"We zijn niet in staat Ensor te ontmaskeren"

De tentoonstelling "Ensor ontmaskerd" poogt in de creatieve denkwereld te komen van de Oostendse schilder James Ensor (1860-1949). Daarvoor heeft curator Herwig Todts geput uit ontelbare schetsen, tekeningen en nooit eerder of zelden getoonde olieverfschilderijen. De nadruk ligt op Ensor als een van de belangrijkste realistische schilders uit de negentiende eeuw. Daarnaast krijgen ook zijn groteske schilderijen en maskers een prominente plaats.

En heel opmerkelijk: Herwig Todts, curator bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, zei op de persconferentie dat “wij niet in staat zijn James Ensor te ontmaskeren. Wij zullen nooit weten wat er precies in zijn hoofd is omgegaan.”

Wat vreemd voor een tentoonstelling die pretendeert de grootmeester te ontmaskeren of zijn ware gedaante te laten zien. Het kan de pret niet bederven, want Todts voegt daar meteen aan toe dat “zij over de schouders van Ensor hebben meegekeken om zo het creatieve proces te kunnen volgen, met zijn vallen en opstaan, trial and error.” Wat deze expositie wil tonen is met welke technieken of ingrediënten Ensor in de weer is geweest.

“En wanneer we naar Ensor kijken moeten we een poging doen om de actualiteit van vandaag te verlaten en weer te keren naar de tijd dat hij zijn werk concipieerde en maakte”, is een vriendelijke raad van de curator.

De expositie is een initiatief van Paul Dujardin, Algemeen Directeur van Bozar. Drie jaar geleden kwam hij tijdens een intiem salon in Oudenburg bij Brugge waar Louise Bourgeois over haar liefde voor James Ensor sprak, met het idee op de proppen. Bank ING en het KMSKA – dat wereldwijd de meeste schilderijen en tekeningen van Ensor bezit – gingen mee aan boord.

Schetsen en tekeningen

Het zijn de tekeningen – de meesten lagen decennia lang in het depot van het KMSKA – die bij een eerste bezoek veel aandacht krijgen. Ensor was een tekenaar pur sang die schets na schets maakte, vele cahiers vol. Alles wat hij vond in magazines en kunsttijdschriften diende als inspiratie om potlood, pen of krijt over het papier te bewegen.

Hij maakte schetsen van zijn familie en van zijn goede vriend en kunstbroeder, de zes jaar oudere Willy Finch (foto) (1854-1930). Met Finch ging Ensor marines schilderen op het strand en in de duinen van Oostende, later werkten ze samen op zijn zolderatelier.

Hoewel Ensor heel zijn leven in Oostende woonde, spoorde hij graag en regelmatig naar Brussel waar hij zich kon meten met de andere avant-gardisten. Ensor en Finch waren lid van Les XX in de hoofdstad, een beweging die het niet langer pikte dat het academisme hoogtij vierde. En opmerkelijk, zowel Ensor (jawel met "De oestereetster" dat ook wel "In het land van de kleuren" werd genoemd uit 1882) als Finch werden geweigerd op de officiële salons.

Later zal hij Finch ook verschillende keren tekenen en schilderen waarbij het opvalt dat Ensor bijna de houding aanneemt van een portretfotograaf door rond zijn collega te cirkelen om hem zowel frontaal als in profiel vast te leggen.

En dan zijn er de tekeningen (inkt of zwart krijt op papier) naar onder meer Nicolaas Van Bambeeck, Frans Hals, Ferdinand Bol en – van hem leerde hij hoe met lichte en donkere partijen diepte en sfeer worden opgebouwd – Rembrandt.

Ensor tast de gevoeligheid van licht af; hij is er dan amper twintig. En zoals Rembrandt benadert hij het licht niet op een rationele manier maar eerder op een mysterieuze wijze. Deze tentoonstelling illustreert perfect hoe James Ensor met licht speelt in samenspel met een sterk kleurenpalet. Het is een zegen om “Het interieur van de familie Rousseau" uit 1884 eindelijk in het echt te kunnen bekijken.

Ensor verbleef regelmatig bij de familie Rousseau in Brussel. In 1880 heeft Ensor ontgoocheld de academie van Brussel verlaten. In de tien jaar die daarop volgen, maakt hij zijn beste realistische werken, en de living en het salon van de familie Rousseau is er daar één van. Meesterlijk creëert hij een sfeer met alle varianten van rood waarbij hij helrood niet schuwt.

En hij weet met kleur (en minder door perspectief ) diepte te brengen in het schilderij waardoor een ruimtezicht ontstaat tot in de tuin. Ook het schilderij "Adam en Eva worden uit het aards paradijs verjaagd" (foto) is een prima voorbeeld van Ensors streven om via licht en een gewaagde kleurenselectie een mysterieuze sfeer te bouwen.

