"Hareng saur": Ensor en hedendaagse kunst

Het Ensorjaar krijgt een waardig en interessant einde: "Hareng saur: Ensor en de hedendaagse kunst". Het is een goed gedocumenteerde productie van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst – S.M.A.K. - en het Museum voor Schone Kunsten – MSK -, beide verenigd rond het museumplein. En daarbij wordt de artificiële scheiding tussen oude en hedendaagse kunst adequaat gesloopt. Bedoeling is het werk van Ensor te laten associëren met hedendaagse beeldende kunstenaars uit binnen- en buitenland.

Het zijn de directeurs van de twee musea, Robert Hoozee voor het MSK en Philippe Van Cauteren voor het S.M.A.K., die me rondleiden. En beide heren zijn enthousiast over het resultaat: "Het MSK bezit een prachtige collectie etsen van Ensor en die tonen we allemaal. Eén ding stond voor ons voorop: we beschouwen Ensor als een artiest die zijn oeuvre nog niet heeft afgerond zoals bijna alle artiesten die zich associëren of spiegelen aan hem.”

We zijn in de eerste grote zaal van het Museum voor Schone Kunsten. We zien een enorm grote installatie van de Chinees Yang Jiechang, getiteld "Underground Flowers" of ondergrondse bloemen. Het is een grote verzameling menselijke botten en schedels gemaakt van blauw-wit porselein, waarmee de kunstenaar verwijst naar het bloedige neerslaan van de studentenprotesten in 1989 in China.

Yang Jiechang schrijft in de catalogus: "De schilderijen van James Ensor zijn niet alleen een protest tegen de barbaarse tijden waarin hij leefde (twee wereldoorlogen, YJ), maar geven ook uitdrukking aan de diepe sympathie die hij voelde voor het leven en de levenden."

Het was een uitmuntend idee om de goed gedocumenteerde catalogus een extra waarde te geven door aan een tiental kunstenaars te vragen wat hun raakvlak is met James Ensor. Maar kloppen alle verhalen wel?

Het modernisme ontstond in Oostende

De artikels die de artiesten schreven, bevatten mooie, onverwachte invalshoeken. Schilder en curator Timoty Hyman: "De Amerikaanse schilder Leon Golub verkondigde vaak dat de modernistische schilderkunst niet in Parijs is ontstaan, maar in Oostende. Ik heb de Portugese Paula Rego horen bekennen dat niets in New York haar zo intens aangreep als de zaal met de drie grote Ensors in het Moma."

De invloed van Ensor op de hedendaagse kunst is groter dan we ooit hadden kunnen vermoeden. Soms zijn het bijna letterlijke kopies, bijvoorbeeld van geraamtes en maskers, dan zijn er raakpunten bij de visualisering van een thema zoals massabijeenkomsten, en soms verwijst de titel rechtstreeks naar James Ensor.

De Amerikaanse anti-autoritaire schilder Raymond Pettibon (°1957), die met meerdere werken aanwezig is, omschrijft Ensor als een vrije kunstenaar, los van god en gebod: "Ensors artistieke talent kon, getuige zijn tekeningen en schilderijen, een breed scala aan interesses en onderwerpen bespelen. Hij werkte relatief ongehinderd door de signatuur van de eigenaars of school, of door de eisen van de academie of patronaat, wat hem niet afscheidde van plaats of tijd, hetzij in persoonlijke, plaatselijke, nationale of kunsthistorische zin. Wellicht kon hij daardoor breder en vrijer zijn in zijn commentaar."

En directeur Robert Hoozee weet Ensor typerend te vatten: "Ensor houdt goed stand. Hij is geen historische referentie geworden, integendeel, hij is ontzettend hedendaags omdat zijn werken zich in meerdere lagen laten lezen."

Het engagement van Ensor inspireert

Veel kunstenaars lieten zich inspireren door het maatschappelijke engagement dat uit de etsen, tekeningen en schilderijen van Ensor spreekt. Helmut Stallaerts ("We denken dat we vrij zijn, maar uiteindelijk is het leven een spel van poses, maskerades en machtsvertoon dat we allemaal moeten meespelen") toont twee grote werken (olie en dierlijk bloed op canvas) die rechtstreeks refereren naar de tweede oorlog en de (misbruikte) macht van de kerk.

De macht of onmacht van de groep zien we heel sterk bij Thomas Hierschhorn. Hij toont in het halfrond van het MSK een serie etalagepoppen, bordkartonnen figuren en kitsch, dit alles getooid met woorden, slogans en nummers.

De Spanjaard Enrique Marty toont een collectie zelfportretten: het zijn beschilderde kunstpoppen, maar het hoofdhaar is afkomstig van de kunstenaar zelf. De uitstraling van de poppen doet ons denken aan Goya (1746-1828), de Spaanse grootmeester die op zijn beurt Ensor inspireerde. Voor dit tafereel haalde Marty de mosterd bij het schilderij "De verzoeking van de Heilige Anthonius" (olie op doek, 1932-33);

Marty: "Uiteraard is alles overdreven, karikaturaal-grappig zelfs. Het werk wil niet al te serieus zijn: het wil geen dogma poneren. Dit is wat ik het fascinerendst vind aan Ensor: zijn gebrek aan compactheid, zijn gevoel voor humor en tegelijkertijd zijn enorme diepgang. Ik voel me verwant met zijn mentaliteit."

Maar ook het strandtafereel "Les bains à Ostende", waarin Ensor vrijuit zijn seksuele fantasieën kwijt kon - geniepige vleselijkheid en een ruisende soutane die de dikbuikige priester om de billen slaat - deed de Amerikaanse Sue Williams naar de penselen grijpen om een hitsig scabreus doek te maken.

