Geslaagde interventie in private woningen

Vanaf deze week loopt in Sint-Niklaas "Coup de ville", een groot kunstenparcours langs tuinen, private huizen en publieke ruimten. Op 35 boeiende locaties tonen meer dan 40 nationale en internationale kunstenaars hun kunnen. Weinig schilderkunst, des te meer beelden, installaties en video.

In de catalogus lezen we een mooi citaat van Jan Hoet (°1936) over kunst in private woningen: "Het woonhuis wordt een sokkel voor het kunstwerk. Dat is de uitdaging voor de kunstenaar. In een museum is iets automatisch kunst terwijl het in een huis kunst moet worden".

Zaterdagmiddag schuiven we aan bij de lunch voor de kunstenaars en de naaste medewerkers. De tafel blijft half leeg: niet alle installaties zijn klaar en tot het op het laatste ogenblik willen de binnen- en buitenlandse artiesten de presentatie van hun werk verfijnen.

De Filippijnse Eisa Jocson drinkt voorzichtig zwarte koffie. ”Neen, voor mij hoeft u niet te dekken. Voor mijn performances krijg ik geen hap naar binnen”, laat zij de ober weten. Jocson moet de mensen prikkelen om "naar meer te gaan zien".

Eigenlijk willen wij hier graag schrijven: "verleiden", want de aantrekkelijke Jocson bespringt, koestert en streelt palen opgesteld op openbare ruimtes. Voor haar is paaldansen een performance, geen act van seksuele zindering. “Dat is toch fantastisch,” vertrouwt Jan Hoet ons toe,” dat is het provocerende element van "Coup de ville". Zij danst op en rond verkeerspalen die onbenut zijn. Zij doet daar ook nog iets mee. Dat is toch fantastisch!”

De wandeling

En dan begint onze vijf uur durende tocht door Sint-Niklaas, en sommige locaties zullen we door tijdsgebrek niet aandoen. Wij lopen graag turend en loerend door de stad en dan is een fiets die je kan lenen bij de organisatie niet aangewezen.

In het koetshuis worden we blij verrast door een foto-opstelling van Eva Vermandel (° 1974 ) geboren in Sint-Niklaas, maar zij vertrok naar Londen waar ze werkt voor diverse publicaties. Portretten zijn haar specialiteit. In een hoek hangen zwart-wit foto’s van al de mensen haar dierbaar zijn. In een andere hoek haar zelfportret gemaakt in het geliefkoosde park.

Ook in het koetshuis een installatie van Fred Eerdekens (°1953), een houten stad gebouwd als labyrint. Wie tussen de huizen kijkt ontcijfert een tekst met onder andere de woorden "little secrets". Leerlingen van de technische school gaan het labyrint op mensenmaat bouwen. De organisatie van "Coup de ville" probeert de bewoners zoveel mogelijk bij het gebeuren te betrekken.

Het signaal van Mark Verstockt

We moeten terug naar 1972: het grote koopcentrum aan de rand van de stad wordt geopend. Mark Verstockt (°1930) maakte het geometrisch abstracte werk "Signaal", een achttien meter hoge zuil. Zes jaar geleden ging het tegen de vlakte omdat er een probleem was met cortenstaal. En sindsdien is er geen spoor meer van het kunstwerk.

Vandaag is Verstockt zelf aanwezig met een eenvoudige installatie: tien korte en vijf lange metalen vierkante buizen waarvan de voor- en de achterzijde een dubbelframe heeft. Wij kennen sterker werk dat representatiever is voor deze kunstenaar.

Aan het koopcentrum (foto), in de Japanse tuin, heeft Wesley Meuris (°1977) een kiosk gebouwd met verschillende platforms. Hij wil aantonen hoe kunstmatig een winkelcentrum is en hoe binnen- en buitengebeuren erop gericht zijn de bezoekers rustig te stemmen zodat zij toch maar zouden kopen.

Alle aandacht gaat naar de private woningen

Hannes Van Severen (°1979) toont twee werken. In een particuliere woning bouwde hij een trap die volkomen haaks staat op het gangbare begrip trap. De installatie was zo groot dat hij ze ter plaatse heeft gemonteerd, de stukken konden door deur noch raam. De houten trap deed Jan Hoet meteen denken aan een perfecte pas-de-deux.

