Lee Earle is bij de Tea Party

Volgende dinsdag kunnen de Amerikanen naar de stembus. Het Congres wordt grotendeels vernieuwd: een derde van de Senaatszetels moet opnieuw worden ingevuld en het hele Huis van Afgevaardigden. Onze verslaggever Bert De Vroey is momenteel in de VS, in de staat Arizona. Daar ontmoette hij Lee Earle op een bijeenkomst van de Tea Party.

Lee Earle draagt een opvallend bloemenhemd boven een oranje T-shirt. Zijn dunne grijze haar is strak naar achteren gekamd en in een staartje gebonden, en soms zet hij een donkere zonnebril op zijn neus. Ik taxeer hem als een kranige zestiger.

Je zou Lee misschien een overjaarse hippie kunnen noemen, maar dan één van het only in America-soort. Zijn non-conformistische voorkomen wordt moeiteloos gecombineerd met een militant conservatief gedachtegoed. Lee stopt mij een kaartje in de hand: hij is de media- en communicatieman van AZ 2010-project, een van de vele Tea Party-groepen die het voorbije anderhalf jaar in Amerika zijn opgedoken.

"Kikkerbille"

“Ik heb in België het woord "kikkerbille" geleerd”, vertelt hij mij trots. Die herinnering breekt het ijs. Hij legt me uit waar het volgens hem bij de Tea Party om draait.

“Wie met de steun van de Tea Party verkozen wordt, zullen we in de gaten houden. We zullen het niet laten gebeuren dat hij of zij het contact met de gewone mensen verliest. Dat is wat anders dan die elite-politici, die zich meteen laten corrumperen. Wij hebben hier een uitdrukking: je wordt waar je in zwemt. En Washington is een riool, een verschrikkelijk corrupte omgeving. Dus moeten wij als kiezers en activisten de verkozene helpen, erbij blijven, en hem of haar dicht op de huid zitten. Zodat ze niet in dat systeem kunnen afglijden.”

"Hun dochters worden nogal vroegrijp"

Lee is ook een vurige voorstander van de anti-immigrantenwet die het parlement van de staat Arizona heeft goedgekeurd, maar die nu op bevel van een rechter is opgeschort. Kort gezegd had die wet de politie met de opdracht belast om actief uit te kijken naar illegalen, hen op te pakken en over te dragen aan de federale autoriteiten voor deportatie.

Daarmee trok Arizona een federale bevoegdheid naar zich toe. In de hoofden van de parlementsleden had steeds meer het idee postgevat dat er te veel Hispanics waren neergestreken, met name Mexicaanse gelukzoekers van over de grens. De federale overheid was in hun ogen te laks en te slap, en dus stak de staat een tandje bij.

“Veel Hispanics zijn het daar trouwens absoluut mee eens”, zegt Lee me. “Ik woon zelf in een buurt waar veel Latino’s wonen. Die mensen zijn destijds meestal langs legale weg geïmmigreerd, dus zij vinden het net zo goed onbehoorlijk als anderen dan slinks en clandestien willen binnensluipen. Pas op, niet dat ik nu echt zo gek ben op hun cultuur. Voor mij hoeft al die campesinomuziek niet echt, en hun dochters worden nogal vroegrijp (hier maakt Lee een vluchtig handgebaar waarmee hij een boezem suggereert). Maar de meeste van mijn buren zijn hardwerkende mensen met solide waarden. Denk dus niet dat zij ons niet steunen.” 

Symbolische vaandeldragers

Lee wordt weggeroepen, hij moet aan de slag om pancartes te maken waarmee de Tea Party-groep ongetwijfeld nog, op onbestemde plekken en tijden, zal staan zwaaien. Als je de activisten bezig ziet, gering in aantal, wazig en warrig, knullig en onprofessioneel, dan zou je nooit vermoeden dat de Tea Party-beweging veel invloed kan laten gelden.

Natuurlijk wordt hun boodschap exponentieel versterkt door duur betaalde televisiespots, waarachter rijke belangengroepen schuilgaan. Maar mensen als Lee zijn de symbolische vaandeldragers van die agenda, en ze geven er een menselijk gelaat aan. Het gelaat van een overjaarse bohémien in een bloemenhemd. Alsof het om we the people gaat.

Bert De Vroey