Verdeelde reacties op VN-akkoord biodiversiteit

Milieuorganisaties reageren verdeeld op het akkoord dat gisteravond op de VN-top over biodiversiteit in Japan werd gesloten. Met dat akkoord moeten planten- en diersoorten beter beschermd worden, maar voor sommigen gaan de maatregelen niet ver genoeg.

Er was over getwijfeld, maar gisteravond bereikten de 190 landen die deelnamen aan de bijeenkomst dan toch een compromis om tegen 2020 de biodiversiteit in de wereld beter te waarborgen. Er is onder meer afgesproken dat 17 procent van de landoppervlakte beschermd moet worden, nu is dat 13 procent. En van de oceanen moet 12 procent beschermd worden, nu is dat maar 1 procent. Hoofddoel is om de verdwijning van dier- en plantensoorten tegen te gaan.

Er is ook een akkoord dat ontwikkelingslanden geld krijgen voor hun zogenoemde genetische rijkdommen, kostbare planten en dieren, die door buitenlandse bedrijven worden gebruikt. "Het waren heel moeilijke onderhandelingen want het arme zuiden wordt al jaren leeggeplunderd", zegt Ignace Schops, de Belg die EU-ambassadeur voor Biodiversiteit is. "Voor het eerst krijgen ontwikkelingslanden nu ook de zekerheid dat ze vergoed worden voor de middelen die ze ter beschikking stellen aan het noorden. Dit is een heel belangrijke doorbraak."

Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) noemt het akkoord "een grote opsteker" in de strijd om het behoud van biodiversiteit én voor de aankomende klimaattop eind dit jaar in de Mexicaanse stad Cancún. Ook WWF is erg tevreden met het akkoord, maar maakt een bedenking. "Hoewel er significante vooruitgang gemaakt werd op verschillende punten, staat er nog steeds heel wat werk te wachten om de hulp te mobiliseren die nodig zal zijn om de ontwikkelingslanden te helpen hun ambitieuze doel te bereiken", zegt Annick Vanderpoorten van WWF België.

Maar Greenpeace vindt dat het niet ver genoeg gaat. "Vooral voor de bescherming van maritieme gebieden en oceanen was er een ambitieuzer compromis uit de bus mogen komen", zegt Ann Lambrechts van Greenpeace. "We hadden graag gezien dat 20 procent van de oceanen beschermd gebied was geworden, in plaats van de 12 procent die nu overeengekomen is."