"De doedelzakspeler" voorgesteld in Rubenshuis

"De doedelzakspeler", een bekend werk van de Antwerpse meester Jacob Jordaens, is terug in Antwerpen. Vanavond werd het voorgesteld in het Rubenshuis. Na restauratie werd het schilderij in permanente bruikleen aan het museum geschonken.

Jacob Jordaens (1593-1678) was een honkvaste Antwerpenaar. In 1607 ging hij als leerling aan de slag bij Adam van Noort, een kunstschilder die ook Rubens onder zijn pupillen mocht rekenen. Jordaens werd in 1616 als vrijmeester door de Sint-Lucasgilde aangenomen. In datzelfde jaar trouwde hij met Catharina, de oudste dochter van zijn leermeester. Gestaag bouwde Jordaens een atelier uit. Uit binnen- en buitenland kwamen er vele bestellingen.

Het driemanschap Rubens, Van Dyck en Jordaens gaf aan de Antwerpse schilderschool uit de zeventiende eeuw zijn grote internationale faam. "De doedelzakspeler" is hier op zijn plaats in het Rubenshuis, want zowel Van Dyck als Jordaens hebben als assistent van Rubens gewerkt,” aldus Ben Van Beneden, conservator van het Rubenshuis

Jacob Jordaens begon aan het schilderij "De doedelzakspeler" tussen 1640-45. In de catalogus van de grote overzichtstentoonstelling "Jacob Jordaens" uit 1993 lezen we dat Jordaens zichzelf portretteerde als de goedlachse blazer met bolle, blozende wangen. Dezelfde gelaatstrekken en haartooi vinden we terug op zijn zelfportretten die hij ook schilderde in 1640.

Dezelfde doedelzakspeler en dus Jacob Jordaens komt terug in het doek "Drie muzikanten" en in "De serenade". Opmerkelijk is de doedelzak: het is geen "edel of gecultiveerd" instrument maar eerder bestemd voor de volksmens. Maar Jordaens was een vrolijke Frans zoals blijkt uit zijn feesttaferelen.

Het mooiste voorbeeld hiervan is "Zo de ouden zongen, zo pijpen de jongen" waarvan meerdere versies werden verkocht. We herkennen zijn schoonvader met achter hem de doedelzakspeler (Jordaens zelf ?), aangevuld met een olijke bende zingende en fluitspelende kindjes en dames. En natuurlijk mocht ook zijn geliefde hond niet ontbreken.

Maar conservator Ben Van Beneden nuanceert: "Jordaens was een man die succes kende en erg ambitieus was. Voor officiële portretten zoals met zijn vrouw en dochter, staat hij afgebeeld met een luit, in de zeventiende eeuw het hoogste instrument. De doedelzak stond het laagst op de rangorde. Als Jordaens zich schilderde met een doedelzak dan moet je dat vandaag zien als geestigheid, ironie. En overigens was het niet ongewoon dat in de zeventiende eeuw zowat heel de familie werd opgetrommeld om te figureren op een schilderij.”

Restauratie met steun van stichting

Toen "De doedelzakspeler" in december vorig jaar werd gekocht bij veilinghuis Sotheby’s in Londen (de verkoper blijft geheim) was het in een slechte staat. Het doek was vuil, de vernis slecht en op vele plaatsen waren de kleuren sterk verdonkerd. Het schilderij en de restauratie kwamen er door de financiële steun van het Fonds Courtin-Bouché.

Het is dankzij een legaat van dit fonds aan de Koning Boudewijnstichting dat het schilderij kon worden aangekocht. Opvallend na de restauratie: Jordaens schilderde twee vingers twee maal, en het oorspronkelijke hoofddeksel kreeg een tweede exemplaar.

Deze "foutjes" zijn perfect te zien op het schilderij. Maar wat blijft: de schitterende kleuren, de fijne penseelvoering, en de humor die afstraalt van de tronie, het gezicht van Jordaens zelf die lacht om alles en iedereen.

Het Rubenshuis bezit nu vier werken van Jacob Jordaens ("Neptunus en Amphitrite", "Maria en het kind in een krans van bloemen, vruchten en groenten", het vroege werk "Portret van Johannes De Doper"). Het is niet de bedoeling om een eigen Jordaenskamer te maken. De schilderijen worden verspreid over het museum. "De doedelzakspeler" blijft nog enkele weken prominent aanwezig op het gelijkvloers.

Yves Jansen

"De doedelzakspeler"

waar Rubenshuis, Antwerpen
site www.rubenshuis.be