De spionnenfiets die altijd terugkeerde op 31 oktober

Het merendeel van de overtalrijke Halloween”urban legends” berusten op verzinsels, maar dit verhaal is authentiek, anders zou ik er u niet lastig mee vallen. Het was oorlog en de grens tussen het neutrale Nederland en het bezette België was met prikkeldraad afgezet, prikkeldraad onder sterkstroom. Ook de Kalmthoutse Heide, toen nog veel uitgestrekter dan nu, werd doormidden gesneden door een kilometerslange Duitse versperring.

En ook al waren in het laatste oorlogsjaar minstens twintig mensen gestorven door elektrocutie, er waren altijd wel dapperen of roekelozen die, gewapend met een tang, met touwen, met planken of met een ladder, de dodelijke versperring poogden te verschalken. Om etenswaren te smokkelen bijvoorbeeld, of om vluchtelingen het land uit te helpen,of om militaire geheimen over te brengen. Tegen betaling, uiteraard.

Niemand wilde zijn hachje uit idealisme riskeren. Jan S., een boerenknecht uit het gehucht Hoek, had het prikkeldraad al een klein dozijn keer overwonnen én had het kunnen navertellen. Wat geen overbodig detail is in dit verhaal. Want menigeen die dacht dat hij zijn doel – het vrije Nederland – bereikt had, werd door de Duitse grenswachters op het laatste nippertje, net voor de laatste sprong, alsnog in de rug geschoten. En bezweek vervolgens aan schotwonden of door elektrocutie via het prikkeldraad waarin men al vallend had geklauwd.

Een spion genaamd Colin

In de nacht van 30 op 31oktober 1918 – de oorlog was bijna voorbij maar wie eronder leed wist dat nog niet – sjokten Jan S. en een Britse spion van wie mij alleen de voornaam Colin bekend is, door het mulle zand van de Kalmthoutse heide. Het was volle maan, wat vaker voorkomt bij zulke dramatische gebeurtenissen.

De Brit droeg een rugzak vol militaire informatie en duwde een fiets voort, een fiets op volle banden, waarmee hij hoopte naar Bergen-op-Zoom te kunnen rijden,alwaar een zeilboot zou wachten om hem naar Engeland te varen. De fiets was zwaar, woog minstens vijfendertig kilo. De Britse spion had het dubbele van de gewone prijs voor het oversteken van de grens moeten betalen, voor wat we nu “overgewicht” zouden noemen. En hoewel hij het geld zonder verpinken had geïncasseerd, vroeg Jan S. zich af hoe hij in hemelsnaam het zware ijzeren tuig over de elektrische afsluiting zou krijgen. Hij was sterk, sterk als een beer zelfs, maar hij twijfelde eraan of hij de velo over het hek zou kunnen werpen, de klant achterna.

Wie spionnen zegt, zegt verraad. Een andere Kalmthoutenaar, ene Louis B, inwoner van het gehucht Bezemheide, had de Duitse feldgendarmen ervan verwittigd dat er een verdachte vreemdeling verbleef in het Pannenhuis, een herberg op het kruispunt van de wegen naar Putte, Kapellen en Essen, en had daarvoor een schoon bedrag ontvangen. De Duitsers lagen in een hinderlaag aan de Paalheuvel, de plek waarvan ze vermoedden dat de oversteek gewaagd zou worden. Maar Jan S. had die nacht een voorgevoel.

Hij liet zijn oorspronkelijke plan varen en zette koers richting Kraaiheuvel, waar later een oefenterrein voor de Nederlandse pantsertroepen zou komen. Wat hij niet wist was dat een Duitse patrouille hem, zijn Britse metgezel en diens fiets van op een veilige afstand volgde en achtervolgde.

Een kogel in de nek

Het zou mij te ver leiden uit te leggen wat voor constructie Jan S. had bedacht om over de versperring te klauteren zonder geëlektrocuteerd te worden. Het was zijn geheim, zijn goed betalende bijverdienste.

Feit is dat de Brit met de naam Colin, die zich met gespreide armen in evenwicht probeerde te houden op een wankele, doorbuigende plank, de ideale schietschijf was voor de Duitse scherpschutters. De kogel in zijn nek was dodelijk. Jan S., die met de fiets aan de hand toekeek op de vluchtpoging van zijn klant, rende zigzaggend als een konijn over de duinen. De kogels floten hem om de oren. Op dat moment schoof een wolk voor de maan.

Het werd duister. Jan S. kon ontkomen. Hij zwoer dat het de laatste keer was geweest, een eed waarin hij zich makkelijk kon houden, want goed tien dagen later werd de wapenstilstand ondertekend en was de oorlog voorbij. De Duitsers bleven aan de Kraaiheuvel nog wat kijken naar het zwartgeblakerde en kissende lijk dat in de draad was blijven hangen en namen de fiets mee naar hun kwartier.

