Bed, bad, brood en een babbel in Niemandsland

Uit de ramen van crisisopvangtehuis Niemandsland in Aalst hangen lakens waarin een knoop is gemaakt. “Knoop mee de strijd aan” is dan ook de leuze waarmee het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding oproept om armoede de wereld uit te helpen. In Niemandsland, waar Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) afgelopen nacht heeft gelogeerd, zijn ze vertrouwd met de problematiek, al lenigt het centrum zeker niet in de eerste plaats financiële nood.

Niemandsland, gevestigd in een voormalig ziekenhuis, bekommert zich al meer dan 35 jaar lang om mensen in nood. Op de benedenverdieping worden mensen in een acute noodsituatie opgevangen. Zij kunnen er terecht voor bed-bad-brood, zoals het programma heet, maar tegelijk ook voor een een vierde “b”, een babbel.

Vaak gaat het om personen die door familiaal geweld hun huis moeten ontvluchten of die uit hun woning zijn gezet omdat ze ze niet meer konden betalen. “Het kunnen ook mensen zijn als jij en ik”, zegt coördinatrice Agnes Van Brempt. “Alleen hebben ze geen netwerk om op terug te vallen of geen geld om een hotel te betalen als ze een nacht thuis eens écht niet zien zitten”.

Mensen in een problematische situatie kunnen daarna een drietal weken terecht in de crisisopvang. Ze vinden er veiligheid en rust, maar worden ook aangemoedigd om inspanningen te doen om hun situatie te verbeteren, door bijvoorbeeld hun administratie in orde te brengen of te zoeken naar een huis. De medewerkers van het opvangtehuis kunnen hen ook doorverwijzen naar gespecialiseerde instanties, zoals psychologische begeleiding of schuldbemiddeling.

Korte en lange opvang

Daarnaast biedt Niemandsland ook lange opvang (zes tot negen maanden) voor mannen. Mannen, omdat de ervaring leerde dat vooral zij baat hebben bij een langer verblijf. “Vaak gaat het om mannen die na een echtscheiding op de dool zijn geraakt, met drank- en drugproblemen tot gevolg.

Zij hebben meestal een minder goed ontwikkeld netwerk dan vrouwen. Bovendien vragen ze veel minder snel om hulp: ze zitten al diep in de miserie als ze hier aankloppen”, zegt Van Bempt. “Om de stap te kunnen zetten, hebben velen zich vooraf al moed ingedronken”. Waren zeven op de tien mensen in Niemandsland vroeger mannen, dan is de verhouding mannen-vrouwen intussen bijna fifty-fifty. In de toekomst zal het centrum dan ook worden uitgerust voor lange opvang van vrouwen.

Een eind verderop heeft Niemandsland nog een tweede pand, een herenhuis dat permanent wordt bewoond, vooral door senioren die niet meer in hun bouwvallige woning konden blijven.

Sara Van Poucke