De derde categorie tekeningen zijn de kopieën naar bekende meesters zoals Manet, Stevens en Goya. En via zijn tekeningen probeert hij greep te krijgen, hoe later een schilderij er zal uitzien. Voor "Mijn dode moeder" uit 1915 maakte hij bij voorbeeld verschillende tekeningen van haar op het sterfbed, met open of gesloten ogen maar altijd met geopende mond.

Streven naar perfectie

Deze expositie toont ons ook hoe James Ensor niet onmiddellijk tevreden was met het eindresultaat. Hij bleef soms jaren aan één tekening of schilderij werken door enkele toevoegingen of zelfs radicale veranderingen. Een zittende man die naar afbeeldingen kijkt, krijgt pas later een doodshoofd op.

Een nog frappanter voorbeeld is de grote tekening (potlood, houtskool en krijt op papier) "De mystieke dood van een godsgeleerde". Tijdens de laatste maanden van zijn opleiding aan de academie in Brussel tekende hij het middelste gedeelte: een geëxalteerde donkere monnik leidt een menigte.

Op de achtergrond – schetsmatig en vaag – de Heilige Maagd. Pas zes jaar later voegt hij het linkse tafereel toe: op een bed ligt met gevouwen handen de godsgeleerde, aan het kruis Christus, op de achtergrond een bisschop met gelovigen. Beiden taferelen gaan naadloos in elkaar over. Deze tekening bewijst ook hoe sterk James Ensor is in het uitbeelden van een massa mensen.

Een mooi voorbeeld hiervan is ook "De boeteprocessie in Veurne" uit 1935. Ensor heeft deze ingetogen optocht in Veurne effectief bijgewoond: hij maakte schetsen van de figuren en bracht die haast letterlijk over op het doek. Dit schilderij is speciaal voor de gelegenheid overgekomen uit het Vaticaans Museum.

Het masker, het groteske en het stilleven

Ensor is de geschiedenis ingegaan als de schilder van de maskers. Curator Todts: “De maskers zijn niet nieuw in de kunst. De Grieken maakten er ook gebruik van. Wat wel nieuw is, is dat James Ensor een masker niet langer gebruikte als camouflage maar dat hij door het masker de ware aard van de mens probeerde te ontmaskeren, van iedereen, van arm en rijk, en dus niet alleen van de bourgeoisie.”

Het verhaal wil dat hij met "de maskers" is begonnen nadat zijn vader in 1887 was overleden. Er zijn nog twee kanttekeningen: Ensor ontdekte de kracht van humor, ook wel de zwartgallige en scherpe humor, én de maskers gaven hem een prima alibi om nog meer en sterker te experimenteren met kleuren. En zo ontstaan groteske schilderijen, wonderbaarlijke en soms lachwekkende combinaties waarmee hij zich radicaal afzette tegen de traditionele beeldvorming.

Wat de tentoonstelling goed kadert is dat Ensor tijdens zijn maskeradeperiode (en dat is tot op hoge leeftijd) altijd stillevens is blijven schilderen: groenten, bloemen, chinoiserieën. Dat was zijn methode om de band met de werkelijkheid te bewaren. Die werkelijkheid komt ook tot uiting in zijn geschriften en in zijn legendarische tafelredes.

Zo onderstreept curator Todts: “James Ensor was een deeltijdse kunstenaar. Hij werkte ook in de chinoiseriewinkel van zijn familie en daarnaast was hij ook schrijver en componist. Het was niet of/of maar wel en/en. Schilderen, schrijven en musiceren waren voor hem even belangrijk.” En daarom dat er in Bozar een bescheiden expositie is van Ensor als schrijver en musicus.

Op de tentoonstelling "Ensor ontmaskerd" hangen zestig schilderijen waaronder enkele die nooit of heel zelden aan het publiek worden getoond. De revelatie voor ons zijn de tekeningen die met veel zorg in de mooie toonkasten worden uitgestald. Overigens oogt de tentoonstelling bijzonder mooi. De catalogus bevat korte, snedige en toegankelijke hoofdstukken rijkelijk geïllustreerd met alle getoonde tekeningen en schilderijen.

Wij zijn ervan overtuigd dat "Ensor ontmaskerd" zonder meer een terechte publiekstrekker is en wordt.

Yves Jansen

Ensor ontmaskerd

tot 13 februari 2011

ING Cultuurcentrum, Koningsplein 6, 1000 Brussel

In Bozar loopt ook nog de expo: "James Ensor, componist en schrijver" tot 23 januari 2011