"Dandy Dada, prins van de marginaliteit"

EXPO - "Monsieur Wout Hoeboer, Peintre Dadaïste et fantasmagique, Au Café "Tout va bien" Bruxelles". Dat staat op een prentkaart van 6 september 1959. Een perfecte opener voor de bespreking van een tentoonstelling die rond één persoon draait: Wout Hoeboer. Bij leven een fervent aanhanger van het dadaïsme (met een flinke slok surrealisme); een kunstenaar die sterk op zichzelf leefde en daarbij graag de fles koesterde. In 1968 maakte hij een serie gravures onder de titel: "Je vis, ça suffit" of "Ik leef, dat is voldoende". Zo zag hij het bestaan.

"Alleen Dada stinkt niet, het is niets, niets, niets.

Het is als jullie hoop en verwachtingen: niets.

Als jullie paradijs: niets.

Als jullie idolen: niets.

Als jullie politici: niets.

Als jullie helden: niets.

Als jullie kunstenaars: niets.

Als jullie religies: niets.

Fluit, schreeuw, sla me op m’n bek, nou en? Ik zal steeds weer herhalen dat jullie idioten zijn. Over drie maanden zullen mijn vrienden en ik jullie onze portretten voor ’n paar schamele francs verkopen".

Picabia: Hoeboer vergeet zijn naam niet

Het was Francis Picabia (1879-1953) die "La Manifesta cannibale Dada" op 27 maart 1920 voorlas. De goegemeente kreeg klamme handjes, bevreesd sidderde de bourgeoisie.

De dadaïsten wilden een revolutie in de kunst en in de literatuur. Picabia beeldde Cézanne (de grootmeester van het postimpressionisme ) uit als een opgezette aap.

Dada was een uitdrukking van frustratie en woede, het gevolg van de eerste wereldoorlog (1914-1918). Europa lag in puin; elk vertrouwen in de samenleving en het geloof in de rationele mens was aan flarden geschoten.

Dada verzwakte echter snel. Reeds in 1921 publiceerde Picabia een pamflet tegen het dadaïsme. Tegelijkertijd sluimerde het surrealisme dat vorm kreeg dankzij het manifest van André Breton. Hij publiceerde het in 1924 en hoopte hiermee het dadaïsme een tweede adem te geven. Het dadaïsme en het surrealisme zouden elkaar niet loslaten. In 1957 huldigt Hoeboer Picabia door zijn naam te integreren in een compositie.

Wat is dat, dada?

Bij Verbeke Foundation drinken we koffie met curatoren Geert Verbeke en Simon Delobel. “Heren, wat is Dada?” proberen we.

En dan beiden in koor: “ AADEEAADEE, alstublieft". Terwijl we de twee heren stil aanstaren, laten wij een koekje delicaat gesopt in de koffie, tollen op onze tong.

“Dada is een levenswijze, beslist geen dogma. Dada staat voor totale anarchie, doen en laten wat je zelf wil,” rondt Geert het betoog af.

Dada was al over zijn hoogtepunt heen toen Wout Hoeboer (1910-1983) twaalf jaar was. Hij woonde in Rotterdam. Zijn vader was een kleermaker en zondagsschilder die traditionele kunst genegen was. “De kunst van Picasso lijkt het werk van een krankzinnige wel”, was zijn conclusie.

Wout Hoeboer was 16 toen hij aan de Academie van Rotterdam leerde kopiëren. Daarnaast kreeg hij ook les van Piet Zwart die hem inwijdde in de theorieën van "Bauhaus" en "De Stijl".

Dan vertrekt Wout Hoeboer naar Antwerpen. Hij woont er op een zolderkamer, tekent bidprentjes, reclamekaartjes en andere prullaria. En ’s nachts schildert hij -het liefst -bij het licht van de straatlantaarns. Hij bestudeert het werk van Constant Permeke, Raoul Dufy en Chagall.

En uit die tijd dateert zijn geliefkoosde gewoonte -een dada zeg maar. Van in elke kamer waar hij woont, snijdt hij bij de verhuizing een stukje uit het behangpapier. Die flarden papier zullen later dienen voor collages.