Hannes Van Severen maakte er ook een betonnen versie van en die staat aan de ingang van het stedelijk museum. In dit nieuwe museum staat de grote installatie "Chasing the bleu train".

David Hammons (° 1943) laat een treintje rijden tussen pianodeksels en door een tunnel van steenkool. In de jaren 1920-30 – de grote depressie in Amerika – trokken de zwarten met de trein van stad naar stad om er werk te vinden. Dikwijls kwamen ze terecht in de steenkoolmijnen. En de piano’s die verwijzen naar jazzsaxofonist John Coltrane.

In een andere zaal staat "My grandfather’s shed" van de Oekraïner Ilya Kabakov (°1933) die de mystieke sfeer oproept van geborgenheid en escapisme. Maar alle aandacht gaat natuurlijk naar de private woningen. We snellen door de stad en bezoeken een dokterswoning waar Martin Walde -in 1986 een van de jongste deelnemers aan "Chambres d’amis"- een kleine ingreep heeft gedaan: hij bevestigde staafjes met siliconen aan de trap die tot aan het dak loopt. Dit huis was ooit één van de modernste woningen van Sint-Niklaas opgetrokken uit staal en beton. Bij het bestijgen van de stalen wenteltrap gaan de staafjes aan het trillen; maken ze muziek. Dit is een minimale ingreep.

Aan de overzijde plaatste Johan Creten (°1963) vier bijenkorven en in de tuin een levensgroot nieuw beeld waarmee de kunstenaar gestalte wil geven aan zijn ideeën over de verzamelaar en zijn functie binnen de samenleving.

Heel prettig en subtiel is de installatie van IJslander Egill Saebjörnsson (°1973). In een half verbouwde winkel, in een verlaten hoek onder een trap, in het halfduister toont hij een sprookjesachtig tafereeltje met een pingpongballetje en een gek geel figuurtje. Kleine en grote kinderen, iedereen dus, vinden het prachtig.

Tuintje dwingt tot bezinnen

Vol verwachting gingen we kijken naar "Secret Garden" van Hans Op De Beeck (°1969). In een verkommerde zaal van de technische scholen, bouwde hij een klein tuintje dat tot bezinnend nadenken dwingt.

In meer dan halfduister betreden we de locatie. Wat zien we? Een kleine ruimte afgezet met betonnen platen zoals die na de Tweede Wereldoorlog de scheiding tussen de hoven op de buiten maakten. Er is een kleine opening. Wij betreden het tuintje dat bestaat uit een zitbank en een vijvertje met witte lelies, zowat de enige kleur binnen het grijs en het zwart. Dit is feeëriek mooi maar die schoonheid heeft een geleidelijke impact op de bezoeker. Hij weet zich geborgen binnen het grijze en daarbinnen borrelen witte vlekken op van de lelies.

In de kleine gids -die niet volledig is en helaas ook enkele foutjes bevat- lezen we dat Op De Beeck negen jaar geleden al broedde op "Secret Garden". Vandaag zien én ervaren we het resultaat; en we zijn stil gelukkig met deze sterk ritueel gebonden installatie.

En diezelfde blijdschap hadden we ook toen we in een prachtig interieur de film van Michaël Borremans zagen. "The feeding" is een film uit 2006 die ook gebaseerd is op een ritueel: de steeds herhalende handeling van haast onherkenbare heren in een wit keurig pak.

In de Casinostraat krijgen we een hartelijk welkom van kunstschilder en docent Jan Stremes.In zijn tuin staat een grote kooi. Jan Stremes vertelt waarom de Venetiaan Giovanni Rizzoli (°1963) voor deze locatie viel: “ Hij zag in de tuin de volière; hij keek naar mijn schilderijen; nam de gehele tuin in zich op, en het was beklonken. Het heeft nog veel moeite gekost om via een belendende tuin de grote ijzeren constructie binnen te krijgen.” En dan neemt hij ons mee en wijst ons op het mooie beeld (“een tikkeltje rococo” , foto) en wijst dan naar de schommel: ”zo schoon hoe een knietje rust op het zitplankje en het andere niet.”

