De inspiratie kwam uit het oosten

Vanaf dit weekend loopt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel de tentoonstelling "Van Delacroix tot Kandinsky. Oriëntalisme in Europa". De expositie toont werken van westerse kunstenaars uit de 19e en begin 20e eeuw die zich lieten inspireren door het oosten.

Oriëntalisme is een artistiek fenomeen dat zijn hoogtepunt beleefde in de 19e eeuw. Het oosten slaat hier niet op het verre oosten, maar op de Balkan, Spanje, Griekenland en wat de organisatoren de islamwereld noemen.

De tentoonstelling, die opgebouwd is rond twaalf zeer uiteenlopende thema's, begint bij de napoleontische expeditie in Egypte (1798) en de daaruit voortvloeiende Egyptomanie.

De kleurrijke objecten met rijke texturen, vrouwen die zich nu eens hullen in een waas van discretie en dan weer bijzonder sensueel blijken te zijn, restanten van verloren beschavingen en desolate woestijnlandschappen, het sprak allemaal tot de verbeelding van de kunstenaars.

Er zijn werken te zien van onder anderen Delacroix, Ingres, Renoir, Deutsch, Gérôme en Géricault, maar ook van de abstracte kunstenaar als Kandinsky. Het oriëntalisme had immers ook een belangrijke invloed op de modernistische schilders van het begin van de 20e eeuw.

De schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken komen uit alle hoeken van de wereld. Musea in België en de rest van Europa, de Verenigde Staten en het Midden-Oosten leenden werken uit. Ook privéverzamelaars werkten mee. 

De tentoonstelling "Van Delacroix tot Kandinsky" is nog te zien in Brussel tot en met 9 januari 2011, daarna reist ze door naar München en Marseille.