Een behekste fiets

De volgende ochtend was het rijtuig verdwenen. Het stond tegen de gevel van het krot dat Louis B. bewoonde in de Wipstraat. Het nieuws van de dood van de Brit was inmiddels als een lopend vuurtje rondgegaan in het dorp Kalmthout. Iedereen wist dat de gast van herberg Het Pannenhuis de fiets had overgekocht van Charel V, wiens naam verder geen belang heeft, en die het geld had besteed aan de aankoop van vier schapen, waarvan hij er inmiddels al een had geslacht, uit grote honger.

De Wipstraat liep te hoop toen Louis B. met een kwaad gezicht naar buiten kwam, zich afvragende wie hem die smerige toer had gelapt, en de fiets in de gracht schopte. Maar ziet. Helemaal uit zichzelf, als door een onzichtbare kracht bestuurd, kwam de fiets boven water, stak de straat over en posteerde zich opnieuw tegen de gevel, als stille aanklacht van het verraad. En hoe vaak en hoe ver Louis B., op de duur bijgestaan door zijn familie want op de buren moest hij niet rekenen, de fiets van de Brit Colin ook wegvoerde – een keer zelfs tot in Zandvliet – steeds keerde het rijtuig weer en ging tegen de gevel van huize B. leunen.

Ook de Duitse feldgendarmen, wier hulp Louis B. had ingeroepen, daarmee zijn verraad bekennende, konden de zware fiets niet overmeesteren. Zelfs toen een Duitser er zijn revolver op leegschoot, waardoor de afketsende kogels zingend in het rond vlogen, zette de velo zich onverstoorbaar tegen het huis.
Die nacht werden de weinige ruiten van het krot ingegooid en werd er brand gesticht, die – we zullen maar zeggen “gelukkig”, tijdig geblust kon worden.

Ieder jaar, op 31 oktober

De volgende ochtend was de fiets verdwenen. Men zocht, men vroeg, men vermoedde, men bevroedde, maar terugvinden deed men het rijtuig niet.

Tot de fiets een jaar later, op 31 oktober 1919, opnieuw tegen de gevel van het huisje in de Wipstraat geposteerd stond. En de buurt opnieuw te hoop liep en Louis B. en zijn gezin ongenadig uitlachte, want de herinneringen aan het verraad lagen nog vers in het geheugen. Ieder jaar opnieuw ging de fiets op 31oktober, na het invallen van de duisternis, op in het niets, en ieder jaar opnieuw kwam hij herinneren aan het Judasverraad van Louis B.
Louis B. stierf. Waarna de fiets zijn weduwe kwam ambeteren.

En toen zij stierf, een van de kinderen, die het huisje in de Wipstraat had betrokken in afwachting van iets beters. Verhuizen hielp niet. Vertrekken zonder adres na te laten al evenmin. De fiets ter plekke in stukken zagen, in het vuur van de smidse werpen, er met een vrachtwagen geladen met kasseien overheen rijden, nog minder. Steeds opnieuw kwam de fiets tegen de gevel leunen van een kind, een kleinkind, een neef of een nicht van Louis B., de landverrader.

De huizen werden steeds groter en rianter, want de familie B. werd opgestuwd in de vaart der volkeren. De fiets bleef dezelfde. Een model van voor de Grote Oorlog, met volle banden en minstens vijfendertig kilo zwaar. Ook een nieuwe bezetting door de Duitsers veranderde daar niets aan. Trouw verscheen de fiets tegen de gevel van het huis van een nazaat van Louis B., of dat huis zich nu in de Geuzenbacklaan, de Korte Heuvelstraat of de Heidestatiestraat bevond.

Vergiffenis vragen

Nakomelingen van Louis B. hebben in de jaren zeventig veel geld uitgegeven om de familie van de doodgeschoten Brit Colin op te sporen. De sporen liepen dood. Zo gaat dat met spionnen, hun leven is met een waas van geheimzinnigheid omhangen.

De nakomelingen van Louis B. waren redelijke mensen, wilden vergiffenis vragen, een kleine gedenksteen laten bouwen, ze wilden alles doen om van de vloek van de fiets, van de vervloekte fiets verlost te worden. Tevergeefs. De fiets toonde geen erbarmen. Ieder jaar opnieuw maakte hij hoge muren, doornhagen, alarmsystemen, ja zelfs elektrisch geladen omheiningen belachelijk en leunde hij op de ochtend van 31 oktober tegen de gevel, om des avonds opnieuw te verdwijnen, voor een jaar althans. Sommige nakomelingen van Louis B. werden krankzinnig, anderen emigreerden naar Australië waar ze omkwamen in een bosbrand, nog anderen dronken zich dood.

Weinig mensen in Kalmthout kennen dit verhaal nog, nog minder mensen weten waar de ene overblijvende nazaat van Louis B. woont, een hoogbejaarde kinderloze weduwnaar. Maar als u op de ochtend van 31 oktober in Kalmthout een klein groepje mensen ziet staan kijken naar een oude, verroeste fiets op volle banden, blijf dan niet dralen. Niemand weet wie de fiets met zijn vloek zal achtervolgen als de laatste B. eenmaal gestorven is.

Louis Van Dievel