In 1933 duikt hij op in Brussel. Hij werkt er voor een baas maar houdt het daar snel voor bekeken en richt het eigen artistiek atelier EOS op. “Ik had daar enkele lithopersen, enkele etspersen, enkele graveermachines. Dat artistieke werk is heel mooi maar je kan er niet je brood mee verdienen. Dus moest ik een beetje commercieel werk bijmaken. En ik maakte gravures voor boekprint, stempels, zelfs stempels in brons“, vertelde Wout Hoeboer tijdens een lang radiogesprek met Freddy De Vree (1939-2004).

De invloed van Kandinsky

In de jaren dertig heeft Wout Hoeboer korte tijd gewoond in Dilbeek. Zijn buurman was de schilder Jean Brusselmans (1884-1953) die zich vanaf 1920 concentreerde op geometrische gestileerde schilderijen.

Geometrie. Strakke vormen. Dat bewonderde Hoeboer ook bij de constructivist Victor Servranckx (1897-1965) en natuurlijk ook bij de nog steeds miskende Paul Joostens (1889-1960), die in 1919 een vurige pleitbezorger was van de dadaïsten om nadien radicaal met hen te breken om in de jaren vijftig opnieuw dadaïstische abstracte werken te tonen.

Hoeboer vertelde aan Freddy De Vree dat hij Paul Joostens verschillende keren heeft ontmoet want “in de buurt van zijn huis in de Antwerpse Venusstraat was een klein restaurant, en ik wist dat hij altijd, zo tegen de avond daar was en dan ging ik hem daar nu en dan eens opzoeken". In de documentatie van Hoeboer werd alvast een catalogus over Paul Joostens gevonden.

Heel belangrijk is 1935. Zijn aanstaande vrouw geeft Hoeboer het boek “ Punkt und Linie zu Fläche”, een publicatie uit 1926 van Wassily Kandinsky.

Hij zal Kandinsky intens bestuderen, en -zo blijkt ook uit zijn nalatenschap- hij heeft heel zijn leven lang een knipselmap aangelegd met artikels over "Bauhaus" en "De Stijl", twee kunststrekkingen die eenvoudige vormen als uitgangspunt hadden. Kandinsky was tussen 1922 en 1933 docent aan het Bauhausinstituut.

Spelen met de grenzen van het genre

Curator Simon Delobel: “Wout Hoeboer hield letterlijk alles bij. Samen met zijn dochter hebben wij een inventaris opgemaakt van de foto’s, documenten, brieven, collages, probeersels, schilderijen, en objecten. In totaal hebben we tweeduizend vijfhonderd stukken gevonden.”

Het is voor de eerste keer dat enkele hoogst interessante documenten en werken op deze tentoonstelling te zien zijn.

“U moet ook weten dat Hoeboer speelde met de grenzen van het genre. Schilderijen zijn soms collages en soms is een collage een installatie waarbij laag op laag werd gelegd. En het deerde hem niet dat hij daar sjablonen voor gebruikte”, vertelt Simon ons.

Théodore Koenig (1922-1996), hoofdredacteur van het kunstblad Phantomas waarvoor Hoeboer soms werkte, schreef deze visie neer: “ Wout Hoeboer toont collages waar een verwittigd oog een schilder in zal herkennen hoewel de kunstenaar nauwelijks gebruik heeft gemaakt van het penseel".

Voor Hoeboer was elk materiaal goed om kunst mee te maken: leisteen, karton, triplex, doek, prullen opgepikt langs de straat. In Italië had hij kennisgemaakt met Arte Povera, een kunstvorm waarbij elk voorwerp, elk materiaal dienstbaar is voor de kunst.

We kuieren samen met Simon langs een rij kijkkasten waar mooi geëtaleerd het leven van Hoeboer wordt verteld aan de hand van tijdgenoten, objecten, en gebeurtenissen. Hier ligt een schat aan materiaal dat helaas nog niet verwerkt is tot een gedegen monografie. De reden: het budget raakt maar niet rond.