De schepping van het licht

Elke zaal is genoemd naar een werk van Ensor. Veel aandacht gaat naar de schildertechnieken en kleurgebruik van de meester uit Oostende.

Over het wit schrijft schilder en curator Timoty Hyman: "De picturale vrijheid van Ensor - zijn vermogen zich zo soepel te bewegen tussen feit en verzinsel, tussen het massieve en het vluchtige - is geworteld in zijn buitengewoon vrijmoedige toepassing van dikke lagen loodwit. De met paletmes aangebrachte richels en uitgesmeerde vlekken wit zijn wellicht begonnen als sneeuw of wolken, of als een Turnereske evocatie als licht-als-substantie, maar vormen een wereld op zich. (…) Deze grillige, intieme kalligrafie is de schilderkunstige tegenhanger van de kleine toetsen en prikjes van zijn etsnaald - die verkorte tekens waarmee Ensor onder ons vel kruipt."

En deze zalen zijn een explosie van kleuren: puur genot. Schitterend werk van Pierre Alechinsky, De Kooning, Gerhard Richter, Dubuffet en dan - zo sterk en tegelijkertijd aangrijpend - Thierry De Cordier met "The Sea" (olie en e-mail op canvas, 2008-09). Het is verbazend hoeveel hedendaagse kunstenaars naar de coloriet grijpen van Ensor.

Philippe Van Cauteren: “Het is ook heel gek dat Cobra (Copenhangen, Brussel, Amsterdam) zo weinig naar Ensor heeft gekeken. Alechinsky merkte op dat alleen de Deen Asger Jorn belangstelling had voor hem.” In 1962 schilderde Jorn een gemaskerde man die zich heeft opgehangen. Titel: "Ainsi on s’ Ensor".

Maskers: grappig en gruwelijk

De maskers hebben talrijke kunstenaars aan het denken gezet. De Amerikaan Paul McCarthy fotografeerde een schedel die wordt opengetrokken en daardoor transformeert tot een nieuw masker.

Vincent Geyskens toont een zelfportret (olie op canvas) waarvan het gelaat een kleurmasker heeft met blos en rode lippen waardoor de figuur evolueert naar een commedia dell’arte Arlequino, Marlène Dumas tekende met inkt Klaus Kinky als Ensoriaanse schedel, Leo Copers fabriceerde vlaggen met het doodshoofd als onderwerp en Elly Strik schilderde "Man of Sorrows", de titel van James Ensors gruwelijk portret "De man van smarten" (olie op paneel, 1891).

En daarbij laat de Nederlandse Elly Strik een merkwaardig verhaal noteren. Zij vertelt hoe James Ensor Helena Petrovna Blavatsky (1831-1891) ontmoet. Zij is een van de grondleggers van de theosofische beweging, een leer waar Ensor wel oor voor had, maar daar nooit openlijk voor uitgekomen is.

"De meeste wilde werken ontstonden in deze periode. Zo blijkt ook "De intrede van Christus in Brussel" in 1889 onder haar invloed te zijn gestart. (…) In 1891 stierf ze. In datzelfde jaar schilderde Ensor "De man van smarten". Het is een van de merkwaardigste afbeeldingen van Christus die ik ooit heb gezien. In deze close-up wordt al het fysieke lijden verzameld in het gezicht. De ingegraveerde lijnen maken de afbeelding karikaturaal, maar het vreemde is dat ik juist in deze weergave het lijden als een realistisch weergegeven pijn ervaar. Het lijkt alsof Jezus de duivel zelf verbeeldt."

Een bizar verhaal. Biograaf Eric Min schrijft over Ensor dat hij zijn eigen legende creëerde: "Hij vertelde nogal eens een leugentje om bestwil, strooide verhalen in het rond en veegde andere onder het tapijt."

Zou het verhaal van James Ensor en Helena Blavatsky waar zijn? Oostendenaar en internationaal Ensorexpert Xavier Tricot is duidelijk: ”Mevrouw Blavatsky verbleef een jaartje in Oostende. Dat is zowat het enige wat strookt met de waarheid. Wat anderen ook mogen beweren en schrijven: de theosofie speelt geen enkele rol in het werk van Ensor. En daarin ben ik formeel.”

De tentoonstelling toont werken van alle continenten. Het Afrikaanse blijkt afwezig. Philippe Van Cauteren: “Het Afrikaanse masker? Die tonen we niet omdat we anders het risico lopen een soort etnografische expositie te organiseren en dat ligt niet in onze bedoeling.”

Hareng Saur

En dan de titel: wat betekent Hareng Saur? Wel, in 1891 schilderde Ensor "Squelettes se disputant un hareng sour" of skeletten bekvechten om een gerookte haring. En ook hier zit er een dubbele Ensoriaanse bodem, wie Hareng Saur snel uitspreekt krijgt Art Ensor.

De catalogus is tweetalig Nederlands-Engels en de originele Frans titels van de werken van Ensor werden niet opgenomen.

Deze tentoonstelling is ontzettend rijk aan namen en werken: van ruim tachtig kunstenaars hangen of staan er schilderijen, objecten of installaties, en dat is goed 298 nummers in de catalogus. Met deze intelligent opgebouwde expositie - waarbij de toeschouwers dikwijls verrast zullen opkijken - eindigt het Ensorjaar in grote schoonheid.

Yves Jansen

"Hareng saur: Ensor en de hedendaagse kunst"

tot 27 februari 2011 in het Museum voor Schone Kunsten en het Museum voor Actuele Kunst, Gent

www.mskgent.be

www.smak.be