"Waarschijnlijk schuldig is onvoldoende"

Op het proces over de Marollenmoorden hebben de advocaten van beschuldigde Léopold Storme tijdens hun slotpleidooien geprobeerd de jury ervan te overtuigen dat hun cliënt onschuldig is en dus moet worden vrijgesproken. "De speurders hebben nooit in een ander scenario geloofd", klinkt het.

Volgens de verdediging van Storme werd de jongeman van in het begin van het onderzoek geconfronteerd met een zekere druk op het onderzoek. "Vanaf de start werd Léopold Storme beschouwd als de enige verdachte. De andere pistes werden zeer snel verlaten en het onderzoeksteam heeft zelfs nooit in een ander scenario geloofd", stelde advocaat Pierre Huet (foto boven, rechts). "Daarom was het bekijken van beelden van de bewakingscamera's vanaf de arrestatie van de beschuldigde geen prioriteit meer."

Dat er een fout gebeurd is bij het analyseren van de bloedstalen, is de advocaten ook een doorn in het oog. Uit analyse van de stalen bleek Storme ruim 2 promille alcohol in zijn bloed te hebben, maar later bleek dat er een fout was gebeurd en dat de stalen verwisseld waren. Maar psychiaters baseerden hun diagnose wel deels op het resultaat van die bloedanalyes. "Het is dus onaanvaardbaar om hem schuldig te verklaren via de psychiatrie", aldus nog Huet.

"Er moet een reden zijn om je naasten te doden", onderstreepte Huet. Voor de verdediging verklaart het vertrek van Léopolds vriendin op Erasmus naar Canada de feiten niet. Over het druggebruik en -verkoop van de beschuldigde zei de verdediging dat de ouders op de hoogte waren. "De schuld blijkt niet uit het dossier maar uit een scenario, dat heel aannemelijk lijkt", concludeerde Huet.

"Waarschijnlijk schuldig is onvoldoende"

Ook Stormes andere advocaat, Jean-Philippe Mayence, hakte in op het gevoerde onderzoek. Hij drong er bij de jury op aan dat er nood is aan bewijs, materieel of immaterieel, om de beschuldigde te veroordelen.

"Als een hypothese onvoldoende werd gecontroleerd, moet u hem vrijspreken. Waarschijnlijk schuldig, is onvoldoende", aldus Mayence.

Mayence vroeg de jury, "de rechter met twaalf hoofden", om de regel van het bewijs toe te passen. De advocaat beklemtoonde dat er geen zekerheden waren in het dossier van het openbaar ministerie.

"Aanwezigheid van anderen in de winkel blijft mogelijk"

De advocaten hebben ook hun vragen bij het DNA-onderzoek in de winkel. "De vloerbedekking liet niet toe dat er andere sporen dan bloed werden achtergelaten. Zowel de slachtoffers, de beschuldigde als de klanten liepen door de winkel in het weekend van de feiten", zei Mayence. "Het blijft plausibel dat er anderen in de winkel aanwezig waren op het moment van de moord."

Ook zijn er volgens de verdediging te veel zaken, handelingen van Léopold Storme, die niet overeenstemmen met voorbedachte rade. "Waarom bijvoorbeeld zou de beschuldigde de dag voor de feiten drugs hebben gekocht om het einde van de examens te vieren", noemden ze als voorbeeld.

De advocaten zeggen ook dat voorbedachte rade niet past bij "de these van het grote passiconflict" die het openbaar ministerie als mogelijk motief noemde.