Cobra doet zijn intrede

In de zomer van 1947 ontmoet Hoeboer Christian Dotremont, een van de Belgische oprichters van de CoBrA- beweging (CopenhagenBrusselAmsterdam). De schilders bestellen bij hem stempels en clichés maar laten per brief weten dat zij “in schijven zullen moeten betalen want we hebben weinig geld.”

Hoeboer zal aan enkele Cobramanifestaties deelnemen maar hij voelt zich geen aanhanger van de beweging. Aangenomen wordt dat hij uit vriendschap met onder meer Karel Appel, Corneille en natuurlijk Dotremont enkele werken afstaat.

In datzelfde jaar omschrijft hij zich als de laatste dadaïst die flink lonkt naar de surrealisten met als belangrijkste vertegenwoordiger René Magritte. De dadaïsten en surrealisten konden elkaar best hebben.

Vanaf de jaren vijftig komt Hoeboer regelmatig met zijn werk naar buiten. Hij heeft zijn eigen, individuele stijl gevonden. Vanaf 1964 gaat hij jaarlijks naar Italië waar hij in de ban geraakt van de blauwe kleur. Er zijn tentoonstellingen in belangrijke galeries in Venetië en Como. In 1981 is er zelfs een retrospectieve tentoonstelling in Milaan en… hij verkoopt goed, heel goed zelfs.

Begin jaren tachtig krijgt ook België belangstelling voor hem maar zijn leven blijkt spoedig eindig. Naast heel veel werk en documenten van Wout Hoeboer is onder meer prachtige kunst te zien van onder meer Marcel Mariën, Verstockt, Alechinsky, Wolfs en Paul Joostens en bij deze laatste verzucht Geert Verbeke: “ Ik vind Joostens één van de belangrijkste dadaïsten. Dit jaar is hij vijftig jaar dood. Geen enkel museum of instantie organiseert iets. En toch de invloed en het belang van Joostens is niet te onderschatten”.

Dood in het atelier

Wout Hoeboer was geen gemakkelijk man. Bij vergaderingen van Phantomas hield hij zich stil; om dan plots een eruptie van woorden uit te stoten. Henri-Floris Jespers (foto) die een lange en gedetailleerde bijdrage samenstelde voor het kunstblad Connexion heeft Hoeboer enkele keren gezien in café "Au Petit Rouge" in Brussel.

“Iemand stootte me dan aan met de opmerking dat die mijnheer daar Wout Hoeboer was. Ik heb zijn persoon ervaren als indrukwekkend. En daarnaast wist hij als geen één waar de fles stond. Hij bestelde steeds "divin" (i.p.v. ‘"du vin") want zijn Frans was wel grappig.”

In 1975 -hij was er toen 65 en met pensioen- wilde hij zijn leven eindigen als luciferverkoper in de Brusselse Nieuwstraat, om dan te kunnen sterven als een clochard in de goot.

Een vriend zei over hem: “Hij had misschien de allure van een clochard maar hij was eerder een prins van de marginaliteit.”En Simon Delobel: “Voor mij was hij een bon vivant, neen, iets subtieler entre bien et bon vivant. Hoe moet je dat nu vertalen?“

Wout Hoeboer tekende met vier voornamen: Wout, Wouter, Walter en Williams. Veel belang hechtte hij niet aan de naam van de kunstenaar of zoals Simon het ondubbelzinnig samenvat: “Kunst maken was voor hem een middel om iets te beleven, te ervaren, en niet zoals nu om geld mee te verdienen.”

Enkele maanden voor zijn dood bracht zijn dochter regelmatig eten naar zijn atelier, waar hij woonde en werkte. Dikwijls bleef de deur dicht en zette zij het dienblad op de grond. Het is de conciërge die de politie belde. Een slotenmaker opende de deur. Eenzaam was zijn dood, daar in zijn kil vierkantig atelier.

Yves Jansen

Wout Hoeboer, dandy dada

Tot 31 oktober

Verbeke Foundation, Kemzeke

www.verbekekefoundation.com