Ondertussen is de eerste bezoeker gearriveerd -een Brit- die van de gids een flinke brok informatie in het Engels krijgt. Wij luistervinken: “Deze figuur zit niet opgesloten. Zij is gelukkig want zij zit in een kooi waardoor zij niet kan belaagd worden en in alle vrijheid kan doen en laten wat zij wil.”

In een oude garage met de zo typische ijzeren zuiltjes kijken we naar de imposante video van Guido Van der Werve (°1977). De kunstenaar loopt voor een ijsbreker. Achter hem breekt en splijt het ijs, gebroken wereld, om een poos na de doortocht van het schip opnieuw te stollen. Steeds herstelt de natuur zich. De mens daarentegen…

Wetenschap

We hebben een afspraak in het Walburgkasteel met Angelo Vermeulen uit Sint-Niklaas.“Het is voor de eerste keer sinds vele internationale omzwervingen dat ik in eigen stad exposeer. Ik doe dat in het Walburgkasteel en in de bibliotheek en het zou prettig zijn dat de geïnteresseerde mijn exposities in deze volgorde bezoekt.”

Op de zolder van het kasteel hangen slechts enkele tekstplaten en twee kleine experimenten. “Ik hou me bezig -dankzij de ESA, de Europese Ruimtevaartorganisatie- met een ecosysteem voor de toekomstige bewoning in de ruimte met name zuurstof, voedsel en water.”

Angelo neemt ons mee naar een potje dat verlicht wordt met enkele superzuinige lampjes. Tussen de draden en de lampjes zien we hoe langzaam een plant groeit. Vroeger -en die installatie staat te pronken in de bibliotheek- ontwierp Angelo Vermeulen Biomodd, een werk waarbij recycleerde computers in symbiose leven met het ecosysteem. Algen en planten vinden er hun weg.

Ook Hans Demeulenaere (°1974) maakt een enigszins wetenschappelijk werk. Hij deed dit in een architectenkantoor met onmogelijke afmetingen: 64 meter lang en iets meer dan vier meter breed. Een lange donkere pijp dus. Maar architect Jao Smet bracht via koepels en zijramen toch veel licht naar binnen.

En het is Jao Smet zelf die ons uitlegt hoe deze installatie uit hout tot stand kwam: “Kunstenaar Hans Demeulenaere wilde architect worden. Hij kickt op onze maquettes die zo zijn gemaakt dat je door het verwijderen van een muur, een mooie inkijk krijgt op de woning binnen. En dan was hij heel erg gefascineerd door de manier waarop wij van ’s ochtends tot zonsondergang toch natuurlijk licht in onze kantoren hebben. Hij heeft ons voorgesteld om dit kantoor tot zestig procent te reduceren en na te bouwen binnen de bestaande structuur.”

Een gigantische klus werd het: van bespreking tot uitvoering: 1 jaar. Opbouw: 1 maand met twee personen. Het resultaat: subliem. Demeulenaere is erin geslaagd via projectoren en spiegels de oorspronkelijke lichtinvallen te reconstrueren.

"Coup de ville" heeft zijn vuurdoop goed doorstaan. En wat leuk is: wij hebben niet de neiging om een vergelijking te maken met het Gentse gebeuren ‘Chambres d’amis’ uit 1986. Beide manifestaties hebben meer verschillen dan gelijkenissen.

Het is goed dat beide curatoren, Stef Van Bellingen en kickside Jan Hoet, niet in die val zijn getrapt. De meeste kunstenaars zijn er uitstekend in geslaagd hun interventie in private woningen tot kunst te maken. Wij zijn er zeker van dat door deze grote manifestatie vele kunstliefhebbers de weg naar Sint-Niklaas zullen vinden. Voorzie alvast meer dan vijf uur om "Coup de ville" te bezoeken. Gelukkig zijn er uitstekende restaurants en prettige terrasjes om even op adem te komen en misschien ziet u dan een meisje een paal beklimmen. Niet wat u denkt: het is kunst!

Yves Jansen

Coup de ville

Sint-Niklaas

Tot 24 oktober

www.coupdeville.be

Meest gelezen