"Durf de Plopboekentas niet meegeven"

“Mijn dochter kreeg van haar meter een Kabouter Plopboekentas cadeau. Maar ik durf er haar niet mee naar school te sturen want ik weet dat ze zullen zeggen: “Daar heeft ze wel geld voor en haar schoolrekeningen betaalt ze niet””. Arm zijn in een rijk land betekent niet alleen spartelen om rond te komen. Het is ook: voortdurend het gevoel hebben verantwoording te moeten afleggen.

Schaamte en schuldgevoelens steken vaak de kop op in de verhalen die worden verteld in de Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen in Aalst, een vereniging waar armen het woord nemen. De vzw brengt mensen, armen en niet-armen, met elkaar in contact, zodat ze zien dat ze er niet alleen voor staan, dat ze hun ervaringen en problemen kunnen delen. Ze spoort structurele knelpunten op, geeft vorming -o.a. in scholen- en gebruikt haar ervaringen om invloed uit te oefenen op het beleid.

Bij Mensen voor Mensen kunnen armen ook terecht voor een kansenpas, waarmee ze voor 1,50 euro kunnen deelnemen aan culturele activiteiten. Zo’n pas ophalen is voor velen de eerste stap naar de vereniging. De jongste tijd deelt de vzw méér kansenpassen uit, want het aantal nieuwe armen gaat in stijgende lijn. Overal in Europa schiet de werkloosheid de hoogte in, terwijl de sociale voorzieningen worden teruggeschroefd. Meer en meer mensen hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Vooral alleenstaande ouders zijn een kwetsbare groep.

“Voor die “nieuwe armen” is er meer aandacht, ook van de media”, zegt Heidi Degerickx, een van de medewerkers van Mensen voor Mensen. “Mensen die na een echtscheiding of ziekte in de problemen geraken: daar kan de doorsnee middenklasser zich iets bij voorstellen. Dat is herkenbaar”. Die groep slaagt er doorgaans nochtans makkelijker in om opnieuw aan de armoede te ontsnappen. Ze hebben een groter netwerk en meer vaardigheden, waardoor de sociale kloof meestal niet té diep wordt.

Andere situatie voor generatiearmen

Heel anders is de situatie van generatiearmen, de groep waar Mensen voor Mensen het meest mee samenwerkt. “Zij krijgen van in de wieg te maken met uitsluiting”, zegt Degerickx. “Omdat zij opgroeien in gezinnen waar noodgedwongen enkel op korte termijn wordt gedacht, krijgen zij van jongsaf aan de boodschap dat de wereld onvoorspelbaar is.

Ouders hebben nu eens wel tijd voor hen, dan weer niet, omdat er dringender zaken moet worden opgelost of omdat ze zelf de stress niet de baas kunnen. Op school voelen ze zich niet thuis, want het wereldbeeld dat ze daar te zien krijgen is helemaal anders dan wat ze kennen. Dat zit al in heel onnozele dingen.

De zinnetjes in een schoolboek, bijvoorbeeld: “Vader leest de krant”. Maar is er bij hen thuis wel een vader? En leest hij een krant?”. Ouders laten zich op school liever niet zien omdat ze uitsluiting vrezen. “Ik ging naar het oudercontact en werd er uitgelachen en vernederd”, getuigt een vrouw. “Gewoon omdat ze afgingen op mijn uiterlijk. Ik liep op “sloefkes”. Niet alleen de leerkrachten, ook de andere ouders bekijken ons alsof we luizen hebben”.

De gesprekken en activiteiten van Mensen voor Mensen krikken de zelfwaardering van armen op. “Ze hebben voortdurend het gevoel dat ze niet voldoen”, zegt Degerickx. “Valt het woord “werk”, dan zie je de meesten schuldbewust naar beneden kijken”. Werk is een heikel punt. Het is belangrijk, maar lang geen garantie om buiten schot te blijven.

Het voorbeeld van Odette, een van de mensen die zich aansloot bij Mensen voor Mensen, is tekenend. Als gescheiden huisvrouw heeft ze geen recht op een werkloosheidsuitkering. Ze krijgt een leefloon van 835 euro, maar komt elke maand zo’n 90 euro te kort voor alle kosten (huishuur, elektriciteit, voeding). Vroeger verdiende ze als poetsvrouw 1000 euro, maar paradoxaal genoeg hield ze aan het einde van de maand minder over. Het loon volstond niet om de extra kosten als kinderopvang en vervoer te dekken. Bovendien raakte ze allerlei sociale voordelen kwijt omdat ze geen steuntrekker meer was. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Mensen voor Mensen, net als alle verenigingen die strijden tegen armoede, niet alleen oproepen om de leeflonen op te trekken tot de armoededrempel, maar ook om de lage lonen op te trekken.

Sara Van Poucke