familie en enkele persoonlijke vrienden op de hoogte van de juiste datum van een begrafenis, zodat er op de dag van de uitvaart nauwelijks volk aanwezig is. “Dit zou het perfecte einde van een verhaal van Jim Thompson kunnen zijn”, zou een van die vrienden later zeggen.

De man die niet in een of ander verhaal, maar in werkelijkheid het slachtoffer werd van zo een drukfout, was niemand minder dan de Amerikaanse misdaadschrijver Jim Thompson (1906-1977). Een van zijn bekendste boeken was "The killer inside me" (uit 1952) en die roman ligt dus nu aan de basis van de gelijknamige film van de Britse regisseur Michael Winterbottom.

Even voor zijn dood had Jim Thompson nog tegen zijn vrouw gezegd dat ze zijn manuscripten zorgvuldig moest bewaren: "Just you wait, I’ll become famous after I’m dead about ten years.” En hij heeft inderdaad gelijk gekregen. Op het moment van zijn dood in 1977 was geen enkel van zijn meer dan dertig boeken nog in druk in Amerika, maar sinds het midden van de jaren 80 werden ze herontdekt toen uitgeverij Black Lizard Press ze opnieuw begon te publiceren.

Op dit moment zijn zowat al de romans van Jim Thompson opnieuw beschikbaar. Opmerkelijk detail: uitgeverij Black Lizard werd indertijd opgericht door Barry Gifford, auteur van o.a. "Wild at heart: The story of sailor and lula", dat naderhand tot een Gouden Palm-winnaar verfilmd werd door regisseur David Lynch.

Na de dood van Jim Thompson werden verschillende van zijn romans verfilmd, te beginnen met twee erg geslaagde Franse adaptaties. In 1979 draaide Alain Corneau (van wie de nieuwe misdaadthriller "Crime d’amour" vanaf deze week in de Belgische bioscopen draait) de film "Série noire", naar de roman "A Hell of a Woman". En in 1981 gebruikte Bertrand Tavernier het boek "Pop. 1280" als basis voor zijn film "Coup de torchon" met Philippe Noiret en Isabelle Huppert.

De credits van Stanley Kubrick

Andere Thompson-verfilmingen die volgeden, waren o.a. "After dark, my sweet" door James Foley, "The grifters" door Stephen Frears en "The getaway" door Roger Donaldson. Maar beweren dat Jim Thompson eerst dood moest zijn om succes te kennen, zou de waarheid geweld aandoen. Nog tijdens zijn leven werden trouwens ook al romans van hem verfilmd. Vreemd genoeg waren dat boeken die sindsdien nóg eens verfilmd werden.

In 1972 draaide Sam Peckinpah namelijk "The getaway" en ook "The killer inside me" maakte reeds eerder de transformatie naar het grote scherm, namelijk in 1976 door Burt Kennedy.
Vooraleer zijn eigen werk geadapteerd werd, kon schrijver Jim Thompson reeds in de jaren 50 aan de slag als scenarist in Hollywood.

En de regisseur die toen op zijn diensten beroep deed, was niet de minste, namelijk Stanley Kubrick. In 1955 gaf die hem de opdracht om de roman "Clean break" van Lionel White te transformeren tot het scenario voor "The killing". Thompson schrok zich wel te pletter toen hij later op de generiek van "The killing" moest lezen dat Kubrick zichzelf als scenarist had laten noteren en dat Thompson alleen maar een credit kreeg voor "additional dialogue".

Er volgde een stevige ruzie, maar toch bleek Jim Thompson bereid om even later opnieuw met Kubrick in zee te gaan voor het scenario van "Paths of glory", gebaseerd op de gelijknamige roman van Humphrey Cobb. En wat was nu het resultaat? Dit keer stond Thompson op de generiek wél als scenarist vermeld, maar dan wel na Stanley Kubrick en na nog een andere schrijver, Calder Willingham.

Alhoewel hij zijn roman "The killer inside me" reeds in 1952 schreef, dus voor die vervelende ervaringen met Kubrick, wist Jim Thompson toen reeds dat het soms weinig zin heeft om wrevelig en zuur naar het verleden te blijven kijken. Een van de bekendste zinnen uit dat boek was namelijk: "There are things that have to be forgotten if you want to go on living." Maar op zijn begrafenis had er toch wat meer volk moeten zijn.

Jan Temmerman